Concentratiekampen

Strafmaatregelen en gevangenenhiërarchie

Zeer nauw verbonden met de slechte levensomstandigheden in de concentratiekampen waren de straffen die hier uitgevaardigd werden. Juridisch gezien kunnen we eigenlijk eerder spreken van vernedering en mishandeling, want reden voor bestraffing was er eigenlijk zelden. Vanaf de oprichting van de ‘wilde’ concentratiekampen was er al sprake van brute kampbewakers die gevangenen volledig willekeurig of bij de minste overtreding bestraften door middel van diverse vormen van vernedering of mishandeling. Leden van de SA of de SS voerden een waar schrikregime, maar hun aanpak was chaotisch en weinig efficiënt. Het was Theodor Eicke, kampcommandant van Dachau en later Inspektor der Konzentrationslager, die het gehele beleid van disciplinaire maatregelen en bestraffing op efficiënte wijze organiseerde. Hij legde dit beleid vast in een handvest met als titel “Disziplinar- und Strafordnung für das Gefangenenlager”. Deze richtlijnen werden uitgedokterd in Dachau, maar werden spoedig ingevoerd in alle concentratiekampen.

Zelfs de minste vergrijpen werden veroordeeld met zware lijfstraffen. Kwam men te laat op het appel of had men het bed niet goed opgemaakt, dan kon men rekenen op 25 stokslagen. Met ontbloot achterwerk werd iemand dan op een houten blok vastgebonden en kreeg hij of zij 25 zware slagen met een zweep of een bezemsteel. Deze wrede bestraffing stond bekend als ‘Fünfundzwanzig am Arsch’. Wanneer de vastgebonden gevangenen de slagen niet meetelde, was dit vaak aanleiding om het aantal slagen te verhogen. Gevangenen raakten zwaar gewond of kwamen zelfs te overlijden wanneer de slagen - al dan niet opzettelijk - de nieren beschadigden. Een andere uiterst wrede lijfstraf was het zogenaamde ‘boomhangen’. De handen werden op de rug geboeid en vervolgens werd het slachtoffer aan zijn handen aan een paal of een boom opgehangen. Op deze wijze bleven ze uren hangen, gekweld door ondraaglijke pijnen. Vaak hield het slachtoffer hier blijvend letsel aan over.

Naast lijfstraffen waren er ook geweldloze straffen, die overigens net zo goed wreed waren. Zo moesten sommige gevangenen bijvoorbeeld uren of dagen lang buiten staan of hurken. Terwijl men op warme zomerdagen kon bezwijken aan oververhitting of uitdroging, liep men tijdens winterse vrieskou grote kans op onderkoeling of zelfs bevriezing. Een verblijf in de zogenaamde ‘Stehbunker’, een strafcel die zó klein was dat je er alleen in kon staan, was ook een uiterst gevreesde en wrede bestraffing. Lichtere straffen waren erop gericht om gevangenen bepaalde rechten te ontzeggen, zoals voedsel en het ontvangen of versturen van post. Voor uitgehongerde gevangenen was voedselonthouding echter net zo goed een kwelling.

De bewakers van de SS schuwden echter ook moord niet als bestraffing. Executies vonden meestal plaats op speciaal aangewezen plaatsen in het kamp, maar ook in de zogeheten neutrale zone werden gevangenen neergeschoten vanuit wachttorens. Deze neutrale zone bevond zich aan de buitenrand van het concentratiekamp, voor de omheining van prikkeldraad. Wanneer gevangenen deze grasstrook betraden, werden ze onmiddellijk neergeschoten. De meest barbaarse kampbewakers vermaakten zich door de pet van gevangenen in de verboden zone te gooien. Ze gaven het bevel aan de gevangene om de pet te halen en wanneer deze de neutrale zone betrad om de pet op te halen werd hij neergeschoten.

Niet alleen kampbewakers van de SS waren overigens verantwoordelijk voor de wrede behandeling van gevangenen. Zelfs gevangenen onderling maakten het elkaar niet gemakkelijk. Zo werden door de kampleiding bepaalde gevangenen, meestal criminelen of politieke gevangenen, aangewezen als zogenaamde Kapo’s. Zij waren in dienst van de Kameradschaftspolizei en hadden als taak om de orde onder gevangenen te handhaven. Ze stonden bijvoorbeeld aan de leiding van werkploegen en moesten medegevangenen tot arbeid aansporen. Zelf hoefden ze geen lichamelijke arbeid te verrichten, ze kregen beter te eten en hun gevangeniskleding was op maat gemaakt. Vanuit deze bevoorrechte positie regeerden ze meestal met de harde hand over hun medegevangenen en veel Kapo’s deden qua wreedheid niet onder voor de kampbewakers van de SS. Aan het hoofd van een grotere groep Kapo’s stond een Oberkapo en binnen arbeidscommando’s stonden Vorarbeiter (voormannen) weer onder het bevel van de Kapo’s. In tegenstelling tot de Kapo’s moesten Vorarbeiter wel meewerken aan het arbeidscommando waarbinnen ze de leiding hadden.

Naast de rol van Kapo en Vorarbeiter kregen bepaalde gevangenen ook andere rollen toebedeeld waarin ze macht hadden over hun medegevangenen. De hoogst weggelegde rol voor een gevangenen was die van Lagerälteste, oftewel kampoudste. Ze vormden een belangrijke schakel tussen de SS-bewakers en leidden onder andere het dagelijkse appel. Lagerältesten werden ondersteund door Blockältesten (blokoudsten). Onder het bevel van de Blockälteste stond de zogenaamde Stubendienst, met aan het hoofd de Stubenälteste. Ook de leden van de Stubendienst hadden de macht over medegevangenen en zorgden onder andere voor de verdeling van voedsel in de juiste proporties. Tot slot werden ook gevangenen aangewezen binnen administratieve functies, waarbij de dagelijkse telling van gevangenen de hoofdzaak vormde. Aan het hoofd van de gevangenen met een administratieve functie stond de Rapportschreiber, die de leiding had over meerdere Blockschreibers. De gevangenen met een speciale functie werden aangeduid als Funktionshäftlinge.

Door de macht te verdelen onder gevangenen ontstond er binnen de muren van een concentratiekamp een ware hiërarchie die de orde in het kamp in stand hield. Door bijvoorbeeld criminelen aan te wijzen op bevoorrechte posities hoefde de kampleiding zelden bang te zijn dat gevangenen zich dusdanig zouden organiseren dat er serieus verzet uit zou breken. Criminelen, waaronder bijvoorbeeld ook moordenaars, waren te onbetrouwbaar en ongeschikt om zich te organiseren. Bovendien: waarom zouden zij zich organiseren als zij binnen het kamp een bevoorrechte positie hadden met meer overlevingskansen dan bijvoorbeeld soldaten aan het front? Politieke gevangen waren beter in staat om zich te organiseren, maar van serieuze grootschalige opstanden in de concentratiekampen was eigenlijk zelden sprake. Wanneer had men overigens een opstand moeten organiseren als vrijwel de gehele dag in het teken stond van zware arbeid?

Definitielijst

Kapo
Een Kapo was een gevangene in een concentratiekamp van nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, die als taak had op de andere gevangenen toe te zien. Een Kapo moest voor de SS het werk van de gevangenen begeleiden en hij was verantwoordelijk voor hun resultaten.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Een gevangene in KZ Dachau moet als straf uren lang staan.
(Bron: USHMM)


Patton, Bradley en Eisenhower krijgen een demonstatie van martelmethoden in kamp Ohrdurf.
(Bron: USHMM)


Briefkaart met daarop de regels voor het ontvangen van post in Auschwitz. Als strafmaatregel kon het gevangenen verboden worden om post te versturen.
(Bron: STIWOT)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
22-09-2005
Laatst gewijzigd:
29-10-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.