Heinrich Himmler werd geboren op 7 oktober 1900 in München, als tweede zoon van de katholieke schooldirecteur Gebhard Himmler en diens vrouw Anna. Hij werd naar zijn peetoom, de Beierse prins Heinrich von Wittelsbach, genoemd. De familie Himmler, die welgesteld was, had namelijk een goede band met het Beierse hof. Zijn conservatieve ouders voedden hem heel streng katholiek en nationalistisch op.
Net als Goebbels had Himmler een zwakke gezondheid. Hij was vaak afwezig op school, maar compenseerde zijn lichamelijke zwakte door hard te studeren. Zo studeerde hij op het gymnasium van Landshut af met de hoogste cijfers voor geschiedenis, oude talen en godsdienst. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog droomde de jonge Himmler van een militaire carrière. Hij wilde heel graag officier bij de marine worden, maar omdat hij bijziend was werd hij geweigerd. De algemene regel was namelijk dat brildragers niet werden aangenomen bij de marine. Daarom meldde hij zich aan bij de landmacht, waar hij als vaandrig bij het 11e Beierse Regiment terechtkwam. Hij werd echter nooit ingezet aan het front. Toen hij zijn opleiding tot aspirant-officier had voltooid, was het vrede.
Na de oorlog ging hij landbouwkunde studeren aan de Technische Hogeschool in München. Op 1 augustus 1922 studeerde hij af. Himmler was een onopvallende, vrij schuchtere jongeman die niet echt goed lag bij zijn leeftijdsgenoten. In een poging om toch aanvaard te worden, werd hij lid van tal van verenigingen, onder meer van de studentenverenigingen "Apollo" en de "Deutsche Gesellschaft für Züchtungskunde". In 1919 trad hij, zoals veel soldaten, toe tot één van de talrijke paramilitaire vrijkorpsen. Deze korpsen bonden de strijd aan tegen het Verdrag van Versailles en het dreigende bolsjewisme. Als embleem kozen zij vaak de doodskop, het traditionele herkenningsteken van de keurkorpsen van de Pruisische cavalerie. Paradoxaal genoeg vormden de vrijkorpsen een tijd de verdedigers van de regering die ze verachtten. De socialistische regering van Ebert werd bedreigd door de Spartakusrevolutie. Duitsland leek dezelfde weg op te gaan als de Sovjet-Unie. Om de revolutie tegen te gaan deed de regering een beroep op de "Freikorpsen". Na de onderdrukking van de Spartakusopstanden liet de Weimarregering de vrijkorpsen vallen. Eén man zou het echter voor hen opnemen. Die man was Adolf Hitler die niet toevallig in München, een nationalistische verzetshaard, zijn eerste stappen op het politieke platform zette. De vrijkorpsen, waarvan ook Himmler deel uitmaakte, vormden de basis van de latere stoottroepen van Hitler, de SA en SS.
Na zijn studies werkte Himmler korte tijd bij het meststoffenbedrijf Stickstoff-Land in Schleissheim. In de zomer van 1923 werd Himmler lid van de NSDAP. Samen met zijn broer en onder bevel van Ernst Röhm nam hij tijdens de putsch van München deel aan de bezetting van het ministerie van oorlog. De putsch mislukte en Hitler verdween, net als onder meer Röhm, in de gevangenis. In 1925 werden de NSDAP en de SA opnieuw opgericht. Himmler, die intussen voor Gregor Strasser (een belangrijke NSDAP-politicus) had gewerkt, klom op tot plaatsvervangende gouwleider van Niederbayern-Oberpfalz. Tot 1930 was hij plaatsvervangend rijkspropagandaleider en in 1927 werd hij plaatsvervangend Reichsführer-SS.

