Opkomst van het Derde Rijk

Het einde van de Weimarrepubliek (1929-1933)

Het jaar 1929 betekende op alle vlakken een radicale omslag.

De NSDAP kende voor het eerst een duidelijke groei, dankzij een nieuwe strategie. De partij besteedde veel meer aandacht aan de plaatselijke politiek én aan de boerengemeenschap, zowel de kleine als de grote landeigenaren. Later kwam de nadruk meer te liggen op de middenklasse. Deze nieuwe manier van werken leverde snel succes op: de nazi’s wonnen voor het eerst de gemeenteraadsverkiezingen, in Coburg. Ook de deelname van de NSDAP aan de protestbeweging tegen het Young-plan leverde electoraal succes. Samen met de DNVP, Stahlhelm en het Alldeutscher Verband vormde de NSDAP het zogenaamde Harzburgerfront. Dit front was in eerste instantie gericht tegen het Young-plan dat een vermindering van de herstelbetalingen inhield – maar niet de afschaffing - , maar was duidelijk ook antirepublikeins. De campagne was niet onmiddellijk een succes, maar bezorgde de NSDAP veel publiciteit. Hitler steeg in aanzien, omdat hij in het organisatiecomité zat.

Op economisch vlak was 1929 een absoluut rampjaar. In de jaren twintig kende de economie in de hele wereld, maar vooral in de Verenigde Staten, een serieuze groei. De koersen van de aandelen stegen en bleven maar stijgen. Er leek geen einde aan de groei te komen. Steeds meer beleggers wilden mee profiteren en gingen lenen bij de banken om aandelen te kunnen kopen. De enorme groei bleek echter een economische zeepbel te zijn, want de aandelen op de beurs waren onwaarschijnlijk sterk overgewaardeerd. Op 24 oktober 1929 barstte de zeepbel en daalden de aandelen fors in waarde. Dit leidde tot een enorme paniek bij de beleggers die massaal hun aandelen, effecten en obligaties trachtten te verkopen, waardoor de koersen volledig in elkaar zakten. Veel mensen verloren zowat alles wat ze hadden en konden hun leningen niet terugbetalen. Hierdoor gingen zelfs banken failliet. Dit had een sneeuwbaleffect tot gevolg waardoor de verslechterende economie nu versneld in een recessie – een negatieve economische groei - terecht kwam. Door hun leidende positie in de wereldhandel sleurden de Verenigde Staten de hele wereld mee in een economische crisis.

Doordat Duitsland heel wat leningen bij de Amerikanen had openstaan, werd het land extra hard getroffen door de crisis. Er was geen buitenlands geld meer beschikbaar en de industriële productie daalde met ongeveer een derde. Het aantal werklozen liep op tot meer dan dertien miljoen. De Weimarregering slaagde er helemaal niet in om een antwoord te vinden op deze crisis. De bevolking verloor haar vertrouwen en zocht haar heil bij de extreem-linkse (KPD) en -rechtse partijen (NSDAP). Het is geen toeval dat ook de communisten een sterke groei kenden in deze periode. De Sovjet-Unie, dat had gebroken met het kapitalisme, leek wel immuun te zijn voor de crisis onder meer dankzij zijn meerjarenplannen. Zelfs de nazi’s namen dit idee over met de invoering van vierjarenplannen.

De KPD onder leiding van Ernst Thälmann trachtte zoveel mogelijk van deze werklozen te mobiliseren voor hun politieke doeleinden. De partij zag deze crisis als het einde van het kapitalistische systeem en organiseerde (vaak gewelddadige) betogingen en protestmarsen om dat einde nog te bespoedigen. Hun acties dreven de meer bemiddelde burgers en de middenklasse recht in de armen van de NSDAP, die het recht op privébezit bleef verdedigen.

In 1929 stierf Gustav Stresemann, de leidende figuur van de laatste jaren in de Weimarrepubliek. Zonder haar leider stapte zijn partij, de DVP, uit de regering. Vanaf dit moment had geen enkele regering nog een meerderheid in het parlement. Heinrich Brüning van de Zentrumspartei werd de nieuwe kanselier. Hij was een voorstander van een terugkeer naar het systeem-Bismarck. Zo wilde hij de macht van de Reichstag terugdringen en begon hij de persvrijheid aan banden te leggen. Hij trachtte de economische crisis te stoppen door de uitgaven van de overheid (bijvoorbeeld de werkloosheidsvergoedingen) terug te dringen. Een contraproductieve redenering: tijdens een dergelijke economische crisis zou de overheid juist meer moeten investeren. Door de terugtrekking van de Amerikaanse gelden was dat echter niet zo evident. Bovendien vreesde Brüning dat te grote overheidsuitgaven konden leiden tot een hyperinflatie, zoals Duitsland na de Eerste Wereldoorlog had gekend. Brünings maatregelen leidden tot een nog grotere armoede. Hij kreeg de bijnaam van ‘hongerkanselier’.

De dramatische economische situatie en de slechte maatregelen van de Weimarregering waren een geschenk dat de nazi’s dankbaar aanvaarden. Bij de volgende verkiezingscampagnes hamerde Hitler op de onrechtvaardigheden in de Republiek. Zonder zelf echte oplossingen naar voren te schuiven, hield hij zijn publiek het beeld van een verenigd, sterk Duitsland voor. Terwijl voor veel mensen de situatie uitzichtloos was, bracht Hitler een boodschap van hoop. Adolf Hitler werd voor velen de sterke, daadkrachtige leider die het land uit de nood zou helpen. Dankzij de geoliede propagandamachine van Joseph Goebbels was deze boodschap in heel Duitsland te horen. De nazi’s pasten hun taalgebruik ook aan de doelgroep aan. Wanneer ze spraken voor industriëlen bleef het antisemitische taalgebruik achterwege. Op die manier werd de partij meer respectabel en aanvaardbaar voor de burgers uit de hogere en middenklasse. De verkiezingen van september 1930 betekenden een grote overwinning voor de nazi’s: ze haalden 6,4 miljoen stemmen en 107 afgevaardigden in de Reichstag.

Daartegenover stond dat ook de KPD winst maakte. Beide partijen stonden lijnrecht tegenover elkaar en trachtten voortdurend elkaar te dwarsbomen door de partijbijeenkomsten van de ander te verstoren. Niet zelden leidde dit tot regelrechte gevechten, waarbij meermaals doden vielen. Vooral in de verkiezingsperiodes waren dergelijke gevechten schering en inslag. Dit is typerend voor de steeds radicalere sfeer waarin politiek in Duitsland werd bedreven. Zowat elke zitting van de Reichstag ontaardde in ordinaire scheldpartijen, waarbij zowel de KPD als de NSDAP voortdurend hun minachting voor de instelling lieten blijken. Het zwaartepunt van de politieke macht kwam vooral bij rijkspresident Von Hindenburg te liggen. Hij was echter al 84 jaar en zijn ambtstermijn liep in 1932 af.

Er kwamen rijkspresidentsverkiezingen, wat een heuse confrontatie werd tussen links en rechts opleverde. Hitler had zich ook kandidaat gesteld. Het vreemde gevolg was dat Von Hindenburg hierdoor bijna automatisch de kandidaat van links werd. Hij was echter absoluut geen aanhanger van links. Maar omdat hij de enige was die de strijd met Hitler aan kon, kreeg hij de steun van de socialisten. Ondanks deze steun en die van de katholieke Zentrumspartei en de liberalen kreeg Von Hindenburg net geen meerderheid (49,6%) in de eerste stemronde. Hitler haalde 30%. Dankzij de zogenaamde Deutschlandflug, waarbij Hitler per vliegtuig het ganse land doorkruiste om speeches te houden, steeg zijn aantal stemmen tot 37% in de tweede ronde. Het was echter te weinig om Von Hindenburg die 53% haalde te verslaan. Hitler verloor, maar deze verkiezingen maakten duidelijk dat de nazi’s de sterkste partij en beweging waren in Duitsland. De KPD met Thälmann kwam nooit in het stuk voor.

Von Hindenburg benoemde Franz von Papen, een persoonlijke vriend, tot rijkskanselier. Hij voerde een autoritair bewind, maar zijn regering had weinig steun in het parlement en bij de bevolking. Zijn kabinet werd ook wel aangeduid met Kabinett der Barone, omdat vrijwel alle leden van adel waren en geen deel uitmaakten van een partij. Von Papen kreeg wel de steun van Kurt von Schleicher. Deze was de sterke man van het Duitse leger en werd minister van Defensie. Zowel Von Papen als Von Schleicher waren tegenstanders van de Republiek en wilden terug naar de autoritaire hiërarchie van het ancien régime. Ze wilden voor hun beleid de steun van Hitler krijgen. Daarom werd het verbod op de SA, ingevoerd door Brüning, ingetrokken. In plaats van de gemoederen te sussen, leidde dit tot een nieuwe opleving van geweld met de Altonaer Blutsonntag als triest hoogtepunt. Bij Altona in Pruisen kwam het tot een groot straatgevecht tussen de SA en de communisten met achttien doden tot gevolg.

Von Papen beschuldigde de Pruisische deelregering, die één van de laatste democratische bastions vormde tegen Von Papen (en Hitler), dat zij niet in staat waren de orde te handhaven. De rijkskanselier overtuigde Von Hindenburg een decreet uit te vaardigen. Daarmee werd op 20 juli 1932 de Pruisische regering opgeheven en haar bevoegdheden op Von Papen overgedragen. Deze Preussenschlag betekende het einde van de democratie in Duitsland. De persvrijheid, die al aan banden lag, werd nog sterker beperkt. De nazi’s zagen deze gebeurtenissen maar al te graag gebeuren, want op die manier werden hun tegenstanders één voor één uitgeschakeld. Dat bleek tijdens de rijksdagverkiezingen van juli 1932. De NSDAP verdubbelde haar stemmenaantal tot meer dan dertien miljoen (37,4%) en dit maakte haar tot de grootste partij. De nazi’s hadden dit zeker niet te danken aan hun goed uitgewerkte oplossingen voor de crisis, want die hadden ze niet. Veel mensen stemden op de NSDAP uit onvrede met de op alle vlakken bestaande chaotische situatie.

Voor Hitler waren deze verkiezingen het teken dat het tijd was om de macht te grijpen. Hij wilde dan ook niet deelnemen aan een regering als hij geen kanselier werd. Zowel Von Papen als Von Hindenburg weigerden hieraan toe te geven. Dit was een nederlaag voor de nazi’s, die werd bevestigd bij de nieuwe Rijksdagverkiezingen in november 1932. Ze haalden nog 196 zetels tegenover 230 enkele maanden eerder. Von Papen genoot niet langer de steun van Von Schleicher en het leger en zag zich genoodzaakt af te treden. Von Schleicher werd de nieuwe kanselier, maar ook hij had weinig steun. Vooral Von Hindenburg wantrouwde Von Schleicher. Omdat Duitsland intussen was teruggekeerd naar de situatie dat het staatshoofd de regeringen benoemde, had Von Schleicher niet de tijd om de achteruitgang van de nazi’s echt uit te buiten. Hij moest zo snel mogelijk zien de chaotische situatie in Duitsland meester te worden. Daarin slaagde hij niet. Intussen, achter zijn rug, werden volop onderhandelingen gevoerd om Hitler kanselier te maken. Dit idee was van de hand van Von Papen, die nog steeds vertrouwd werd door Von Hindenburg én die wilde afrekenen met Von Schleicher. Von Hindenburg, die echt niets op had met Hitler, kon zich verzoenen met het idee, omdat Von Papen ervan overtuigd was dat hij, als vice-kanselier, Hitler wel kon intomen. Op 30 januari 1933 werd Adolf Hitler officieel als rijkskanselier beëdigd. Het was het begin van het Derde Rijk.

Definitielijst

democratie
Letterlijk: demos (volk) kratein (regeert). Democratie is een bestuursvorm waar de regering door een meerderheid van het volk gekozen wordt en waarbij het volk de leiders op het rechte pad houdt door de mogelijkheid deze regering weg te sturen als een meerderheid van het volk het niet meer eens is met de regering.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
rijkskanselier
Benaming voor het Duitse staatshoofd, vanaf 1933 tot 1945 was Hitler Rijkskanselier van Duitsland
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
Stahlhelm
Benaming voor de helm die Duitse militairen droegen gedurende WO II. Daarnaast was Stahlhelm een bond voor Duitse frontsoldaten uit WO I.
Weimarrepubliek
Benaming voor de Duitse republiek van 1919 tot 1933. Hitler maakte een einde aan de Weimarrepubliek en stichtte het Derde Rijk.

Bronnen

- EVANS, R. Het Derde Rijk. Opkomst. Utrecht, 2004.
- HAFFNER, S. Pruisen. Deugden en ondeugden van een miskende staat. Amsterdam, 2004.
- PIERIK, P. Hitlers Lebensraum. De geestelijke wortels van de veroveringstocht naar het Oosten. Soesterberg, 1999.
- WIEST, A. De geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. Aartselaar, 2002.
- HOBSBAWM, E. Een eeuw van uitersten. De twintigste eeuw 1914-1991. S.l., 1995.
- VERMEER, W. Duitsland, 1918-1933. Vervangen artikel op www.go2war2.nl

- Nazi-Duitsland
- Otto von Bismarck
- Alfred Hugenberg
- De nazi's en de medische wereld
- Bio-ethiek en nazisme
- Weimarrepubliek
- Weimarer Nationalversammlung
- Lebensraum
- Verdrag van Versailles
- Wilhelm II
- Duitsland 1919-1933
- Wilhelm Marr
- Het Arische ras
- Gustav Stresemann
- Relaties Duitsland - USSR
- Franz von Papen

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De beurscrash van oktober 1929: beleggers troepen samen voor de beurs van New York.


Franz von Papen, rijkskanselier op het einde van de Weimarrepubliek.


Hitler tijdens de befaamde Deutschlandflug.


Hitler, pas benoemd tot de kanselier, groet samen met Hermann Göring zijn medestanders.
(Bron: USHMM)


Groot feest in Berlijn na de benoeming van Hitler tot kanselier.
(Bron: Bundesarchiv Coblenz)

Informatie

Artikel door:
Gerd Van der Auwera
Geplaatst op:
26-08-2006
Laatst gewijzigd:
25-10-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2012
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.