Het fort van Breendonk dankt zijn ontstaan aan het strategische belang dat aan Antwerpen in de 19de eeuw werd toegekend. Antwerpen werd uitgebouwd tot een ‘nationaal reduit’, een soort van vesting waarin de regering en andere belangrijke figuren zich konden verschuilen bij een vijandelijke aanval. Rond de stad werd met dit doel voor ogen een gordel van forten opgetrokken. Begin 20ste eeuw begon de bouw van elf nieuwe forten, waaronder dat van Breendonk. In 1909 startte de bouw van het fort. Rond de betonnen gebouwen werd een brede gracht uitgegraven, waarvan de aarde de gebouwen bedekte. Aan de toegangspoort werd over de gracht een gedeeltelijk houten ophaalbrug gemaakt.
In 1913 namen de eerste soldaten hun intrek in het fort. Een jaar later vielen de Duitsers België voor de eerste keer binnen. Ze vielen hierbij niet onmiddellijk het nationaal reduit aan, maar schermden het met een beperkte troepenmacht af, terwijl de hoofdmacht richting Frankrijk trok. Pas wanneer dat offensief stokte, richtten ze zich op Antwerpen. Breendonk was, net zomin als de andere forten, bestand tegen de Duitse beschietingen. Op 8 oktober, een dag nadat koning Albert I het nationaal reduit had verlaten, gaf Breendonk zich over.
Na de Eerste Wereldoorlog speelde het fort geen rol van betekenis meer. Het werd nog slechts sporadisch gebruikt in het interbellum.
Mei 1940Dat veranderde in mei 1940. Ondanks de Belgische neutraliteit vielen Duitse troepen voor de tweede keer in dertig jaar België binnen. Het fort van Breendonk werd uitgeroepen tot het algemeen hoofdkwartier van het Belgische leger. Koning Leopold III installeerde zich met zijn generale staf in het fort. ’s Nachts trok hij zich terug in het nabijgelegen Château Mélis.
Aanvankelijk was de sfeer in het fort nog optimistisch, maar dat sloeg gauw om. De Duitse legers leken niet te stuiten en forceerden doorbraak na doorbraak. Op 17 mei werd daarom het algemeen hoofdkwartier verplaatst naar Sint-Denijs-Westrem. Het fort lag toen al in de frontlinie.
Op 28 mei 1940 was België verslagen en kon Leopold III niet anders dan de overgave ondertekenen. De oorlog was voorbij voor de Belgen, zelfs definitief in de ogen van velen. België kreeg een militair bestuur onder generaal Alexander von Falkenhausen. In het spoor van de militairen vestigden ook de Geheime Feldpolizei (GFP), de Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst (Sipo-SD) (met o.m. de Gestapo) zich in België. Het zijn deze laatste die van Breendonk het beruchte Auffanglager zullen maken.


