Concentratiekampen

Organisatiestructuur van een concentratiekamp

Net als andere nazi-organisaties bestond de organisatie van een concentratiekamp uit verschillende afzonderlijke afdelingen. De kamporganisatie was in de grotere concentratiekampen verdeeld over de volgende afdelingen:

I Kommandantur Bureau van de commandant
II Politische Abteilung Politieke afdeling
III Schutzhaftlagerführung Leiding van het inbewaringstellingskamp
IV Verwaltung Organisatorische zaken
V Sanitätswesen Gezondheidswezen
VI Fürsorge, Schulung und Truppen Verzorging en training van SS-eenheden

Aan het hoofd van elk concentratiekamp stond een kampcommandant (Lagerkommandant). In Auschwitz was dit bijvoorbeeld Rudolf Höss en in Krakau-Plaszów Amon Göth. De kampcommandant was binnen het kamp eindverantwoordelijk voor de volledige gang van zaken. Zijn rechterhand was de kampadjudant (Lageradjutant). Het was zijn taak om de kampcommandant te verwittigen van alle belangrijke gebeurtenissen in het concentratiekampen, de inkomende post te verdelen over de verschillende afdelingen en de correspondentie van de kampcommandant met andere instellingen en de verschillende kampafdelingen te regelen. Ook hield de kampadjudant een geheim dagboek bij en verder was hij verantwoordelijk voor personeelszaken binnen de staf van de Kommandantur (Kommandanturstabes). Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het verbindingswezen van het kamp en het vervoersbureau. De leden van de staf, oftewel de Kommandanturstabes, waren geformeerd binnen de zogenaamde Stabskompanie. Alle leden van de Kommandanturstabes waren ondergeschikt aan de kampadjudant, die de leiding had over deze staf. Wapen-, munitie- en gereedschapbeheer stonden ook onder de supervisie van de kampadjudant. Al met al had de kampadjudant de operationele leiding over het kamp en was de kampcommandant bestuursverantwoordelijk.

Binnen elk concentratiekamp was een politieke afdeling (Politische Abteilung) van de Gestapo aanwezig. Het was een vrijwel zelfstandig en van de kampcommandant onafhankelijk bureau onder aanvoering van een SS’er, die in dienst stond van de Gestapo. Dit bureau was verantwoordelijk voor de registratie van nieuwkomers, het ordelijk bijhouden van de gevangenencartotheek en de gerechtelijke toewijzing van gevangenen vanuit politiebureaus en rechtszittingen. Ook was deze afdeling verantwoordelijk voor het verhoren, bestraffen en executeren van gevangenen. Bij ontsnappingen diende de leider van dit bureau de politiediensten in te lichten. Meerdere ondergeschikten waren in dienst om alle taken van dit bureau uit te voeren.

De derde afdeling, de Schutzhaftlagerführung, vormde de basis van elk concentratiekamp. Deze afdeling, die het directe gezag voerde over de gevangenen, stond onder leiding van een SS-Hauptsturmführer of een SS-Obersturmführer, die aangesteld was als Schutzhaftlagerführer. Sommige concentratiekampen hadden meerdere Schutzhaftlagerführer in dienst, Auschwitz I had er bijvoorbeeld drie. De werkkamer van een Schutzhaftlagerführer bevond zich in de directe nabijheid van de gevangenenbarakken. Het was zijn opgave om erop toe te zien dat gevangenen volgens de regels behandeld werden en hij moest misstanden melden bij de kampcommandant. ’s Avonds en 's ochtend nam de Schutzhaftlagerführer het appel af en verder moest hij met grote regelmaat het gevangenenaantal schriftelijk verantwoorden aan de Kommandantur. Dagelijks hield de Schutzhaftlagerführer steekproeven om te controleren of arbeidscommando’s uit het juiste aantal gevangenen bestond. Ook de controle van de dagelijkse maaltijdvoorziening en de selectie van gevangenen voor speciale taken behoorden tot de taken van de Schutzhaftlagerführer.

Direct ondergeschikt aan de Schutzhaftlagerführer waren de Rapportführer en de Blockführer. Alhoewel de Schutzhaftlagerführer het appel in de concentratiekampen afnamen, waren het de Rapportführer die de hoeveelheid gevangenen telden en hierover een schriftelijk rapport samenstelden dat werd ondertekend door de Schutzhaftlagerführer. Ook voerde de Rapportführer regelmatig steekproefsgewijze tellingen uit van arbeidscommando’s. Wanneer arbeidscommando’s terugkeerden van hun arbeid, controleerde de Rapportführer tevens of gevangenen geen levens- of genotsmiddelen meesmokkelden in het kamp. In het kamp hield de Rapportführer de supervisie over de orde en de hygiëne. De door de Lagerkommandanten uitgevaardigde straffen van gevangenen diende hij door te voeren en schriftelijk vast te leggen.

Blockführer waren onderofficieren of gewone manschappen die verantwoordelijk waren voor één of meerdere afdelingen binnen het concentratiekamp. Zo’n afdeling werd een Block genoemd. Ze dienden zorg te dragen voor rust, orde en hygiëne in het Block waarover ze de verantwoordelijkheid droegen. Tevens voerden ze de directe leiding over de gevangenen die een bepaalde functie toegewezen hadden gekregen, zoals de Blockälteste. De Blockführer konden aangewezen worden als bewaker van een arbeidscommando. Ze dienden er dan niet alleen op toe te zien dat gevangenen niet ontsnapten, maar ook dat de arbeid op de juiste manier en in het juiste tempo verliep. Dagelijks werden één of meerdere Blockführer aangewezen als Blockführer vom Dienst. Zij dienden dan de kampingang te bewaken en moesten het aantal gevangenen in alle in- en uitgaande arbeidscommando’s tellen. Gevangenen die met bijzondere toestemming dagelijks het kamp konden verlaten zonder begeleiding moesten geregistreerd worden en burgers zonder toestemming om het kamp te betreden dienden bij de toegang geweerd te worden.

In 1942 werd binnen Abteilung III de subafdeling IIIa - Arbeitseinsatz opgericht. Deze subafdeling had de verantwoording over de dwangarbeid die gevangenen moesten verrichten. De afdeling formeerde onder andere de arbeidscommando’s. Posities voor SS’ers binnen deze afdeling waren: Arbeitsdienstführer, Arbeitseinsatzführer en Kommandoführer. Allen hadden zij de taak om de dwangarbeid economisch gezien zo rendabel mogelijk te laten verlopen.

Verantwoordelijk voor diverse organisatorische zaken was de vierde afdeling: de afdeling Verwaltung. Aan het hoofd van deze afdeling stond een SS-officier. Zijn afdeling was verantwoordelijk voor de onderkomens, de verpleging, de kleding en het salaris van gevangenen, en de onderkomens, de verpleging en kleding van gevangenen. Voor alle huishoudelijke en economische zaken was de leider van dit bureau het aanspreekpunt van de kampcommandant. Ook voerde dit bureau de supervisie over van gevangenen geconfisqueerde eigendommen, zoals kleding, geld en andere waardevolle zaken. Ook binnen dit bureau waren meerdere SS-onderofficieren en manschappen vertegenwoordigd om alle administratieve taken te vervullen.

Binnen elk concentratiekamp was ook een afdeling aangesteld om toe te zien op het gezondheidswezen, het Sanitätswesen. Aan het hoofd van deze afdeling stond een SS-Standortartz die de leiding voerde over SS-Truppenärtze, SS-Lagerärzte, SS-Zahnärzte en SS-Lagerapotheker. Terwijl de SS-Truppenärtze de medische behandeling van het kamppersoneel verzorgde, waren de SS-Lagerärzte belast met de medische behandeling van gevangen. SS-Zahnärzte zorgden voor de tandheelkundige behandeling van zowel kamppersoneel als gevangenen en de SS-Lagerapotheker beheerde de kampapotheek. De medische diensten waren te vinden in het SS-Reviergebäude.

De SS-Lagerärzten hadden allemaal een zogenaamde Sanitätsdienstgrade, wat betekende dat ze een medische dienstgraad hadden. Meestal waren het onderofficieren die werden ondersteund door gewone manschappen. De meeste concentratiekampen hadden één SS-Lagerartz die werd ondersteund door zowel medisch kamppersoneel als gevangenen die waren aangewezen als medische verzorger. De SS-Lagerarzt was ook aangewezen om de kamphygiëne en de sanitaire inrichtingen te overzien. Hij moest voorkomen dat er besmettelijke ziekten en epidemieën uitbraken. Ook onderwierp de SS-Lagerarzt nieuwe gevangenen aan een medische keuring en binnen bijvoorbeeld vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau was hij ook verantwoordelijk voor de zogenaamde Selektion. Wanneer gevangenen in Auschwitz-Birkenau aankwamen, selecteerde de kamparts welke gevangenen gezond en fit genoeg waren om arbeid te verrichten en welke gevangenen direct naar de gaskamers afgevoerd moesten worden. Tot slot zag de kamparts toe op de kwaliteit van het voedsel dat bereid werd in de keuken voor kamppersoneel en de keuken voor gevangenen. Wantoestanden in het concentratiekamp dienden door de kamparts gemeld te worden aan de kampcommandant.

In de meeste concentratiekampen bekommerden de kampartsen zich zelden om de gezondheid en het welzijn van de gevangenen. Ze lieten een groot deel van de medische behandeling en verzorging over aan de artsen en verplegers onder de gevangenen. Op grote schaal lieten ze zieke gevangenen met fenolinjecties ombrengen en binnen de vernietigingskampen stuurden ze zieken direct naar de gaskamers. Ook voerden meerdere kampartsen, waaronder de beruchte dokter Josef Mengele, gruwelijke experimenten uit op gevangenen. Ironisch gezien was medisch personeel in de vernietigingskampen ook verantwoordelijk voor het gifgas in de gaskamers. Ze schonden op grote schaal hun medische eed en deden qua wreedheid niet onder voor de kampbewakers.

Tot slot hadden de grotere concentratiekampen ook de beschikking over een zesde afdeling, verantwoordelijk voor de verzorging en training van SS-eenheden gelegerd in het kamp. De naam van deze afdeling was: Fürsorge, Schulung und Truppenbetreuung.

Definitielijst

Abteilung
Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond uit een aantal Kompanien. De Abteilung was de kleinste eenheid die individueel kon opereren en zichzelf kon handhaven. In theorie bestond een Abteilung uit 500 - 1.000 man.
Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Rudolf Höss, kampcommandant van KZ Auschwitz.


Amon Göth, kampcommandant van KZ Plaszow.


SS-Artsen confronteren tijdens een experiment een gevangene met ijskoud water.
(Bron: DIZ Muenchen GMBH)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
22-09-2005
Laatst gewijzigd:
29-10-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.