Concentratiekampen

Het dagelijkse kampleven

Wanneer we de beschrijvingen lezen over het dagelijkse leven in de concentratiekampen wordt het duidelijk dat gevangenen in de kampen niet meer beschouwd werden als gelijken. Of we nu spreken over politieke gevangenen, criminelen, asocialen of joden, ze werden allemaal beschouwd als minderwaardig. Dit betekent overigens niet dat alle gevangenen gelijk waren binnen de concentratiekampen, want de ene soort gevangenen werd als nog minderwaardiger beschouwd dan de ander. Om de minderwaardigheid van gevangenen te benadrukken werden ze bij aankomst ontdaan van lichaamsbeharing en werden ze - indien nog voorradig - gekleed in gestreepte uniformen. Deze uniformen waren van zeer dunne stof en waren zeker niet in staat om behaaglijkheid te bieden tijdens koude winterdagen. Omdat tijdens de oorlogsjaren het materiaal beter gebruikt kon worden, werden gevangenen meestal niet meer gekleed in de speciale gestreepte uniformen, maar kregen ze burgerkleding, die vaak afgenomen was van joden. Er werd geen rekening gehouden met kledingmaten waardoor veel gevangenen rondliepen in te grote of te kleine kleding. De gevangenen die te kleine kleding droegen, liepen rond met halfbedekte lichaamsdelen wat uiteraard niet bevorderlijk was voor hun gezondheid en welbevinden. Om gevangenen nog verder te ontdoen van hun persoonlijkheid kregen ze ook een nummer dat bevestigd werd op hun kleding. Dit was nog erger in Auschwitz waar het nummer van de gevangenen werd getatoeŽerd op de bovenarm. Een afschuwelijkere methode om de inferioriteit van gevangenen te benadrukken was praktisch niet mogelijk.

Natuurlijk bleef ook na aankomst de kamporganisatie erop gericht om gevangenen het gevoel te geven dat ze ongewenst waren en niet voldeden aan de normen van het Derde Rijk. Elke dag in het concentratiekamp begon en werd beŽindigd met een appel. Alle gevangenen moesten zich ís ochtends in alle vroegte, vaak nog voor zonsopkomst, melden op de binnenplaatst waar ze zich op militaire wijze moesten opstellen. Weersomstandigheden deden niet ter zake en ook zieke en verzwakte gevangenen mochten op het appel niet ontbreken. Voordat men moest gaan slapen werd de gehele gebeurtenis herhaald. Het appel werd niet alleen maar gehouden om de gevangenen te terroriseren, maar ook vanwege praktische redenen. Het aantal gevangenen moest geteld worden om te kunnen controleren of er geen gevangenen ontsnapt waren en ook kon vastgesteld worden of er misschien gevangenen overleden waren of zo ziek dat ze niet konden verschijnen op het appel. De doden konden meteen gecremeerd worden aangezien de meeste concentratiekampen beschikten over een eigen crematorium, en de ernstige zieken konden worden overgeplaatst naar de ziekenboeg. In de ziekenboegen waren voornamelijk medegevangenen belast met de verzorging van zieken. Ondanks dat zij niet de beschikking hadden over voldoende medicijnen, instrumenten en hygiŽne deden zij over het algemeen hun best om zo goed mogelijke medische verzorging te bieden. Vooral tijdens de laatste oorlogsjaren werd hun taak steeds moeilijker, onder andere doordat er door overbevolking van de concentratiekampen steeds meer besmettelijke ziekten uitbraken en gevangenen steeds zwaardere arbeid moesten verrichten.

Na het appel, waar een bezoek aan de wasruimte en een kopje ersatzkoffie of -thee aan vooraf was gegaan, begon de werkdag van de gevangenen. Zes dagen in de week werd er gewerkt en alleen op zondag had men een Ďvrijeí dag. Ook op een zondag werden gevangenen echter aan het werk gezet. Er moesten bepaalde onderhoudsklussen op het kampterrein verricht worden en gevangen moesten hun kleding schoonmaken en indien nodig herstellen. Daarnaast was de zondag een geschikt moment voor de kappers om alle gevangenen van hun lichaamsbeharing te ontdoen. In de vrije momenten op zondag was er in sommige kampen gelegenheid voor recreatie en ontspanning. Zo werden er bijvoorbeeld in sommige kampen toneel- of muziekvoorstellingen gegeven in een speciaal daarvoor aangewezen verblijf. Maar al met al kan geconcludeerd worden dat de zondag absoluut geen dag was waarop gevangenen in alle vrijheid zich konden ontspannen en rusten.

De voedselvoorziening in de concentratiekampen werd gedurende de oorlogsjaren steeds minder. Terwijl in de beginjaren het voedsel bestond uit stamppotten, bestond de dagelijkse maaltijd later uit een waterige soep, meestal opgetrokken vanuit wortelen, knolraap en andere goedkope en voorradige groenten. Naast de warme maaltijd kregen gevangenen dagelijks ook een stuk brood, maar de hoeveelheid en de voedingswaarde van het brood werd ook steeds minder. Er waren echter nog andere manieren om aan voedsel te komen. Zo kregen sommige gevangenen Rode Kruispakketten of voedsel van familie toegestuurd. Geregeld werden deze toegezonden voedselpakketjes echter leeggeroofd door de kampbewakers en ook gevangenen onderling bestalen elkaar. Bovendien werden Rode Kruispakketten aan lang niet elke gevangene toegestuurd: het Nederlandse Rode Kruis zond bijvoorbeeld geen voedselpakketten aan Nederlandse gevangenen. Ook voedselpakketten van thuis waren voor veel gevangenen slechts een illusie. Tenslotte had men thuis vaak ook een voedseltekort en bleef er niks over om op te sturen. Een andere manier om aan voedsel te komen was de zwarte markt. Vooral de bevoorrechte gevangenen, criminelen en politieke tegenstanders bijvoorbeeld, slaagden erin om onder andere persoonlijke bezittingen en sigaretten met kampbewakers om te ruilen tegen voedsel. Een veilige manier was dit echter niet, want niemand was te vertrouwen binnen het concentratiekamp, zelfs medegevangenen niet.

De slaapplaats van gevangenen waren eenvoudige houten britsen, meestal stapelbedden. Met hooi gevulde matrassen gaven enige warmte, maar de meeste warmte was afkomstig van medegevangenen. De slaapbarakken raakten gedurende de oorlogsperiode overvol en bedden moesten gedeeld worden met meerdere gevangenen. In de slaapbarakken heerste het recht van de sterkste: zij eigenden zich de beste slaapplaatsen toe. De mindere slaapplaatsen, die bijvoorbeeld in de tocht lagen of waar de weerselementen speling op hadden, waren voor de zwakkere gevangenen. De omstandigheden in de slaapbarakken werden steeds slechter, doordat de barakken gedurende de laatste oorlogsjaren overvol raakten. Terwijl het gebrek aan privacy in het begin het voornaamste probleem was, waren de taferelen die zich uiteindelijk zouden voordoen tragisch. Gevangenen die leden aan diarree en hun behoefte lieten lopen in de slaapruimte en luizen die naast ondraaglijke jeuk ook nog eens besmettelijke ziekten als tyfus verspreidden, zijn slechts een tweetal voorbeelden van de tragische omstandigheden in de slaapbarakken in de laatste oorlogsjaren.

Maar naast het dagelijkse kampprogramma en fysieke omstandigheden waren het ook de kampbewakers en gevangenen door de SS aangesteld binnen bevoorrechte functies die zorgden voor ondraaglijke en onmenselijke toestanden in de concentratiekampen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Gevangenen in gestreept uniform met driehoek in KZ Sachsenhausen.
(Bron: National Archives)


Nederlandse joden, gele ster met de letter N, tijdens appŤl in Buchenwald.
(Bron: USHMM)


Gevangenen in KZ Dachau onderweg naar de kampkeuken.
(Bron: USHMM)


Interieur van een slaapbarak in KZ Majdanek.
(Bron: Felix Dalberger)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
22-09-2005
Laatst gewijzigd:
29-10-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.