NSDAP
Het begin
Het begin
Op 5 januari 1919 werd in München door Anton Drexler en Kurt Harrer de Deutsche Arbeiterpartei (DAP) opgericht. Het belangrijkste uitgangspunt van deze partij was de zogenaamde “Dolchstosslegende”. Deze hield in dat het Duitse leger in 1918 niet verslagen was aan het front, maar aan het thuisfront. Verslagen door "het verraad van Joden en marxisten" in eigen land en door iedereen die op 9 november 1918 de republiek had uitgeroepen.
Enige tijd bestond de DAP uitsluitend op papier, terwijl de top zich presenteerde tijdens bijeenkomsten in kleine zaaltjes. Pas in het voorjaar en de zomer van 1919 kreeg het kader enige vorm. Vooral Drexler had hierbij de functie het kader te vormen, dat later door Hitler zou worden uitgebreid.
Op 12 september 1919 bezocht Hitler in zijn functie als verbindingsman van het Duitse leger een bijeenkomst van deze partij. Hij moest een onderzoek doen naar het functioneren van extreemrechtse organisaties. Nog diezelfde maand werd Adolf Hitler als lid ingeschreven. Al snel werd hij de propagandachef van de DAP.
De eerste poging tot het organiseren van een massabijeenkomst had plaats op 24 februari 1920 in München. Een groot succes was deze nog niet, 2.000 Mensen hoorden Hitler aan in een rumoerige zaal. Hij wist de mensen toch te boeien en een voorstel aangenomen te krijgen om de naam te wijzigen in Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterverein (NSDAV). Omdat pas op deze datum een eerste partijprogramma werd aangenomen, kan 24 februari 1920 worden gezien als de oprichtingsdag van de partij die later bekend zou worden als Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP).
De beweging begon zich daarna snel uit te breiden, waarbij Hitler zich onderscheidde als een propagandist. Propaganda werd binnen de NSDAV omgevormd tot een ware kunst waarmee men velen wist aan te spreken. In 1920 werd het hakenkruis aangenomen als partijsymbool en werd de Völkischer Beobachter het centrale partijorgaan. In december 1920 werd de partij op voorstel van Hitler gereorganiseerd. Bij deze reorganisatie nam hij het feitelijke voorzitterschap over van Drexler. Pas in juli 1921 nam Hitler ook formeel het partijvoorzitterschap op zich.
Rond 1921 was Hitler al opgeklommen tot politiek, intellectueel en ideologisch leider van deze de organisatie. Op dat moment had hij zich al vele volmachten toegeëigend om zelf besluiten namens de partij te nemen. Hitler richtte de partij direct in zoals hij dat wenste volgens het Führerprinzip, waarbij hij alle macht in handen kreeg en de organisatie gehoorzaam was aan hem. De losse structuur van de Ortsgruppen (afdelingen) werd vervangen door een structuur waarbij de Ortsgruppen rechtstreeks ondergeschikt werden aan de Parteizentrale. Voor de opbouw van de organisatie werd Max Amann verantwoordelijk gemaakt.
Al vanaf de begintijd richtte de NSDAP zich vooral op de volgende punten:
- Vernietiging van de Weimardemocratie,
- Herziening van het Verdrag van Versailles,
- Revanchisme (revanche op de oude vijanden),
- Antibolsjewisme,
- Militarisme,
- Antisemitisme.
Deze punten werden door Hitler en Drexler in 1921 verwerkt in het partijprogramma, dat daarna nooit meer is aangepast. De eerste vier punten van het partijprogramma zouden later de leidraad voor de Duitse politiek gaan vormen: de instelling van Groot-Duitsland, waarin alle Duitsers en Duitstaligen een plek zouden vinden, de herziening van het Verdrag van Versailles, het in bezit nemen van koloniën en de verwijdering van alle Joden uit Duitsland. Vanaf het begin was de partij antisocialistisch, antimarxistisch en antisemitisch.
Hitler had intussen een groep van vertrouwelingen om zich heen verzameld. Onder deze mensen was er een aantal die hem tot het einde toe zou volgen zoals Joseph Goebbels (de latere propagandaminister), Hermann Göring (werd als Reichsmarschall de leider van de latere Luftwaffe), Alfred Rosenberg (de theoreticus) en Julius Streicher. Deze laatste was medeoprichter van de anti-Joodse Deutsch-Sozialistische Partei en sloot zich in 1922 aan bij de NSDAP.
Al vanaf de beginperiode wist Hitler dat de NSDAP alleen kon slagen door organisatie. Alles moest zelf georganiseerd worden. De pers kreeg hij in handen door via sponsoring een krant op te kopen, de Völkischer Beobachter. De ordehandhaving nam hij in eigen hand door een paramilitaire organisatie op poten te zetten, de SA (oorspronkelijk Sportabteilung), de Sturmabteilung, welke door Ernst Röhm werd omgevormd tot een paramilitaire strijdgroep. Verder werden er vanuit de NSDAP voor nagenoeg alle onderdelen binnen de samenleving organisaties opgericht. De gedachtengang was dat straks iedere burger voor alles wat men wilde ondernemen een beroep zou doen op een door de partij georganiseerde vereniging.
Aldus zou de partij volledige controle krijgen over het leven van de burgers.
Rond 1922 telde de partij circa 20.000 leden, een aantal dat gedurende het crisisjaar 1923 groeide tot meer dan 50.000. In deze periode was de partij vooral een middenstandspartij, een partij voor de geschoolde arbeiders en ambtenaren, oftewel de middenklasse. Modaal, zouden we nu zeggen. En het was een partij van voormalige legerofficieren. Vanaf 1923 werd Alfred Rosenberg hoofdredacteur van de partijkrant en daarmee de belangrijkste partij-ideoloog.
Op de totale Duitse bevolking stelde de NSDAP echter nog steeds weinig voor. Vanwege de politieke uitingen en de straatterreur van de SA werd de NSDAP in 1922 in Pruisen en enkele andere deelstaten zelfs verboden.
Rekening houdend met de mogelijkheid van een ineenstorting van het Duitse leger door de crisis vatte Hitler met de organisator van de SA, Ernst Röhm, het idee op om te beginnen met het opzetten van een reserveleger dat men zelf in de hand kon houden. Dit reserveleger werd de Schützstaffel (SS), geselecteerd uit de SA.
De “putsch”
In het begin van de jaren twintig liep de inflatie enorm op. Men trachtte de problemen op te lossen door grote hoeveelheden geld bij te drukken. Al snel ontstonden echter tekorten aan papier en drukinkt. Vervolgens trachtte men de problemen de baas te worden door bestaand geld te voorzien van opdrukken. Briefjes met daarop teksten als Millionen Mark waren het gevolg. Niets mocht echter baten en de revolutionaire NSDAP zag de tijd rijp voor een greep naar de macht. Men dacht dat wanneer een kleine groep revolutionairen de macht zou grijpen en een aantal aansprekende politici hier achter kon krijgen, de massa's vanzelf zouden volgen. Hitler had de geschiedenis goed bestudeerd en dacht de Russische revolutie te kunnen kopiëren.
Als datum koos men eerst 11 november 1923, de verjaardag van de wapenstilstand in 1918 van de Eerste Wereldoorlog. Deze dag viel echter op een zondag. Gekozen werd daarom voor 9 november 1923. Op 8 november zouden 's avonds namelijk vele leiders van de Beierse regering aanwezig zijn op een bijeenkomst in de Bürgerbräukeller in München. Als afleiding organiseerde de NSDAP op diezelfde avond een partijbijeenkomst in de Löwenbräukeller in München. Na de bijeenkomst, waar Hitler de aanwezigen eindeloos had opgezweept met het argument dat het nú de tijd was om daden te stellen, drongen leden van de NSDAP samen met gewapende SA-leden de Bürgerbräukeller binnen en gijzelden de daar aanwezige regeringsleiders generaal Otto von Lossow, Gustav Ritter von Kahr en kolonel Hans Ritter von Seissen. Ondertussen had Hitler de vroegere oorlogsheld generaal Erich Ludendorff over weten te halen de leiding van de staatsgreep op zich te nemen. Men dwong de gegijzelden zich bij de machtsgreep aan te sluiten en de drie ministers moesten beloven naar hun ministeries te gaan en daar Hitlers bevelen uit te voeren. Hoewel zij dit beloofden gingen ze direct na aankomst op hun ministeries aan de slag met het ongedaan maken van die bevelen en het mobiliseren van ordetroepen.
Ondertussen had Ernst Röhm zich met 150 SA-strijders verschanst in het ministerie van oorlog. De situatie die toen ontstond was voor Hitler en de zijnen allerminst gunstig. Door de acties van de drie ministers was het ministerie van oorlog ondertussen omsingeld door politie en leger.
De NSDAP besloot toen tot een mars door München naar het ministerie van oorlog om de daar aanwezige SA te ontzetten. Men ging ervan uit dat de economische situatie dermate ernstig was dat de inwoners van de stad zich massaal bij hen zouden aansluiten. Circa 2000 man ging op weg. Door diverse wegafzettingen van politie en Reichswehr werd de stoet een ander route opgedwongen dan men had voorzien en het ministerie zouden ze nooit bereiken. De stoet liep vast in de Residenzstrasse bij de Feldherrnhalle.
Door een nog onbekende oorzaak viel op een bepaald moment een schot dat een agent dodelijk trof. Door dit voorval opende de politie het vuur. Na dit salvo waren er onder de NSDAP’ers 14 doden te betreuren. Bij de schermutselingen met de SA in het ministerie van oorlog waren ook twee slachtoffers te betreuren. Deze mensen zouden na de uiteindelijke machtsovername als helden worden vereerd. Voor hen (Felix Alfarth, Andreas Bauriedl, Theodor Casella, William Ehrlich, Martin Faust, Anton Hechenberger, Oskar Körner, Karl Kuhn, Karl Laforce, Kurt Neubauer, Klaus von Pape, Theodor von der Pfordten, Johann Rickmers, Max Erwin von Scheubner-Richter, Lorenz Ritter von Stransky en Wilhelm Wolf), werd in München een praalgraf opgericht en de mars werd ieder jaar ter nagedachtenis herhaald, zelfs tijdens de oorlogsjaren zelf.
Het is haast onbegrijpelijk dat de geallieerden nooit van deze mogelijkheid gebruik hebben gemaakt om in één klap van alle nazi-kopstukken af te komen. In al die jaren is er op die dag slechts één keer een bombardement uitgevoerd.
Op 26 maart begon in München het proces tegen Hitler en de anderen. Het proces werd een triomf voor Hitler. In de openbare zitting nam hij zelf de verdediging ter hand en hij wist met zijn redenaarstalenten het publiek ook in de rechtszaal te boeien. De leiders van de putsch werden bestraft, maar de enkele jaren celstraf in een luxe gevangenis kan moeilijk als een straf wegens hoogverraad gezien worden.
Definitielijst
- Antisemitisme
- Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
- DAP
- Afkorting van Deutsche Arbeiters Partei, een partij die onder leiding van Anton Drexler in 1919 werd opgericht. De uitgangspunten van de partij hadden alle van doen met het vermeende verraad achter de frontlinie in de Eerste Wereldoorlog door de joden en de marxisten. Hitler werd lid van de partij toen hij als militair verbindingsman onderzoek deed naar extreem-rechtse partijen in het na-oorlogse Duitsland. Hitler zorgde er uiteindelijk ook voor dat de partij haar naam veranderde in Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiders Partij.
- Eerste Wereldoorlog
- Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant, op den duur versterkt door Italië en de Verenigde Staten (de zogeheten Triple Entente), en Duitsland, Italië, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (Triple Alliance). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
- geallieerden
- Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
- Groot-Duitsland
- Een Duitsland met zodanige grenzen dat alle Duitssprekenden binnen die grenzen kunnen wonen. Streven van de Nazi-partij.
- hakenkruis
- Een door Adolf Hitler ingevoerd symbool voor het nationaal-socialisme. Van oorsprong is het een oud symbool voor vuur en zon.
- inflatie
- Een langdurig economisch proces van algemene prijsstijging en geldontwaarding (koopkrachtdaling van het geld).
- Luftwaffe
- Duitse luchtmacht.
- Militarisme
- Grote invloed van het leger op de burgerlijke samenleving.
- nazi
- Afkorting voor een nationaal socialist.
- Propaganda
- Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
- putsch
- Staatsgreep, vaak gepaard gaand met het gebruik van geweld.
- Reichswehr
- Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
- revolutie
- Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
- staatsgreep
- Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.
- Sturmabteilung
- Semi-militaire afdeling van de NSDAP. Opgericht in 1922 ter beveiliging van bijeenkomsten en leiders van de NSDAP. Hun toenemende macht werd gebroken tijdens de "Nacht van de Lange messen" (29-30 juni 1934).
Pagina navigatie
Afbeeldingen
Anton Drexler
(Bron: Wilco Vermeer)
Ernst Röhm
(Bron: Wikipedia Public Domain)
De aangeklaagde Putsch leiders
(Bron: Wikipedia Public Domain)
Himmler, derde van links, bij het Ministerie van Oorlog
(Bron: Wikipedia Public Domain)
Informatie
- Artikel door:
- Wilco Vermeer
- Geplaatst op:
- 29-04-2006
- Laatst gewijzigd:
- 17-10-2009
- Opmerkingen? Spelfouten?
- Geef ons uw feedback!