Kamp Westerbork

Overname door de SS

In de zomer van 1941, nog voordat de Wannseeconferentie plaatsvond, was in het geheim tot de Entjüdung van Nederland besloten. Alle Joodse Nederlanders zouden, via kamp Westerbork als centraal doorgangscentrum, naar ‘werkkampen’ in Polen en Duitsland worden overgebracht. In werkelijkheid belandde echter het merendeel van de Joden niet in werkkampen, maar in de vernietigingskampen Sobibor en Auschwitz-Birkenau. Om de Entjüdung van Nederland zo efficiënt mogelijk uit te kunnen voeren werd de leiding over het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork op 1 juli 1942 van het Nederlandse ministerie van Justitie overgenomen door de Schutzstaffel (SS), de veelomvattende nationaalsocialistische organisatie die verantwoordelijk was voor de uitvoering van de Endlösung. Binnen de vrij uitgebreide organisatiestructuur van de SS was de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und der SD (BdS) verantwoordelijk voor het kamp in Westerbork. Deze functie werd achtereenvolgens vervuld door SS-Gruppenführer Dr. Wilhelm Harster (15 juli 1940 - 29 augustus 1943), SS-Gruppenführer Erich Naumann (september 1943 - juli 1944) en SS-Oberführer Karl Eberhard Schöngarth (vanaf september 1944). De BdS in Nederland zetelde in Den Haag en was ondergeschikt aan de Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS und Polizeiführer Hanns Rauter.

Nu het kamp niet meer gebruikt werd als vluchtelingen-, maar als doorgangskamp, kreeg het een andere naam. Tot één dag voor de bevrijding van het kamp in april 1945 stond het officieel bekend als Polizeiliches Judendurchgangslager Westerbork. Commandant Schol bleef nog tot december 1942 werkzaam in Westerbork, maar hij had hier na de overname door de SS nauwelijks nog enige invloed, omdat in het kamp een Duitse commandant aangesteld was. De eerste Duitse kampcommandant in Westerbork was SS-Sturmbannführer Dr. Erich Deppner. Door Jacques Presser werd hij in “De Ondergang” omschreven als het “type van een SS-leider, ijskoud, meedogenloos, moordenaar met officiersallure.” Deppner werd in september 1942 opgevolgd door SS-Obersturmführer Josef Hugo Dischner, door Presser omschreven als het “type van een ruwe SS-man, zonder hersens, haast altijd onder de invloed van alcoholische dranken.” Ook Dischner werd al spoedig vervangen, namelijk door inspecteur Bohrmann, een “mannetje van niks”, aldus Presser. Zijn aanstelling was echter ook maar voor bepaalde tijd, want SS-Obersturmführer Albert Gemmeker nam de leiding op 12 oktober 1942 van hem over. Hij bleef kampcommandant tot de sluiting van het kamp in 1945.

In tegenstelling tot zijn voorgangers had de kampcommandant de ambitie om de kamporganisatie zo strak en efficiënt mogelijk aan te pakken. Albert Gemmeker stond niet bekend als de typische brute nazi en werd zelfs een ‘gentleman-commandant’ genoemd. Presser schreef in zijn boek dat bepaalde gevangenen “hem een moeilijk te doorgronden figuur” vonden “naar het uiterlijk volkomen correct, helemaal geen ‘Mof’, meer een Engels sportsman, ‘zeer beleefd, maar zeer gevaarlijk’. Nooit viel hij uit, nimmer schreeuwde hij. Volgens zijn zeggen gaf hij de Joden ‘de beste behandeling, die onder het nationaalsocialisme mogelijk was.’”

Alhoewel Gemmeker getrouwd was, had hij een verhouding met Frau Elisabeth Helena Hassel-Mullender, secretaresse in kamp Westerbork. In tegenstelling tot Gemmeker was zijn maîtresse hard en meedogenloos. Ze schold gevangenen uit, maar mishandelde hen niet omdat dit door Gemmeker uitdrukkelijk verboden was. Wanneer het gezicht of het gedrag van een gevangene haar niet aanstond, zorgde ze dat hij of zij opgesloten werd in de strafcel. Meerdere gevangenen zijn door haar als straf op transport gezet. Door haar brute gedrag stond ze bij kampgevangenen bekend als de ‘kwade ik van Gemmeker’ en werd ze zelfs ‘kwade geest’ of ‘duivelin’ genoemd. Ze werd gehaat, zelfs door de gevangenen die een prominente functie in het Joodse zelfbestuur in het kamp vervulden.

Niet alleen de kampleiding, maar ook de bewaking veranderde na de overname door de SS. Het kampterrein werd omheind met prikkeldraad en er werden zeven wachttorens gebouwd. Met de buitenbewaking werd een SS-Wachbataillon belast, terwijl Nederlandse marechaussees verantwoordelijk waren voor het bewaren van de orde binnen het kamp. Tevens begeleidden de marechaussees, samen met gewone Nederlandse politieagenten, de aankomst en het vertrek van gevangenen op het station Hooghalen. Aan het escorteren van gevangenen van en naar het station in Hooghalen kwam een eind toen het kamp zelf beschikte over een spoorwegverbinding. Uiteindelijk nam de marechaussee ook de buitenbewaking over van de SS.

Definitielijst

Endlösung
Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Naoorlogse politiefoto van kampcommandant Gemmeker.


Kampcommandant Gemmeker en Frau Hassel.
(Bron: J. Presser, Ondergang, dbnl.org)


Omgeving van doorgangskamp Westerbork in 1942.
(Bron: USHMM)


Plattegrond van doorgangskamp Westerbork in 1942.
(Bron: USHMM)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
09-07-2006
Laatst gewijzigd:
27-06-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2010
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.