Leo A. van Leeuwen, oorlogsgeschiedenis

Terug in eigen land

De terugreis naar Nederland was zwaar. De open Amerikaanse vrachtwagen was overvol. Het was prachtig weer, maar de zon scheen heet en fel.

Eindelijk was ik vanuit België, bij Roosendaal de grens gepasseerd. We zijn toen in een Broederklooster in Brabant, in Oudenbosch ondergebracht. Doodmoe zijn we daar aangekomen. Er waren daar teruggekeerde dwangarbeiders, Joden en andere mensen uit concentratiekampen, maar ook mensen, zoals voormalige leden van SS en NSB, collaborateurs en anderen die aan de kant van Nazi-Duitsland gestaan hadden en nu heimelijk weer in het land terug probeerden te komen.

Dat alles ging toen echter aan mij voorbij. Ik was doodmoe van de reis op de vrachtwagen en de verdere treinreis. Op een tafel heb ik mijn hoofdje en armen neergevlijd en ben ik ingeslapen. Later kwamen er allerlei onderzoeken, ook naar wat voor kind ik en de anderen waren. Onze groep bestond natuurlijk alleen maar uit gezinsleden van collaborateurs en politiek onbetrouwbare individuen (dus kinderen van landverraders). Ook hier werd weer, net als bij de Amerikanen in Duitsland, volop met DDT gespoten en toen ik eindelijk in een kloosterbed lag, heb ik zeer lang geslapen en de vriendelijke kloosterbroeders hebben dat zo gelaten. Vervolgens zijn we met een grote groep van over de driehonderd kinderen in vrachtwagens vervoerd naar een instituut voor doven in Sint Michielsgestel, ook in Brabant. De meisjes werden bij de kloosterzusters ondergebracht, links in het grote gebouw, de jongens rechts, bij de broeders van een andere kloosterorde. Het was nog steeds behelpen en bedden waren er niet. In de leslokalen was stro neergelegd en daarop zijn de meesten van ons direct in een diepe slaap gevallen. “'s Morgens kregen we “hostiepap”. Er was namelijk in het klooster een bakkerij voor hosties, zoals dat in de Katholieke Kerk als Heilig Brood dient. Van het overgebleven deeg werd een soort melkpap gekookt. Het zou gezond zijn geweest, maar ik vond het zacht gezegd, niet lekker. We kregen die pap iedere dag, omdat er niet veel anders was. We zijn, zo mager als we waren, daar toch wel weer wat aangekomen. (Zie foto) En toen, na zo’n twee maanden bij de broeders te gast te zijn geweest, kwam de tijd dat de broeders weer hun eigen leerlingen gingen ontvangen en dat wij, helaas weer moesten verdwijnen. Met legertrucks zijn we toen weer verder vervoerd. Dit keer naar het nabijgelegen Boxtel en ook daar heb ik ongeveer twee maanden doorgebracht.

Op een dag kwam, tot mijn grote vreugde en verrassing, mijn twee jaar oudere broer mij ophalen en kon ik met hem meegaan naar een andere tijdelijk tehuis, wederom een kloostergemeenschap in Bergen op Zoom, nog steeds in Brabant. Ik kan me daarvan maar weinig herinneren en korte tijd later kwam tot onze grote vreugde een vrijgezelle tante uit Haarlem ons ophalen. De lange reis ging met binnenvaartschip, omdat treinen niet of maar zeer weinig reden. Het laatste deel van de reis ging per tram, waarbij we tussen Leiden en Haarlem met een bootje naar de overkant moesten, omdat de trambrug vernield was.

Eindelijk kwamen we weer in Haarlem aan. Mijn broer werd ondergebracht bij een ons onbekende familie en ik kwam bij mijn oma en dezelfde tante, die ons had opgehaald (ik kwam dus bij de moeder en de zus van mijn vader), in huis terecht. Toen ik weer op mijn oude school kwam werd ik al direct weer danig uitgescholden en dat werd steeds erger. Alsof ik nog niet genoeg had meegemaakt! Maar ja, wisten mijn leeftijdgenoten veel. Aan het maandenlang durende bevrijdingsfeest mocht ik niet deelnemen. Ook met de bevrijdingsoptocht, waarin een grote groep jongens van onze school voor een grote boot liep, mocht ik ook niet als matroosje meelopen. Logisch natuurlijk, ik was „verkeerd“. Je kunt je indenken wat een kind dan van binnen allemaal doormaakt! Het is dan ook niet goed gegaan. Door alles wat ik beleefd had was ik echt niet meer datzelfde vriendelijke kind van vroeger. Er was niets met mij aan te vangen. Tante riep op een gegeven moment; “hij eruit of ik eruit!!!”. Er moest trouwens al te veel geld aan mij worden uitgegeven. Uiteindelijk kwam, op advies van Bijzondere Jeugdzorg, oma’s besluit: ik moest dus maar weer naar een kinderhuis en zo werd ik weer afgevoerd. Naar Alkmaar deze keer. Daar zijn alle kinderen die in het huis woonden, normaal naar school gegaan, maar persoonlijk had ik er geen enkel plezier aan, omdat al snel bekend werd wat voor soort kinderen in het kindertehuis waren ondergebracht. Weer moest ik in de klas, op het schoolplein en op straat allerlei opmerkingen en de gemeenste scheldwoorden inkasseren. Ik dank dat alles aan mijn ouders en heb daarom nog erg slechte herinneringen aan een groot deel van mijn jeugd.

Na ongeveer veertien maanden werd ik weer overgeplaatst naar een ander kinderhuis, nu in Amsterdam. Daar werd gelukkig niet meer zo op mij gescholden. Ja, het schijnt inderdaad waar te zijn, dat de Amsterdammers misschien toch wat toleranter zijn. Toen ik echter eindelijk wat aan de kinderen gewend was, moest ik, na ongeveer twee maanden zo nodig weer in een ander tehuis worden geplaatst. Daar waren grotere jongens en ik was weer één van de jongste, maar daar was de stemming net zo goed als in het vorige tehuis. Een geluk was ook dat ik op dezelfde school kon blijven.

Ondertussen was mijn oma in Haarlem gestorven. Ik kon vanuit het kindertehuis helaas niet naar de begrafenis komen. Opa was al in het laatste oorlogsjaar gestorven.

En dan, eindelijk werd mijn moeder vrijgelaten uit gevangenschap ontslagen. Helaas kwam ze mij niet gelijk bezoeken, nadat ze me toch al bijna twee en een half jaar niet meer had gezien. Ik geloof echter dat ze veel te weinig geld daarvoor had. Eindelijk kwam ze me in het voorjaar van 1947 ophalen. Dat was natuurlijk een feest voor mij. Eenmaal in het huis waar mijn oma een paar maanden eerder nog woonde, kon ik met mijn twee jaar oudere broer, alleen nog in de schuur slapen, omdat een andere vrijgezelle tante het bovenste deel van de woning bewoonde, maar eigenlijk niet veel thuis was. Moeder en vijf jongens bewoonden de benedenverdieping en daarom was er te weinig plaats. ‘s Zomers was het een groot feest voor twee jonge jongens om in de schuur te slapen, maar al snel kwam de herfst met zijn stormen en daarna die koude winter. Ja, het was héél koud in de winter van 1947 op 1948, althans zover ik mij kan herinneren.

De tante is later verhuisd naar een vriendin en toen hadden we eindelijk de hele woning voor onszelf. Er was echter nog grote armoede bij ons. Alleen mijn oudste broer had werk met weinig loon en kon intussen verder leren, de volgende broer ging in het klooster, ik zelf zat in de vijfde klas en was aan het laatste schooljaar bezig en werkelijk te oud werd om nog verder te leren. Ik had ook geen enkele achtergrond om verder te leren, omdat ik bijna geen school meer had bezocht vanaf de tijd in Groningen, later in Duitsland, in het toenmalige Tsjecho-Slowakije en weer in Nederland tot ik weer in Haarlem kwam. Toen de tijd daar was dat ik school moest verlaten, was ik al veertien jaar oud, en nog geen maand later al weer vijftien! … en had ik maar vijf schooljaren met weinig succes doorlopen! Moeder erg ziekelijk en Vader nog geïnterneerd, dus thuis weinig geld, waardoor van mij werd verwacht dat ik snel werk ging zoeken. Zo ben ik van het ene baantje in het andere gerold. Koksleerling, bakkersleerling, knecht in verschillende levensmiddelen zaken. In de tuinderij heb ik gewerkt, dierverzorger ben ik geweest in het privé-dierenpark van een miljonairsdochter. Ik heb nog geprobeerd om me in het kloosterleven te storten, maar daarvoor was ik niet de aangewezen persoon, naar het schijnt.

Toen kon ik uiteindelijk “na twaalf ambachten en dertien ongelukken” in 1957 bij de Nederlandse Spoorwegen beginnen en ben ik daar met mijn, toch wel erg geringe achtergrond nog tot een aardig niveau opgeklommen. Op het einde was ik, met mijn vijf klassen lagere school, zelfs nog lokettist ofwel verkoopmedewerker. Ik nam in 1997 bij mijn veertigjarig dienstjubileum tegelijk afscheid bij het bedrijf waar ik met zo veel plezier werkte. Ik ben dit jaar alweer 40 jaar getrouwd en heb twee zonen, die beide in die volgorde weer een mooie dochter en een stoere zoon hebben, waardoor ik toch maar de trotse opa van vier kleinkinderen ben.

Dat was mijn geschiedenis in een notendop, die ik nu wel eens op breder niveau kwijt wilde.

Definitielijst

Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.

Bronnen

Deze tekst werd door Leo A. van Leeuwen oorspronkelijk in het Duits vertaald voor de Duitse website www.kriegskind.de. De tekst werd vervolgens naar het Nederlands terugvertaald voor Go2War2.nl door Wilco Vermeer.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Terug in Nederland, Doofstommeninstituut te Sint Michielsgestel. Haveloze “schoffies”. Leo staat links op de foto (Zie pijltje), mei 1945.
(Bron: Collectie Leo A. van Leeuwen.)

Informatie

Artikel door:
Leo A. van Leeuwen
Geplaatst op:
22-12-2005
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2010
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.