Rond 1929 erkenden verschillende nazi-leiders dat er binnen de partij behoefte was aan een organisatie die niet alleen ter interne en externe bescherming diende, maar die ook ingezet kon worden om het raciale beleid van de NSDAP uit te dragen. Deze organisatie moest enerzijds burgers inspireren en aanmoedigen om lid te worden van en te stemmen op de NSDAP, maar moest anderzijds ook tegenstanders van de partij angst aanjagen. Na de vele negatieve ervaringen met de SA was de belangrijkste voorwaarde van Hitler en de partijfunctionarissen dat deze organisatie strak geleid werd en bovendien onvoorwaardelijk trouw was aan Hitler en de partij. Uiteraard kreeg de SS het vertrouwen van de partij en kreeg de organisatie de functie die de partijleiders voor ogen hadden gehad. Onder het bevel van Heinrich Himmler moest de organisatie uitgroeien tot een omvangrijke en betrouwbare elitetroep van de partij, die in staat was om elk bevel op te volgen. De SS, die altijd ondergeschikt was gebleven aan de SA, moest de concurrentie aangaan met de bruinhemden. De strijd om erkenning tussen de SS en de SA was begonnen.
Himmler was de vierde Reichsführer-SS. De eerste leider van de SS was Julius Schreck die de organisatie leidde van 1925 tot 1926. Schreck werd opgevolgd door Joseph Berchtold. Hij leidde de organisatie van 1926 tot 1927. Van 1927 tot 1929 werd deze functie vervuld door Erhard Heiden. Op 6 januari 1929 werd Heinrich Himmler benoemd tot Reichsführer-SS. Deze functie zou hij vervullen tot 28 april 1945. Voor Himmler vormde de nazi-ideologie het belangrijkste onderdeel van zijn beleid. Himmler was aanhanger van het ‘Blut und Boden’-principe en was een felle voorstander van de rassenideologie van de nazi’s. De toelatingseisen tot de SS werden door hem nog eens kritisch onder de loep genomen, want de SS moest immers bestaan uit Herrenmenschen. Himmler wilde met zijn SS een voorbeeld stellen voor het gehele Duitse Rijk dat moest bestaan uit mensen van een "zuiver ras". De SS’er moest het nieuwe type mens worden, mannen die voldeden aan strenge lichamelijke, mentale en fysieke eigenschappen die onvoorwaardelijk trouw waren aan het nationaalsocialistische gedachtengoed en uiteraard aan hun leiders. Van SS’ers werd verwacht dat ze gezonde kinderen verwekten bij "Arische" vrouwen zodat ook de toekomst van het "Arische" ras veiliggesteld kon worden. De SS groeide in rap tempo uit tot een organisatie die zich niet alleen maar bezig hield met veiligheidszaken, maar die zich richtte op de gehele Duitse samenleving. De SS zou het prototype van de toekomst van Groot-Duitsland worden.
Voordat Himmler zijn plannen kon verwezenlijken, moest Hitler eerst nog aan de macht komen. De NSDAP kreeg steeds meer aanhang, maar om aan de macht te komen was meer nodig. De SS had een belangrijke taak bij de politieke strijd om de macht en Himmler begon zich te richten op een verzoening tussen de SS en de maatschappij. De SA stond niet hoog aangeschreven binnen intellectuele kringen, maar ook de SA-leden stonden niet positief tegenover deze ‘Jodenvrienden’. Himmler nodigde daarom onder andere ondernemers, officieren, juristen en wetenschappers uit voor zijn lezingen en gaf hen ook een nieuwe plek binnen de elite. Vele prominente Duitsers, waaronder de directeurs van Siemens-Suckert en de Dresdner Bank sloten zich vervolgens aan bij de SS. Ook binnen het gesloten milieu van herenboeren en landeigenaren wist Himmler binnen te dringen. Door ruiterverenigingen, die de basis vormden voor de zogenaamde Reiterstandarten, over te nemen sloot deze klasse zich ook aan bij de SS. Het aantrekken van de hogere klasse bracht niet alleen meer geld in kas voor de SS, maar zorgde tevens voor een vergroting van de kennis binnen de organisatie. Mensen met een bepaalde intellectuele achtergrond waren weliswaar niet altijd geschikt als SS-soldaat, maar binnen verschillende takken van de SS zouden ze in de toekomst zeer nuttig zijn. Vooral in de inlichtingendienst van de SS, de Sicherheitsdienst (SD), kregen veel intellectuelen een functie. Onder hen bevonden zich de bureaumoordenaars die later vorm zouden geven aan de vervolging en uitroeiing van raciale en politieke vijanden van het Derde Rijk.
Het ledenaantal van de SS ging met sprongen omhoog. In het begin van 1929 had de SS nog 280 leden, in 1931 waren dat er maar liefst 14.964. De SA trok vooral oorlogsveteranen aan, maar de SS kreeg ook steeds meer succes binnen de Duitse jeugd. De jeugd had genoeg van de slechte economie en de democratie en wilde zich aansluiten bij iets groots. De idealistische SS voorzag veel beter in dit doel dan de "slappe" SA. Veel SA'ers maakten ook de overstap naar de SS. De SS creëerde een superioriteitsgevoel: als je deel mocht uitmaken van deze organisatie was je betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe Duitsland. Het nieuwe Duitsland dat af zou moeten rekenen met Untermenschen en het bolsjewisme en waarin tevens geen plaats meer zou zijn voor werkloosheid, armoede en onzekerheid. Men kon toen nog niet vermoeden dat het nieuwe Duitsland onder leiding van Hitler tevens stond voor onderdrukking, terreur en moord. Het terreurapparaat van de nazi’s met de SS als middelpunt kwam pas serieus op gang toen Hitler in januari 1933 aan de macht kwam.

