Het jodendom: een inleiding

De joodse godsdienst en jaartelling

Algemeen
De joodse godsdienst is een godsdienst die vooral aandacht schenkt aan het leven hier op aarde, het hiernumaals. Speculaties over wat er na de dood gebeurt, houdt de jood niet echt bezig. Het jodendom is, in tegenstelling tot het katholicisme, een orthopraxie. Dit betekent dat, hoewel het jodendom altijd een aantal geloofsbeginselen heeft bevestigd, het nooit een bindende catechismus heeft ontwikkeld. Kortom, er is geen formeel overeengekomen dogma of reeks van religieuze geloofspunten. Het is een godsdienst van doen: het uitdragen van de religiositeit. Toch zijn er pogingen gedaan om tot een definitie van de joodse geloofsinhoud te komen. Algemeen aanvaard werden ze nooit, doch het meeste gezag verkregen de dertien korte geloofsartikelen van Maimonides (1135-1204). Ik geef hier een summiere samenvatting:
1 God bestaat.
2 God is één (dus geen Heilige Drievuldigheid zoals in het katholicisme).
3 God is niet-fysisch.
4 God is eeuwig.
5 God is enig.
6 De woorden van de profeten (zoals Mozes) zijn waar.
7 Mozes is de voornaamste profeet.
8 De Tora is de primaire tekst van het jodendom.
9 Er zal nooit een nieuwe Tora komen.
10 God is alwetend.
11 God beloont degenen die de geboden naleven en straft hen die ze overtreden.
12 De Messias zal komen.
13 Ooit zullen de doden opstaan.

De geschreven bronnen
De Hebreeuwse bijbel of de Tenach is het voornaamste boek in het jodendom en bestaat uit verschillende delen: - Tora: bestaat uit vijf boeken die (traditioneel) aan Mozes worden toegeschreven. Het vormt de grondslag van het joodse denken. De niet-Hebreeuwse benamingen van die boeken zijn Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. - De Profeten: zijn acht boeken waarin uitgelegd wordt hoe de leefregels en wetten van de Tora in het dagelijkse leven worden toegepast. - De Geschriften: bestaan uit een zeer diverse verzameling van poëzie (o.a. Psalmen, Spreuken, Job) en verhalen.

Volgens de joodse traditie heeft Mozes op de berg Sinaï de Tora ontvangen. God zou daarbij ook een mondelinge toelichting gegeven hebben. Die vinden we terug in de Misjna, samen met allerlei commentaren daarop. Op de Misjna zijn ook weer commentaren verschenen: die werden gebundeld in de Gemara. Beide boeken vormen samen de Talmoed. De Talmoed is het tweede belangrijkste boek in de joodse godsdienst en bevat dus de commentaren van belangrijke rabbijnen en andere schriftgeleerden op de Tenach, veelal in de vorm van discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaald standpunt. Dit “leren door discussie” is typerend voor het jodendom.

Het joodse jaar
Het joodse jaar wordt, net als de gangbare kalender, ingedeeld in dagen, weken, maanden en jaren. Toch zijn er enkele wezenlijke verschillen.

Waar de wereldlijke dag begint en eindig om middernacht, begint en eindigt de dag in de joodse kalender bij valavond (18u). De week begint op zondag en telt zeven dagen. Zaterdag is, als zevende dag van de week, de sabbat . Enkel deze dag heeft zijn eigen naam. Zoals zondag de rustdag bij de christenen vormt, zo is de sabbat de rustdag voor de joden. Op deze dag geldt een werkverbod. De achterliggende idee is dat men op deze dag tijd moet maken voor het gezin en moet loskomen van de stresserende buitenwereld.

In de gangbare jaartelling wordt uitgegaan van de tijd die de aarde nodig heeft om rond de zon te draaien (het zonnejaar). De joodse kalender gaat uit van een maanjaar. Een maanmaand duurt 29,5 dagen waarbij de ene maand 29 en de andere maand weer 30 dagen duurt. Omdat er twaalf joodse maanden zijn, komt men hierdoor uit op 354 dagen. De joodse kalender loopt dus elf dagen achter op de zonnekalender. Dit lost men op door in een telkens terugkerende periode van negentien jaar zeven keer een schrikkelmaand toe te voegen en wel in het 3e, 6e, 8e, 11e, 14e, 17e en 19e jaar. Deze schrikkelmaand, adar 2 genoemd, heeft in de regel dertig dagen (op één na die negenentwintig dagen telt) waardoor men na negentien jaar in de pas loopt met de zonnekalender. De joodse maanden zijn:

· Tisjri: valt in september/oktober
· Chesjwan: valt in oktober/november
· kislew/tewet: valt in december/januari
· sjewat: valt in januari/februari
· eventueel adar 2, de schrikkelmaand
· adar: valt in februari/maart
· niesan: valt in maart/april
· ijar: valt in april/mei
· siewan: valt in mei/juni
· tammoez: valt in juni/juli
· aw: valt in juli/augustus
· elloel: valt in augustus/september
De joodse jaartelling verschilt ook van de als standaard gehanteerde christelijke Gregoriaanse jaartelling. Er wordt gerekend vanaf het jaar waarvan het jodendom aanneemt dat de schepping van de wereld daarop heeft plaatsgevonden. Op grond van de Tenach wordt de schepping gedateerd in het jaar 3761 voor de gangbare jaartelling. Het joodse jaar 5765 komt zodoende overeen met het Gregoriaanse jaar 2004-2005. Om het wereldlijke jaar te vinden dat overeenstemt met het joodse jaar, trekt men van het joodse jaartal 4000 af en telt er dan 240 bij. Het christelijke jaar 2005 komt dus overeen met 5765 in de joodse jaartelling.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Gerd Van der Auwera
Geplaatst op:
13-04-2005
Laatst gewijzigd:
03-08-2005
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2013
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.