Lippe-Biesterfeld, Prins Bernhard zur

Tweede Wereldoorlog - de prins als bevelhebber van de NBS

Na de oorlog ging er een gerucht dat prins Bernhard in 1942 een brief zou hebben geschreven aan Hitler en Himmler. In dit schrijven, dat later bekend is geworden als de 'Stadhoudersbrief’, zou hij zijn diensten hebben aangeboden en hen een vredesaanbod hebben gedaan waarbij hij als Hitlers stadhouder in Nederland zou willen optreden. Echter, de prins heeft altijd in alle toonaarden het bestaan van deze brief ontkend en de frustratie over dit verhaal zit diep. De frustratie over deze brief bij de prins is begrijpelijk, want de desbetreffende brief is onvindbaar en de vraag is dan ook of die überhaupt bestaat. Hij loofde er dan ook vol vertrouwen een miljoen gulden voor uit.

In die tijd maakte koningin Wilhelmina zich er sterk voor dat Bernhard zou worden aangesteld tot opperbevelhebber van de land- en zeemacht. Dat deze functie hem als lid van het Koninklijk Huis mogelijk in een kwetsbare positie zou brengen, achtte zij overkomelijk. Het Nederlandse kabinet was het daar echter niet mee eens, en vond bovendien dat Bernhard de hiervoor benodigde opleiding ontbeerde. Ondanks dat koningin Wilhelmina sterke druk bleef uitoefenen, gingen de ministers niet overstag. In het voorjaar van 1944 las de Nederlandse vorstin echter een artikel over generaal Koenig, die tot commandant van de Forces Françaises de l’Interieur was benoemd. Ze zag onmiddellijk in dat er voor de Nederlandse tegenhanger, de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, iets dergelijks zou moeten gebeuren en beval daarom haar schoonzoon hiervoor aan. Eer het echter zover zou zijn, zou hier nog de nodige tijd overheen gaan, maar op 3 september 1944 was het dan eindelijk zover en trad prins Bernhard in zijn nieuwe functie als bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten aan.

Op 7 september 1944 drong Bernhard er bij veldmaarschalk Bernard Montgomery op aan om Nederland nog diezelfde week binnen te vallen. Hoewel van dit gesprek tussen de Nederlandse bevelhebber en de Britse veldmaarschalk destijds geen notulen zijn gemaakt, heeft Bernhard hierover destijds wel enkele notities genoteerd in zijn agenda. De prins had namelijk vanuit het bezette Nederland enige vitale informatie ontvangen met betrekking tot operatie Market Garden, maar Montgomery maakte op een ondubbelzinnige manier korte metten met deze adviezen en waarschuwingen van de Nederlandse prins. Prins Bernhard schreef hier later het volgende over : “Hij geloofde geen enkele van de rapporten die van mijn Nederlandse agenten afkomstig waren, en die later heel nauwkeurig bleken te zijn geweest. Montgomery vond de desbetreffende rapporten, die opgemaakt waren in de eerste week van september, niet belangrijk of relevant genoeg. Als hij toen had toegeslagen, had hij alle Duitse tegenstand in het gebied dat hij wilde veroveren, in één klap uit de weg kunnen ruimen, want op dat moment was er rond Arnhem bijna geen enkele Duitse tegenstand. De Duitse versterkingen kwamen pas een week later in Arnhem aan”.

Ook had prins Bernhard destijds enkele waarschuwingen geuit met betrekking tot de ‘zwakke plekken’ in de operatie. Zo waarschuwde hij Montgomery dat het gebied tussen Grave en Arnhem niet geschikt was voor een tankslag omdat dit een landschap was met veel water en obstakels (zoals bruggen) en dat de route die de geallieerden zouden volgen veel te smal was voor zo’n enorme geallieerde colonne. Montgomery zag hier het gevaar niet van en wimpelde de goedbedoelde adviezen af als amateurisme. Hieruit blijkt dat prins Bernhard, ondanks zijn functie als Nederlandse bevelhebber, niet als volwaardig werd aangezien door de Britten. Bovendien vond Montgomery hem een ‘amateur’, iemand die zijn rang niet op het slagveld had verdiend, maar had gekregen. Deze wederzijdse hekel tussen beide heren is sindsdien altijd blijven bestaan, en toen Bernhard hem vele jaren later hierover nog eens een brief schreef, heeft hij hier nooit een antwoord van Montgomery op gekregen.

Overigens bleef de Nederlandse vorstin volharden in haar mening dat haar schoonzoon op een later tijdstip alsnog tot opperbevelhebber moest worden benoemd. Zover zou het echter niet komen en in zijn plaats kreeg tenslotte luitenant-generaal Kruls (die dáárvoor het Militair gezag had geleid) deze functie. De functie van bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten zou prins Bernhard behouden tot 13 september 1945, en in deze hoedanigheid was hij er in mei 1945 bij toen de Duitsers in het Wageningse hotel ‘De Wereld’ de capitulatie ondertekenden. Prins Bernhard zei hier later in een tv-programma van L. de Jong onder andere het volgende over : “Wij kwamen op de dertigste april daar aan en dit is de eerste keer geweest sinds 1936 dat ik de verjaardag van mijn vrouw ben vergeten, want we waren dermate vol van wat ons te doen stond dat én mijn officieren én ik die dag daar gewoon niet aan gedacht hebben.” Op 13 september 1945, nadat de bevrijding van Nederland tot opheffing van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten had geleid, werd prins Bernhard eervol uit zijn functie ontheven en daarvoor in de plaats werd hij benoemd tot Inspecteur-Generaal van de Landmacht (IGKL).

In de vijf jaren in Groot-Brittannië hadden koningin Wilhelmina en Prins Bernhard zich beiden evenveel aan de geallieerde zaak gewijd. Prins Bernhard was in Londen zijn schoonmoeder tot grote steun. Verder zorgde hij ervoor dat, hoewel sommige Britten aanvankelijk enigszins wantrouwig tegenover hem stonden vanwege zijn Duitse afkomst, de ‘screening’ van vluchtelingen uit Nederland een Nederlandse aangelegenheid werd. Dankzij zijn snel groeiende populariteit werd in Groot-Brittannië al vrij snel het Prins Bernhard Fonds opgericht, waarna de prins de aanstoot gaf tot de oprichting van het ‘Spitfire-fund’, dat gelden inzamelde voor de aankoop van jachtvliegtuigen. Zo kreeg Churchill dankzij dit fonds op zijn verjaardag in 1940, het geld voor maar liefst negen Spitfires aangeboden door Bernhard.

In augustus 1945 herenigde het prinselijk gezin zich op Nederlandse bodem. Voor zijn verdiensten gedurende de Tweede Wereldoorlog ontving de prins in 1946 de hoogste militaire onderscheiding: het Commandeurskruis der Militaire Willemsorde. Voor zijn activiteiten als oorlogsvlieger werd hem het Vliegerkruis verleend. In 1984 ontving de prins daarnaast het Verzetsherdenkingskruis. Ook van Britse, Franse, Amerikaanse, Belgische, Griekse en Tsjechoslowaakse zijde werd prins Bernhard voor zijn oorlogsinspanningen onderscheiden. In 1946 en 1953 volgden de benoemingen tot inspecteur-generaal van de Koninklijke Marine en van de Koninklijke Luchtmacht.

De prins vond zijn motivatie en voldoening bij de manschappen van de Nederlandse legeronderdelen en van de Britse RAF. Door hen, en vooral door de manschappen met lagere rangen, werd de prins op handen gedragen. Met officieren onder de rang van kolonel kon hij ook uitstekend opschieten, maar daarboven sloop er een nauwelijks merkbare terughoudendheid in zijn houding. Niet dat hij in principe iets had tegen generaals en admiraals, maar uit ervaring wist hij dat deze hoge heren hem dikwijls voor hun eigen karretje trachtten te spannen. Van nature open en goed van vertrouwen stond hij bloot aan manipulatie en in tegenstelling tot koningin Wilhelmina die nooit iemand meer dan één kans gaf, was hij geneigd te lang loyaal te blijven jegens hen die hem misbruikten. Trouw was zijn sterke, maar tegelijkertijd ook zijn zwakke punt en vriendschap was zijn hoogste goed. Zijn afkeer van bureaucratie en intriges dreef hem vanuit Londen naar de eerlijke kameraadschap van mannen die, zoals hijzelf, de voorkeur gaven aan actie en gevaar. In zijn hart was hij jaloers op de gewone soldaat die in direct contact stond met de vijand. Maar het gelukkigst voelde hij zich in de buurt van vliegtuigen en de piloten. Hij kende geen vrees en als hij mocht kiezen, had hij de rest van de oorlog in een Spitfire doorgebracht.

Een verhaal waarmee prins Bernhard altijd in verband wordt gebracht, is het aloude ‘King Kong-verhaal’. ‘King Kong’, oftewel Christiaan Lindemans, was de zogenaamde verrader van de Slag om Arnhem in september 1944. Deze Lindemans zou als dubbelagent de geallieerde aanvalsplannen om met luchtlandingstroepen Arnhem te veroveren, hebben verraden aan de Duitse Abwehr. En juist door het uitlekken van deze uiterst geheime informatie zouden er destijds geharde Waffen SS-eenheden in Arnhem zijn gelegerd om de Britse parachutistenaanval af te slaan. Dit verraad zou (met de nadruk op zóu) mogelijk zijn geweest doordat Lindemans op het hoofdkwartier van prins Bernhard vrijelijk toegang had tot de uiterst geheime informatie. Echt bewezen is dit eigenlijk nooit, maar dit verhaal zal toch altijd verbonden blijven met Bernhard. Het is in ieder geval wel een vaststaand feit dat de Nederlandse regering jarenlang heeft getracht alle correspondentie rond ‘King Kong’ en prins Bernhards vermeende betrokkenheid in de doofpot te stoppen. In februari 2004 rekende de prins met een ingezonden brief in De Volkskrant af met deze beweringen en beschuldigingen en hij riep daarbij zelfs de hulp in van Winrich Behr, die tijdens de oorlog de stafofficier was van generaal Erwin Rommel.

Een ander gerucht dat de prins altijd is blijven achtervolgen, is dat hij vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog lid zou zijn geweest van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiders Partij (NSDAP). Dit gerucht, dat aan het licht kwam door een medewerker van het Nederlandse RIOD (het huidige NIOD) die deze informatie had gevonden in de National Archives in Washington, werd echter door de prins in alle toonaarden ontkend. Hij ontbood op een gegeven moment zelfs de desbetreffende medewerker van het RIOD naar Paleis Soestdijk en deelde hem uiteindelijk mede dat iemand anders hem in 1933 op de NSDAP-lijst had gezet.

Definitielijst

capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
King Kong
Nederlandse (dubbel) spion. Echte naam Christiaan Lindemans (1912-1946), vermeende rol bij het mogelijke verraad bij Market Garden en zijn relatie met Prins Bernhard.
operatie Market Garden
Codenaam voor gecombineerde land- en luchtaanvallen van de geallieerden in de regio Eindhoven, Arnhem en Nijmegen van 17 tot 26 september 1944.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De Prins met mannen van de Prinses Irene Brigade.


De Prins tijdens operatie Market Garden.


Prins Bernhard in uniform. Locatie onbekend.
(Bron: STIWOT Archief)


Aankomst van de familie op vliegveld Teuge, augustus 1945.
(Bron: STIWOT Archief)


Idem als hierboven.
(Bron: STIWOT Archief)

Informatie

Artikel door:
Hans Molier
Geplaatst op:
04-12-2004
Laatst gewijzigd:
27-10-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.