Bevrijding van Oost- en Noord-Nederland

De vorming van het bruggenhoofd

Met moeite en geluk was het Rijnland veroverd. Na dertig dagen van bittere strijd werd de Rijnoever bereikt en stevig in handen genomen van de 21e Legergroep. Van een snel en beweeglijk gevoerd offensief in het vak van het Canadese 1e Leger was echter geen sprake geweest. Gemiddeld werd 500 meter per dag afgelegd. Maar door de geleden slijtage als gevolg van de intensiteit van de gevechten konden de Duitsers in ieder geval geen tegenoffensief uitvoeren. Daarvoor waren zij te zeer verzwakt geraakt en van het hernemen van initiatief op strategisch niveau kon nimmer meer sprake zijn. Hun keuze om in het weerstandsgebied voorin het defensief te voeren, brak ze op: ‘... hij kan ons niet meer ontsnappen ...’.Voldoende geoefende infanteriesoldaten waren er niet meer, Volkssturm en Sicherheits-bataljons gingen de gelederen noodgedwongen versterken. Toen eenmaal de ‘...Groszangriff über den Rhein hat begonnen ...’, moesten kort daarop op bevel van Hitler zelfs ‘... alle Heimatkräfte an die Front geworfen werden ...’.

Intussen was ook Von Rundstedt door veldmaarschalk Albert Kesselring als opperbevelhebber ‘West’ vervangen. Zijn ondercommandant Blaskowitz en diens Legergroep H bezette op dat moment met het 25e Leger, het 1e Parachutistenleger en een reserve van H, in totaal 16 divisies, de Noordzee tot aan Duisburg. Gemiddeld hadden deze divisies nog een sterkte van 4500 man. Diepte in de defensieve gordels van de Legergroep kon er dan ook nauwelijks zijn, met uitzondering van die bij Rees en Wezel.

Het moreel van het 1e Parachutistenleger was nog steeds hoog, van de andere eenheden de psychische conditie twijfelachtig. De vuurkracht was prima en hun kracht zat vooral in het luchtafweergeschut. Over informatie omtrent de 21e Legergroep kon men niet klagen. Het Oberkommando had de divisies aan de Rijn en in tweede lijn, inbegrepen de Amerikaanse en Britse luchtlandingstroepen, precies op kaart staan. Alleen hun interpretaties over het vervolg van de geallieerde opmars waren niet eenduidig, wel over luchtlandingen op korte termijn. Hitler rekende ‘... mit einem Unternehmen im Raum von Arnheim ...’ (1), het Oberkommando was zeker dat ‘...die engl. LL-Div.en im Raum von Emmerich landen ...’, en de Amerikanen mogelijk tussen Bonn en Frankfurt (2), terwijl Kesselring’s staf de opdracht gaf om de sector ten westen van Münster speciaal te bewaken, omdat deze streek zeer gunstig zou zijn voor de komende luchtlandingen (3).

De 21e Legergroep ging de Rijn over tussen Rees en Rheinberg met voorop het Britse 2e Leger van Dempsey op links en het Amerikaanse 9e Leger van Simpson op rechts. Dat was het plan van de 21e Legergroep. Voor Dempsey en zijn staf moest de voorbereiding van de operatie Plunder welhaast een genoegen zijn geweest. Meer dan een maand kreeg de planningstaf de tijd om de geallieerde overmacht zo effectief mogelijk in te zetten. Met 87 divisies, ruim 60.000 genisten voor de bruggenbouw en een logistieke organisatie die in staat was om dagelijks 10.000 ton aan materieel richting Rijn te sturen, kon dit project onmogelijk falen.

De gedachte achter Plunder was het isoleren van het Roergebied van de rest van Duitsland. Startdatum voor de operatie was oorspronkelijk 31 maart, later verzet naar 24 maart. Op 9 maart gaf Bernard Montgomery zijn legercommandanten meer gedetailleerde richtlijnen voor ‘Het gevecht om de Rijn’. Wezel moest het eerste doelwit zijn om vervolgens het bruggenhoofd in noordelijke richting uit te breiden naar Emmerik toe. Na het invoegen van het Canadese 1e Leger was de 21e Legergroep gereed om snel in elke richting diep door te dringen in Duitsland. De Canadezen kregen de opdracht om de linkerflank van het Britse 2e Leger te beschermen en het bruggenhoofd bij Nijmegen hoe dan ook veilig te stellen.

In de tussenliggende periode van 10 tot 23 maart werd het gebied achter de rechter Rijnoever systematisch gebombardeerd. De structuur van het spoorwegennet werd tot ruim honderd kilometer diep lamgelegd. In totaal werden meer dan 200 belangrijke verbindingen uitgeschakeld, 80 locomotieven en bijna 2400 wagons vernietigd. In de laatste paar dagen werd het gebied van de komende luchtlandingen rondom Hamminkeln aangepakt met als doel de daar aanwezige grondtroepen en luchtafweer te neutraliseren. Een opmerkelijk feit was de verplaatsing van luchtafweerbatterijen naar Bocholt en omgeving. Was dit bedoeld om deze batterijen te onttrekken aan de bombardementen of werden de luchtlandingen in de omgeving van Bocholt verwacht? In het laatste geval zouden de geallieerden weinig hebben geleerd van ‘Arnhem’.

Op de ochtend van 24 maart, toen de gigantische luchtvloot - met een lengte van 35 kilometer in de lucht en begeleid door 889 jagers en 2153 bommenwerpers – onderweg was naar Hamminkeln, werd het dorp Brünen met de grond gelijk gemaakt. Omstreeks half acht werd het bestookt met brisant-, brand- en fosforbommen en het heeft daarna nog dagenlang gebrand. Brünen, op iets meer dan 10 kilometer noordoost van Wezel gelegen, lag helaas op de rand van het landingsgebied en was een uitgelezen plaats voor artillerie en grondtroepen die van uit deze locatie de luchtlandingen ernstig hadden kunnen verhinderen. Cynisch is het feit dat de luchtdoelbatterij in het dorp het bombardement heeft overleefd en het schootsveld voor deze eenheid werd verbeterd.

Ik heb bewust Brünen aangehaald omdat dit feit representatief is voor het ‘gezicht van deze oorlog’, dat zo schitterend werd weergegeven door Martha Gellhorn (4). Ze beschrijft hoe in april 1945 een bloemen(!)-handelaar vanuit zijn handkar tulpen en narcissen verkoopt in een stad die geen stad meer is ergens op de rechter Rijnoever. De man verkoopt bloemen, zegt ze, terwijl ‘...er helemaal geen huizen waren om bloemen in neer te zetten ...’. Zo formuleerde Gellhorn de tragiek en de veerkracht van mensen op een sublieme wijze. Ik wilde u dit intermezzo op weg naar een schitterende victorie niet onthouden.

Het Britse 2e Leger steekt de Rijn over
Dempsey’s manoeuvre speelde zich in vier fasen af:

  • Eerst met twee voordivisies –uit elk legerkorps één- de Rijn oversteken tussen Wezel en Emmerik , Wezel veroveren en initieel bruggenhoofden vestigen.
  • Daarna de ruimte ten westen van de spoorlijn Wezel – Millingen bezetten.
  • Vervolgens de overgangen over de Issel tussen Wezel en Anholt overmeesteren en veiligstellen.
  • Ten slotte met drie legerkorpsen frontaal de noordelijke laagvlakte van Duitsland binnendringen met Bremen, Hamburg en Lübeck als algemene punten van oriëntatie.

Fase 4:
Met drie legerkorpsen (XXX, XII en VIII) richting Bremen – Hamburg – Lübeck

Fase 3:
Overgangen over de Issel overmeesteren en veiligstellen door parachutisten, die bovendien het contact met de eigen grondtroepen moeten herstellen.

Fase 2:
De ruimte tussen de spoorlijn Millingen – Wezel en de rivier de Rijn bezetten; luchtlandingsoperaties tussen Wezel en Ringenberg door het XVIII Luchtlandingskorps (de Britse 6e Ll. Divisie en de Amerikaanse 17e Ll. Divisie) onder commando van luitenant-generaal M.B. Ridgway (operatie Varsity). De luchtlandingstroepen waren samengetrokken in Noord-Frankrijk en Oost-Engeland.

Fase 1:
De Rijn tussen Emmerik en Wezel oversteken met twee divisies voorop. Van het Britse XXX Legerkorps zal de 51e Highland Divisie als eerste ten westen van Rees gaan (operatie Turnscrew). Luitenant-generaal N.M. Ritchie, commandant van het Britse XII Legerkorps stuurt de 15e Scottish Divisie met twee brigades voorop ten noorden en ten zuiden van Xanten over de Rijn met Hamminkeln als algemene aanvalsrichting (operatie Torchlight) en de Britse 1e Cdo Brigade bij Wezel (operatie Widgeon). De commando’s moesten Wezel snel veroveren (kritieke succesfactor van de overgang). Het Britse VIII Legerkorps van luitenant-generaal Evelyn H. Barker zal achter Ritchie volgen en het Canadese 2e Legerkorps van Simonds gaat terug naar het Canadese 1e Leger en zal later, als het bruggenhoofd sterk genoeg is vanuit Emmerik de Duitse troepen in Nederland afsnijden en de flank beveiligen van het Britse 2e Leger.

De kritieke succesfactoren van dit deel van Plunder waren zonder twijfel een correcte navigatie over de bijna 500 meter brede en snelstromende rivier, een perfecte uitvoering van de operaties Widgeon en Varsity en een snelle hereniging tussen de grondtroepen en de luchtlandingstroepen. De oversteek begon op 23 maart 1945 om 21.00 uur na de bekende zware voorbereidende beschietingen door de artillerie en de bombardementen van de luchtmacht. Van enige serieuze reactie door Duitse artillerie was geen sprake.

Voor de correcte navigatie was een Bank Group-organisatie beschikbaar die ervoor zorgde dat alle bewegingen naar en over de rivier op een juiste manier werden bestuurd. De Bank Group voorkwam chaos, hield de prioriteiten strak in de hand en zorgde voor de navigatielichten die voor de vijand onzichtbaar bleven. De oversteek werd zeer professioneel uitgevoerd. De eerste golf, bijvoorbeeld van de 51e Highland, had maar ongeveer 6 minuten nodig om van oever tot oever te komen. Een enkele keer ging het mis en aldus gingen een paar tanks verloren.

Operatie Widgeon werd uitgevoerd door vier bataljons van de Britse 1e Commando Brigade onder bevel van brigade-generaal Derel Mills-Roberts. Om 19.00 uur waren de commando’s in afwachtingsopstellingen verzameld op de westoever gereed voor hun opdracht. Om 20.00 uur begon de voorbereidende beschieting die doorging tot de eerste golf op de vijandelijke oever arriveerde. Het 46e Mariniers ging als eerste om 22.00 uur in Buffalo's het water in en aan de overzijde een bruggenhoofd van ongeveer 400 meter diepte vasthouden voor de overige bataljons. Achtereenvolgens het 6e Commando bataljon, het 45e, de Staf van de Brigade en als laatste het 3e Commando bataljon. De oversteek ging feilloos, daarna moest de brigade over vlak en open terrein ongeveer 3 kilometer overbruggen om de spoorlijn aan de noordrand van Wezel te bereiken en de stad binnen te dringen. Om 01.00 uur werd de binnenstad van Wezel door alle bataljons bereikt. Geografische kaarten hadden geen enkele zin: staketsels en kraters kenmerkten de eens bebouwde kom van Wezel. Enkele zijstraten waren nog herkenbaar als straat, maar verder brandde elk huis dat nog overeind stond door het vijftien minuten durende bombardement van Lancasters dat om half elf was begonnen zoals afgesproken. Bittere straatgevechten waren er niet meer. Tweeduizend Duitse soldaten waren ingesloten en moesten capituleren. De tweede kritieke succesfactor Widgeon werd perfect uitgevoerd.

Noten:
1. Morton & Granatstein, op. cit., p.1158.
2. Idem, p.1170
3. H. Bernard, Totale oorlog en revolutionaire oorlog, Band III, Brussel, 1977, p. 431.
4. Een vrouwelijke oorlogscorrespondent, die vele fronten van nabij heeft meegemaakt. Normandië, het Ardennenoffensief, Nijmegen, de oversteek van de Rijn, de Russen in Finland en ook Dachau.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
bruggenhoofd
Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Rijnland
Duitstalig na WO I gedemilitariseerd gebied aan de rechteroever van de Rijn dat door Hitler bezet werd in 1936.
Totale oorlog
Een oorlog waarbij ook de burgerbevolking betrokken is en waarin alles in dienst is gesteld van de oorlogsvoering.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Het aanvalsplan van brigade-generaal Mills-Roberts.

Informatie

Artikel door:
Maarten C. Hoff
Geplaatst op:
30-04-2005
Laatst gewijzigd:
24-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2010
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.