Kampcommandant Albert Gemmeker vond het belangrijk dat gevangenen in Westerbork zich konden ontspannen door te sporten of zich te vermaken met muziek en cabaret. Waarom hij hiervan een voorstander was, valt goed te verklaren. Gevangenen die beziggehouden werden, waren teveel afgeleid om stil te staan bij het lot dat hen boven het hoofd hing. Ook de mogelijkheid om zich te ontspannen maakte deel uit van de dekmantel die moest verhoeden dat gevangenen zich er bewust van werden dat ze vermoord zouden worden.
Sporten die door de gevangenen in kamp Westerbork werden beoefend, waren onder andere voetbal en boksen. Het voetbalelftal van kamp Westerbork stond onder leiding van een Oostenrijkse oud-international. Elke zondagmiddag werden er onder grote belangstelling voetbalwedstrijden gehouden op de appèlplaats. Bokswedstrijden vonden plaats in de Grote Zaal. Deze waren professioneel opgezet met scheidsrechters, secondanten en ringartsen. Ook de Nederlandse oud-bokskampioen Bert Bril, die in 1936 had geweigerd om mee te doen aan de Olympische Spelen in Duitsland, was betrokken bij de organisatie van bokswedstrijden in Westerbork. Andere sporten die populair waren in kamp Westerbork waren handbal, atletiek en schaken.
Al voordat het kamp werd overgenomen door de SS was er een kamporkest opgericht, de Gruppe Musik Lager Westerbork. Het werk van Joodse componisten werd in nazi-Duitsland en door Duitsland bezet gebied beschouwd als Entartete Musik, ‘ontaarde muziek’. Het was ten strengste verboden om naar deze muziek te luisteren, laat staan om deze muziek te maken. Gemmeker trok zich van dit verbod niks aan, want op het repertoire van het kamporkest in Westerbork stond uitsluitend werk van Joodse componisten. Er werd hoofdzakelijk lichte muziek gespeeld, want volgens Gemmeker kon dit muziekgenre de zorgen het beste verdrijven. Voor de klassiek geschoolde musici was het geen probleem om zich hieraan aan te passen, want hun lidmaatschap van het orkest leverde hen een voorlopige vrijstelling van transport op.
In het voorjaar van 1943 gaf Gemmeker drie bekende Joodse artiesten Max Ehrlich, Willy Rosen en Erich Ziegler, vluchtelingen uit Duitsland, de opdracht om een cabaretgezelschap op te richten. Hij vond het eerste optreden van de Gruppe Bühne Westerbork zo’n succes dat hij de cabaretiers voortaan vrijwel de vrije hand gaf in de organisatie van hun optredens. Er werd veel geïnvesteerd in materialen en kostuums om alles een professioneel aanzien te geven. Dankzij deze inspanningen en de medewerking van diverse succesvolle Joodse artiesten was het cabaretgezelschap in Westerbork op dat moment waarschijnlijk het beste van Nederland.
Iedere dinsdag, de dag waarop ook de deportaties plaatsvonden, werd in de Grote Zaal de Bunter Abend georganiseerd. Er werd opgetreden op een podium dat gemaakt was van hout van de vernielde synagoge in Assen. Kampcommandant Gemmeker zat altijd op de voorste rij en genoot zichtbaar van alle optredens. Hij weigerde echter om te klappen voor de Joodse artiesten, want dit kon hij als Ariër niet maken. Dat hij de optredens echter wel degelijk waardeerde blijkt ook uit het feit dat hij cabaretiers, muzikanten, zangers en dansers een voorlopige vrijstelling van transport gaf.
Kampcommandant Gemmeker was vooral ingenomen met het Duitse repertoire dat ten tonele verscheen. De liedjes met quasi-Engelse intonatie van de Nederlandse artiesten Max Kannewasser en Nol van Wezel, oftewel ‘Johnny and Jones’, kon hij bijvoorbeeld niet waarderen. Zij stonden dan ook slechts één keer op het toneel tijdens de bonte avond, maar traden wel op in het Lagercafé. Onder gevangenen was hun Westerbork-serenade, over verliefdheid in kamp Westerbork, echter enorm populair.
Op 4 september 1944 werden ‘Johnny and Jones’ op transport gesteld naar Theresienstadt. In het voorjaar van 1945 overleden ze kort na elkaar in concentratiekamp Bergen-Belsen. Veel andere artiesten ondergingen hetzelfde lot. Het laatste optreden in kamp Westerbork vond plaats in juli 1944. Er was door de nazi-leiding in Den Haag geprotesteerd tegen de uitbundige culturele activiteiten in kamp Westerbork. Men kon het niet verkroppen dat Joden zich zo konden vermaken, terwijl de Duitse bevolking door de oorlog van alle luxe moest afzien. Op 3 augustus 1944 werd de opheffing van het cabaret- en orkestgezelschap bekendgemaakt. De transportvrijstellingen van artiesten werden ingetrokken en in september werden zij gedeporteerd naar Theresienstadt. Weliswaar was dit kamp bestemd voor bevoorrechte Joden, maar desondanks overleefden veel artiesten de oorlog niet.

