Twee weken nadat kamp Westerbork door de Canadezen was bevrijd, arriveerden er gevangenen van een heel ander soort dan de Joden die sinds 1939 in Westerbork geïnterneerd en gevangen gezeten hebben. Het betrof een groep opgepakte NSB’ers. Tot 1948 werd het kamp gebruikt als interneringskamp voor NSB’ers, collaborateurs en Duitsers die in afwachting van hun proces waren. Toen velen van hen in 1948 gratie kregen, kwam er een einde aan het interneringskamp. In het kamp werden vervolgens, vermoedelijk voor slechts een jaar, Nederlandse militairen ondergebracht. Over deze korte periode uit de geschiedenis van kamp Westerbork is niet veel bekend.
Van de zomer van 1950 tot maart 1951 verbleven Indische Nederlanders in het voormalige Westerbork dat de naam ‘De Schattenberg’ kreeg. Nadat de Nederlandse Staat in december 1949 de Indonesische onafhankelijkheid had geaccepteerd, waren zij naar Nederland gevlucht en werden zij in Westerbork ondergebracht. Ondertussen waren er plannen om een monument, ter herinnering aan de deportaties, op het voormalige kampterrein op te richten, maar de Joodse gemeenschap gaf te kennen hier geen behoefte aan te hebben. Een plan dat wel slaagde was de oprichting van een verzetsmonument ter herinnering aan tien geëxecuteerde verzetsstrijders, wier stoffelijke overschotten op het voormalige kampterrein gevonden waren.
Het verblijf van de Indische Nederlanders in Westerbork was van korte duur. In 1951 arriveerden er nieuwe bewoners, namelijk Zuid-Molukkers, veelal militairen die in het Koninklijke Nederlandsch-Indische Leger (KNIL) dienst hadden gedaan. Ook zij waren toen Indonesië onafhankelijk werd, gevlucht. Ze werden op kosten van de overheid op allerlei locaties in Nederland ondergebracht, waaronder in de barakken van de voormalige kampen in Westerbork en Vught. In het begin van de jaren zestig woonden er in ‘Woonoord Schattenberg’ bijna 2.000 Molukkers. De Nederlandse regering besloot in die periode dat de Molukkers moesten integreren in de Nederlandse samenleving, maar het duurde nog tot 1971 voordat het laatste Molukse gezin vanuit het woonoord vertrokken was.
Al in de jaren zestig waren er plannen gemaakt voor de afbraak van het kamp, maar pas nadat het Molukse woonoord opgeheven was, kon men hiermee beginnen. Tegelijk rees de vraag welke bestemming het voormalige kampterrein moest krijgen. Er kwamen voorstellen om het te gebruiken als recreatiegebied of militair oefengebied, maar de Gedeputeerde Staten van Drenthe vonden dit niet gepast. In 1964 vond men een geschikte bestemming. De Stichting Radiostraling van Zon en Melkweg was op zoek naar een gebied waar zij grote schotelantennes kon plaatsen. Westerbork was daarvoor een geschikte locatie. Het voordeel van de plaatsing van deze schotelantennes was dat gemotoriseerd verkeer rond het terrein vanwege de storingsgevoeligheid van de apparatuur niet langer werd toegestaan. Zo bleef de gepaste rust en stilte van het terrein gewaarborgd. Vanaf 1967 werden er in totaal twaalf radiotelescopen geplaatst.
Alhoewel de Joodse gemeenschap voorheen niets voelde voor de oprichting van een monument, kwam er eind jaren zeventig een kentering. De jongere generatie Joden voelde meer behoefte om te herdenken dan hun ouders. In 1970 werd door koningin Juliana op de plaats waar de spoorrails in het kamp eindigden het Nationaal monument Westerbork onthuld. Verder was er echter niets dat herinnerde aan de geschiedenis van deze plek. Om daar verandering in te brengen werd door nabestaanden van Holocaustslachtoffers en andere betrokkenen de Werkgroep Westerbork opgericht. Dankzij hun inspanningen werd er eerst een maquette van het kamp geplaatst en later informatiepanelen. Hun wens om een informatiecentrum te bouwen kreeg echter weinig steun. Hierin kwam pas verandering toen het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) met het voorstel kwam om een replica van de expositie over de oorlogs- en bezettingstijd in Nederland, die in het museum in Auschwitz was geplaatst, te ontwikkelen. Het voorstel van het RIOD werd uitgevoerd en de expositie werd ondergebracht in het nieuwe Herinneringscentrum Kamp Westerbork dat op 12 april 1983 door koningin Beatrix geopend werd.
Alhoewel men voor de opening van het Herinneringscentrum jaarlijks 12.000 bezoekers dacht te verwachten, werden dat er in het eerste jaar maar liefst 50.000. Er volgden in de daaropvolgende jaren meerdere aanpassingen, waaronder de bouw van een educatieruimte in 1987. Om de educatieve rol van het voormalige kamp nog beter toe te kunnen passen, werd het Herinneringscentrum in de jaren negentig helemaal verbouwd. De heropening vond plaats op 12 april 1999. De belangstelling voor het Herinneringscentrum bleef groot. In 2005 bezochten 120.000 bezoekers het voormalige kampterrein, een record.





