De aanslag op Hitler en de hierop volgende staatsgreep van 20 juli 1944 behoren tot de bekendste gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. De geschiedenis van de Duitse Widerstand is ondertussen vrij bekend en de betrokken individuen hebben hun erkenning gekregen. De bekendste van hen is de Zwabische aristocraat Claus Schenk Graf von Stauffenberg. Hij was pas laat bij het verzet gekomen, maar wist met zijn wilskracht de samenzweerders opnieuw te inspireren en stimuleren. Het was Von Stauffenberg die de initiatieven nam, het was Von Stauffenberg die de concrete plannen voor de staatsgreep maakte, het was Von Stauffenberg die de aanslag pleegde en het was Von Stauffenberg die de de leiding over de staatsgreep had.
Gezien de enorme gevolgen die de aanslag en de staatsgreep zouden hebben, was het uiterst opmerkelijk hoeveel er van één man afhing. Von Stauffenberg moest eigenlijk tegelijk in Rastenburg zijn om de aanslag te plegen en in Berlijn om de staatsgreep te leiden. Nog opmerkelijker was dat Von Stauffenberg gehandicapt was door de zware verwondingen die hij in 1943 in Noord-Afrika opgelopen had. Maar Von Stauffenberg was essentieel, omdat hij een uitzonderlijke persoonlijkheid had. Niemand maakte zich illusies: de kans op succes was gering, maar het moest worden geprobeerd. Von Stauffenberg zei zelf: "Ik zou de vrouwen en kinderen van de gevallen soldaten nooit meer recht in de ogen kunnen zien, als ik niets zou doen om een eind te maken aan deze zinloze slachting."
En zoals Generalmajor Henning von Tresckow in de zomer van 1944 zei: "De aanslag moet plaatsvinden, koste wat het kost. Mocht het niet slagen, dan moet toch in Berlijn gehandeld worden. Dan komt het niet meer op het praktische nut aan, maar daarop dat de Duitse verzetsbeweging voor de wereld en voor de geschiedenis de beslissende worp gewaagd heeft. Al het andere is daarnaast niet belangrijk."
