Bevrijding van Oost- en Noord-Nederland

De bevrijding van de provincie Groningen

De stad Groningen, Delfzijl en de kuststrook aan de Dollard boven Winschoten waren de belangrijkste aanvalsdoelen in deze laatste fase. In de provincie werden eenheden ingezet van de Canadese 2e en 3e Infanterie Divisie en van de Poolse 1e Pantser Divisie. ‘Hoogtepunten’ in de bevrijding van de provincie zijn de gevechten om de stad Groningen en de ‘Delfzijl pocket’.

De stad Groningen
Terwijl de 2e Infanterie Divisie de opmars vervolgde naar het noorden, werd zij op de linkerflank beschermd door de snel oprukkende Royal Canadian Dragoons. Het probleem voor de divisie was de mate van volstrekte onvoorspelbaarheid van het vijandelijk gedrag. Enige systematiek in terugtrekken zat er eigenlijk niet meer in omdat de samenhang volledig verloren was gegaan. De climax voor de troepen van Matthews was ongetwijfeld de stad Groningen. De vijand was een allegaar geworden van onder meer parachtutisten, luchtmachtsoldaten, SS’ers, soldaten van de Kriegsmarine, Hitlerjugend en wat dies meer zij.

Voor dit samenraapsel gebruikte Matthews zijn gehele divisie. De 4e Brigade als eerste in het zuidwesten waar op hevige tegenstand werd gestuit. In de nacht van 13 op 14 april gingen de gevechten onverdroten door, meer dan eens man tegen man. Huis na huis moest worden veroverd, posities van scherpschutters konden nauwelijks worden bepaald, mitrailleursnesten zaten in kelders en probeerden van hieruit verderf te zaaien, Nederlandse SS’ers hadden zich soms in burger gekleed om hun ‘plichten’ uit te voeren, dikwijls uit een van de verdiepingen van de dichtopeenstaande huizen en meer dan eens werd er onderling van huizen gewisseld tussen Canadezen en Duitsers. Het tekende de chaos in deze beginfase.

Zaterdag 14 april werd een kritieke dag en kon de brigade zich van de zuidelijke sector van de stad meester maken. Het Essex Scottish bataljon had een bruggenhoofd over het kanaal gevestigd om de 6e Infanterie Brigade de gelegenheid te geven de 4e te doorschrijden en het centrum van de stad te veroveren. Overigens had een compagnie van de Essex de rand van de binnenstad al bereikt. Drie infanterie bataljons van de 6e Brigade, versterkt met eenheden van Fort Garry Horse, een afdeling veldartillerie en zware mitrailleurpelotons van de Toronto Scottish moesten dit karwei klaren. Omdat het voor de tanks vanwege de bewapening met de Panzerfausten onaantrekkelijk was om bij nacht te manoeuvreren, werd gewacht tot de vroege ochtend van de 16e april. Hoofddoel was de Grote Markt met het stadhuis. Hevige straatgevechten ontwikkelden zich en overal ontstonden grote branden. Strategische kruispunten werden onmiddellijk door de Garry’s bezet. Veel tijd ging verloren aan het opsporen van zich schuil houdende Duitsers tussen de puinhopen, in tuinen en brandgangen en natuurlijk ook in de huizen zelf. De bewoners van de stad waren nog steeds op hun hoede en af en toe konden ze hun blijdschap tonen als het even rustig was. Het beruchte Scholtenshuis in het centrum, waar zich nog SD’ers bevonden die de strijd niet wilden staken, werd volledig door de tankvuur vernietigd.

Intussen waren vanuit het westen de Calgary Highlanders, de Maisonneuves (vanuit het zuidwesten) en de Black Watch bataljons van de 5e Infanterie Brigade opgerukt. Zodoende kon de Duitse verdediging snel worden omsingeld. De Maisonneuves, ook weer versterkt met tanks van Fort Garry Horse, begonnen hun opmars op 14 april ’s middags om 2 uur. Om kwart over zes had het bataljon de doelen bij het Hoendiep bereikt en kon het aan de consolidatie beginnen. Daarna doorschreden de Highlanders en de Black Watch het bruggenhoofd van de Maisonneuves. De aanvankelijk bittere gevechten werden door de Canadezen in hun voordeel beslecht na inzet van de vlammenwerpers.

Zondag 15 april om zes uur ’s avonds stonden de Maisonneuves weer gereed om samen met de Black Watch de strijd voort te zetten aan de noordkant van de binnenstad. De Duitsers waren in feite volledig ingeloten en de gevechten in de avond kenmerkten zich door kleine groepen die elkaar bestreden. Laat in de avond is ook dit gedeelte van de stad veroverd. Wat nog overbleef was het gebouwencomplex van het Provinciaal Electriciteits Bedrijf. Munitieschaarste dwong de Duitsers tot een redelijk snelle overgave. Dat was op maandag 16 april. De 4e Brigade werd teruggenomen, terwijl de 5e en de 6e nog volop bezig waren de laatste verzetshaarden te breken, terwijl de Duitse commandant had gecapituleerd. De bataljonscommandant van de Fusiliers Mont-Royal had deze capitualtie afgedwongen.

In het noordoostelijk en oostelijk gedeelte van de stad rukten de Black Watch, de Maisonneuves en de Camerons of Canada op in de richting van het Van Starkenborghkanaal en overschreden de Camerons met behulp van een paar burgers het kanaal. Vier dagen kostte dit gevecht en overbrugde de 2e Divisie in 16 dagen achtereen strijd ongeveer 200 kilometer en nam meer dan 5000 man krijgsgevangen.

De sector Delfzijl
Voorbij de stad Groningen zou in de richting van de Dollard nog hard gevochten worden. Aan de 7e Infanterie Brigade (Canadese 3e Infanterie Divisie) en later twee brigades van de Canadese 5e Pantser Divisie was het gegund om de laatste vijandelijke restanten op te ruimen. Rondom Delfzijl was een stevige verdediging ingericht dat kon rekenen op een enorme hoeveelheid vuursteun van zware artillerie.

Zonder veel tegenstand en met de enthousiaste steun van verzetsmensen ging het bataljon ‘Regina Rifles’ sprongsgewijze voorwaarts en werd de provincie in het noordoosten op 20 en 21 april tot in het gebied Middelstum – Garsthuizen – Roodeschool – Usquert schoongeveegd. Pas toen Spijk ten zuidoosten van Roodeschool werd bereikt, kwam het bataljon onder hevig artillerievuur. Even later zou het bataljon worden afgelost door het Perth bataljon van de 11e Infanterie Brigade, die onderdeel was van de Canadese 5e Pantser Divisie.

Intussen was het bataljon Royal Winnipeg Rifles (van de 3e Divisie) bij Loppersum gearriveerd. Het gevaar kwam van de verdragende Duitse artillerie en de beruchte Nebelwerfers met hun onaangenaam en demoraliserend geluid. Het 7e Verkenningsbataljon had inmiddels uitgebreide verkenningen gedaan en gewaarschuwd voor verschillende Duitse gevechtsgroepen met een fanatieke wil om de strijd voort te zetten. Veel bruggen waren vernietigd en het terrein was slecht begaanbaar. De Winnipegs zetten met behulp van bescherming van tanks hun opmars voort in de richting Wirdum om Appingedam vanuit noordwestelijke richting aan te vallen. Het artillerievuur van der Duitsers werd zo hevig en ongeleid dat besloten werd om de burgers van Appingedam te evacuaren. Met 28cm scheepsgeschut werd de stad gebombardeerd.

In de avond van 23 april werden de Winnipegs afgelost door het 9e Tankbataljon [de British Columbia Dragoons van de 5e Pantser Brigade, die weer onderdeel was van de Canadese 5e Pantser Divisie]. Dit tankbataljon ging samen met het Perth bataljon ’s nachts nog naar Krewerd ten noordwesten van Delfzijl om van hieruit de basis te leggen voor de aanval op de ‘Delfzijl pocket’. Marsum, een paar kilometer verderop in de richting van Delfzijl, werd pas op 29 april veroverd. Nergens was men rondom de pocket van Delfzijl veilig voor het Duitse vuur. Vooral de burgerij had het zwaar te verduren. De Duitse artilleriestellingen konden slechts met een precisieaanval worden uitgeschakeld.

Het eerste succes boekten patrouilles van het Perth bataljon. In de nacht van 28 op 29 april werd een van de beruchtste stellingen beslopen en na hevige strijd overmeesterd. De Cape Breton Highlanders, eveneens van de 11e Brigade, nam het van het Perth over. Op 30 april om 10.00 uur in de ochtend werd de aanval geopend. In man tegen man gevechten en met de noodzakelijke steun van tanks werd Delfzijl op 1 mei 1945 uiteindelijk veroverd. Het Irish Regiment of Canada zou de dag daarop de laatste weerstanden in de pocket van Delfzijl bij Weiwerd en Farmsum tot overgave dwingen. Meer dan 4000 krijgsgevangenen waren het resultaat van deze laatste dagen, terwijl de eigen verliezen zeer beperkt bleven: Minder dan 150 gewonden en gesneuvelden.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
bruggenhoofd
Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Een Groningse vrouw met haar Canadese bevrijder en een fles Bols.
(Bron: www.bevrijdingskinderen.nl)


17 april: Schotse doedelzakspelers van het Essex Scottish Regiment op de Heerebrug in Groningen.
(Bron: www.bevrijdingskinderen.nl)

Informatie

Artikel door:
Maarten C. Hoff
Geplaatst op:
30-04-2005
Laatst gewijzigd:
18-03-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.