Piet uit Amsterdam, dwangarbeid in Duitsland

Terug in Wittenberg

Wittenberg, dinsdag 22 mei 1945
Wat zegt u? Wittenberg? Ja, maar laat ik u verhalen vanaf zondagavond. Ik heb altijd gehoord, dat Amerika het land der onbegrensde mogelijkheden is, maar ik heb anders ervaren. Ik schreef al, dat mijn bedrijf doorgang vond. Werk had ik ook al direct. Melk moest er voor het kamp gehaald worden, hout en kolen voor de keuken en paardevoer. Melk en hout kon er zonder meer gehaald worden, voor kolen moest ik nieuwe adressen krijgen. Maar in ieder geval had ik een bedrijf en niet alleen op papier, maar zo als u ziet werkte het ook. Het was 10 uur zondagavond en had ik juist mijn stalwacht gecontroleerd en dacht er aan om eens lekker vroeg naar bed te gaan, toen onze verbindingsman, de heer van der WŁsten, de barak in kwam met de mededeling, dat .... we morgen vertrekken zouden. Met Russische auto's zouden we naar een punt gebracht worden, waar Amerikanen zouden staan met een aantal ex-Russische krijgsgevangenen, waartegen wij uitgeleverd zouden worden. Dat was een feest!!! Maar voor de staf (ahum) was er nog veel te doen. Transportlijsten moesten er samengesteld worden. 25 man per auto en om 8 uur moest iedereen gereed staan om in te stappen. En nu stond onze kok voor de vraag, wat of er met zijn intussen gehamsterde voorraden moest gebeuren. Het enige was het personeel op te trommelen en nog wat koken voor 900 man. En weldra lagen er een paar mud erwten en bonen in de ketels en om half vijf in de ochtend was het eten afhalen. Maar ook dit moest weer op speciale manier gaan gezien de soep niets met soep te maken had. Het was snert geworden, die men werkelijk snijden moest en die melkemmers, die wij voor het eten halen gebruiken, zijn te smal van tuit om daar soep in te gieten. En zo stond uw veel geplaagde kroniekschrijver voor de aangename taak om 900 man achter elkaar in ploegen van 20 man eten te laten halen. Gelukkig waren er enkele ploegen bij met een grote emmer, zodat het hele programma in 3 kwartier gebeurd was. Ik behoef er niet bij te zeggen, dat er van slapen die nacht niet veel is gekomen. Nadat de werkzaamheden achter de rug waren was het koffers pakken. 25 kilo bagage mochten wij meenemen, maar "ik" zou "ik" niet zijn, als ik minstens niet zou proberen om het rampzalig overschot van mijn losbandig leven mee te nemen. En tot nog toe heb ik op een paar kleinigheden na alles bij me. Maar ik sta er nog niet mee in Mokum op het station. In ieder geval stond iedereen om 8 uur gepakt en gezakt. Tegen half negen kwamen er een paar Russische meisjes, die aan de hand van de door hun samengestelde lijst moesten controleren, of iedereen aanwezig was. De tolk moest de namen afroepen en als je naam afgeroepen werd "ja" zeggen. En dan kreeg je een kruisje achter je naam. Ik heb 4 of 5 keer "ja" gezegd en tegen dat er 500 namen afgeroepen waren stonden er nog hoogstens 100 man om het tafeltje heen en gingen de barakleiders naar binnen om nog een paar honderd man op te trommelen als figuranten. Intussen bleek, dat ook de Belgen en Noren vandaag weg gingen, zodat er een drukte van belang was in het lager. Al met al was het half twee geworden voordat de laatste wagen vertrok. Het was echt Russisch. Van een beetje orde of regel was geen sprake en als er een paar wagens geladen waren reden ze maar vast weg. De route was hun blijkbaar ook niet bekend en zo kon het gebeuren, dat wij die in de laatste wagen zaten en alleen weg reden een paar keer verdwaalden en toch nog als eerste een half uur eerder op het afgesproken punt aankwamen. 15 km voorbij Wittenberg, dat ondanks alle beweringen toch door de Russen bezet bleek te zin, over de Elbe, de rivier die voor velen zo langzamerhand een hallucinatie was geworden, er over waren we nog niet. Alles wat over die pontonbrug kwam, geen Amerikaanse auto's met Russen. Later werd verteld, dat ze in de voormiddag al een paar uur op ons gewacht hadden en daar we niet kwamen opdagen weer weggegaan waren. Kunt u zich voorstellen hoe onze stemming was toen de transportleider besloot om met het hele zootje weer terug te gaan. Weer in Wittenberg aangekomen waren we ook nog een goed uur kwijt voordat er een kwartier voor ons gevonden was, en daar zitten we nu.... Hoe we er uitzagen laat zich nauwelijks beschrijven. De hele dag had er een straffe wind gestaan. Aan stuiven geen gebrek en zo langzamerhand wisten we ook weer, wat vermoeidheid betekent. Maar in ieder geval zijn we weer een stukje dichter bij het begeerde doel. Weer rest ons alleen... afwachten.... Geduld is zulk een schone zaak...

Woensdag 23 mei 1945
Het was vandaag een heerlijke dag! Nog nooit heb ik zo'n gezellige janboel meegemaakt als vandaag. Ik wil u er van vertellen, maar dan moet ik eerst nog even ons organisatiesysteem uiteenzetten. We hadden dan als laatste distributieschakel onze voormannen, die elk een ploeg hadden van 20 man. Dan hadden we barakken van 200 man, waarover een menagemeester was aangesteld. Nu waren de moeilijkheden al begonnen in LŁckenwalde, omdat we nu z.g. transportgroepen moesten aanstellen van 25 man. Nu hadden we dus al de prettige taak om in de nacht van zondag op maandag dat karweitje op te knappen en op papier klopte dat dan ook prachtig, maar de praktijk was anders. Wel werden de groepen volgens de lijst opgesteld maar we zouden geen echte Hollanders zijn als we niet toch onze eigen zin deden en onze vriendjes opzochten om bij hen op de auto te kruipen. Dan kwamen we in de nacht in dit kazerne-complex aan, waar we de beschikking kregen over een hele kazerne en waar ieder een slaapplaats zocht zonder zich er om te bekommeren of hij bij zijn ploeg lag of niet. Dat alles was niet zo erg, maar de moeilijkheden begonnen al bij de eerste brooduitdeling. Van de 6 menagemeesters waren er 5 die het brood uitdeelden volgens de nieuwe groepen-indeling. We stonden op het standpunt, dat ieder zich aan de eenmaal verstrekte gegevens moest houden. Maar de zesde menagemeester was zo gochem om nog aan het oude barakkensysteem vast te houden. Maar nu lag het hele geval in het honderd en het gevolg was, dat verschillende mensen geen brood kregen en anderen hadden weer te veel gehad. Niet dat ze daar geen weg mee wisten, daarvan niet, maar het was hier niet zo als in Luckenwalde, waar we over een tamelijk grote reserve beschikten. Nog was dat niet zo heel erg, want per slot van zake zijn we niet ondervoed. Nu zouden we vanmorgen appťl houden, waarbij ieder nog eens zien kon in welke groep hij ingedeeld was en in de toekomst zijn eten kon bekomen. Maar het kwam anders. Toen een Russische officier zag, dat er zo vroeg in de morgen zo'n stelletje flinke jonge Hollanders in de ochtendkou stonden te verkleumen, was zijn eerste werk om een dikke 100 man het terrein op te sturen om de kazernes te laten schoonmaken en de rest naar binnen te zenden om de kamers te laten reinigen. Daar stonden we nu met ons appťl. Zo scharrelden we een beetje door totdat er opeens bericht kwam uit de keuken: eten halen! Ieder moest zich met een schaaltje melden aan de keuken. Na kort overleg besloten we om volgens het oude baraksysteem te laten aantreden en zo groepsgewijze naar de keuken te gaan. Een kleine honderd man had ik al bij elkaar getrommeld en ging ik nog even het gebouw in om de rest bij elkaar te trommelen. Teruggekomen had de kok het nodig gevonden om mijn mensen maar vast mee te nemen en daar stond ik nu. Voor mij bleef er niets anders over om ook maar een pannetje op te zoeken en eten te gaan halen. Dan was er ook nog af gekomen (ik zou het belangrijkste haast vergeten) dat we ons allen bij de dokter moesten laten onderzoeken op luizen en geslachtsziekten, zodat geregeld ongeveer 50 man in behandeling waren, die dus weer niet op tijd hun eten konden afhalen. Dan was er nog de aangename mededeling, dat we in plaats van 500 gram brood slechts 200 gram kregen en een halve liter soep. In de avonduren konden we gelukkig nog een halve liter halen en werd ons ook nog een portie brood toegewezen. Inmiddels waren er weer nieuwe groepslijsten samengesteld en deze zijn nu uitgereikt en aan de hand daarvan wordt er nu het brood en andere lekkernijen uitgedeeld. En nu moet ieder maar uitzoeken waar hij thuis hoort. Maar toch is de stemming niet zo erg slecht als u wel zou vermoeden, want het doktersonderzoek wijst er eigenlijk op, dat we hier niet te lang meer blijven. In ieder geval, we zullen het hopen....

Donderdag 24 mei 1945
Het is nog vroeg, even 10 uur. Veel bijzonders is er vandaag nog niet voorgevallen, maar nu heb ik even tijd om de gebeurtenissen van de laatste tijd nog eens na te gaan. En als eerste wil ik dan nog even babbelen over onze cabaretavond in Luckenwalde. Het was werkelijk verrassend wat er gebracht werd. Verschillende amateurs bevonden zich onder ons en zij hadden een heel aardig programma samengesteld in de vorm van een "non-stop revue" Zo was er een zangduo met gitaarbegeleiding, een trio van dat soort mondharmonika-virtuozen, een Amsterdamse humorist en een zangkoortje was er in elkaar gezet door een beroepszanger. Ook hadden we de medewerking van een paar beroepsmusici, waarover ik natuurlijk geen kritiek mag uitoefenen. Kritiek is eigenlijk helemaal niet op zijn plaats, want ieder heeft zijn best gedaan en niet in de laatste plaats het publiek, dat in een tropische hitte de voorstelling bij moest wonen. En het stemde ons tot voldoening dat de uitgenodigde gasten, officieren van Amerikaanse, Engelse, Noorse en andere nationaliteit, en niet vergeten de Hollandse officieren in Engelse dienst, allen zeer tevreden waren en er paf van stonden, dat we dat in die paar dagen, dat we in het kamp waren, tot stand gebracht hadden. Vooral die Hollandse officieren hebben zich kostelijk geamuseerd. En dan moeten we blij zijn, dat we ons direct in een lager hebben laten stoppen, want nu blijkt dat we bij ťťn van de eersten zullen zijn die onze nachtmerrie, "de Elbe", zullen oversteken. En niet in de laatste plaats aan dit apparaat waarmee ik deze historische verhalen opteken. Hier werd ons ook direct gevraagd naar een lijst van het aantal personen en de nieuwe transportlijsten moesten opgesteld worden. Gelukkig voor mij waren er genoeg schrijfmachine-artisten aanwezig, anders waren we hier nog niet vandaan, als al dat werk op mijn tere schouders terecht gekomen was. Even een kleine onderbreking: zo even is er omgeroepen, dat het gebouw en het terrein er om heen schoon gemaakt moet worden voor de aanstaande nieuwe bewoners.... De mogelijkheid bestaat, dat we vanmiddag of morgen vroeg weer vertrekken... Het resultaat van onze organisatie! En we hebben ze gezien op onze tocht van Luckenwalde naar Wittenberg, Belgen, Fransen, Hollanders en andere nationaliteiten, voort sjokkende achter of voor hun wagens, waar ze hun bagage opgepakt hadden net zo als wij van Berlijn vertrokken waren. Maar ze moeten toch begrijpen, dat die transporten toch van overheidswege geregeld moeten worden. Hier zijn gisteren ook 1500 Fransen aangekomen, die geheel op eigen houtje een colonne gevormd hadden en op deze wijze naar huis probeerden te komen. Maar dat gaat niet! Ze moeten weer terug en ik meen, naar Luckenwalde waar ze eerst door de Russische overheid geregistreerd moeten worden. En dan de moeilijkheid van voedselvoorziening. Het is niet meer zo als vlak na de bezetting, dat het "organiseren" nog op eigen houtje gebeurde. Nu wordt alles gedistribueerd, zodat, al hebben we het niet slecht van eten. het spek en dergelijke lekkernijen ontbreken. En hier voor mij, op het grote exercitieterrein stellen ze hun colonne weer op en dan maar weer verder. Wij rekenen er in ieder geval op, dat we per auto verder gaan.... Eerstens komen ze 's morgens om 7 uur iedereen uit zijn bed trommelen en dan zijn ze erg op reinheid gesteld en worden we geregeld opgeroepen om de terreinen schoon te maken en dan hebben we gezien, dat ze b.v. er erg achter heen zitten, dat iedereen door de dokter onderzocht wordt. Wel gebeurt dat ook met Franse slag maar zij die werkelijk ziek waren werden direct naar het hospitaal gebracht. Ook komen ze de kamer inspecteren en er werd order gegeven dat iedereen morgen de kamer met een emmer water aan moet dweilen. Maar discipline is iets waar ze zich ogenschijnlijk niet mee ophouden. Salueren voor een hogere heb ik nog niet gezien en als het gebeurde had het meer weg van een vluchtige groet. Ik heb het gezien onderweg, in een dorp, alwaar een grote boerderij ingericht was als kazerne. Maar de schildwacht stond niet voor de poort maar lag in het gras! Een personenwagen kwam aangereden en wilde de boerderij oprijden. Hij richtte zich half op en toen hij zag dat er Russen in zaten bleef hij maar liggen.... Maar met hun wapens springen ze mij een beetje te gemakkelijk om. Dat malle pistool gebruiken ze net als een stukje speelgoed. Op onze tocht van Luckenwalde naar Wittenberg hadden we onderweg wat oponthoud en in die tijd vermaakten de heren chauffeurs zich met scherpschieten op een hoopje zand. Een ander ging met zijn geweer een haas achterna in het veld. En dan fietsen! De meesten zijn de kunst niet machtig en oefenen zich ieder ogenblik dat ze vrij hebben. En zij die de kunst onder de knie hebben racen als een gek over een terrein steeds maar in de rondte...

Wittenberg 25 mei 1945
De stemming dreigt beneden het nulpunt te komen. Het enige nieuws dat ons vandaag bereikte kwam uit de keuken. Het was de laatste maal dat er voor ons gekookt was. Vandaag zouden we vertrekken. Maar het is inmiddels3 uur maar een officiŽle mededeling is er niet. Afwachten is de boodschap. Laat ik intussen weer eens een beetje over me zelf babbelen. Ik was sinds een paar dagen van mijn ambten ontslagen door de nieuwe gang van zaken. Het eten wordt hier door de Russische keuken verzorgd en het brood wordt direct door het keukenpersoneel, die de voorraad beheren, aan de voormannen uitgegeven, zodat ik nu me zelf voel als "minister zonder portefeuille"! Wel ben ik benoemd tot "wagenleider" van de twee laatste wagens, zijnde de "stafwagen" en de wagen, waar het z.g. overschot op komt, maar zo lang er geen wagens zijn, heb ik ook niets te "leiden". Ik hou me bezig met het tikken van verschillende orders, door de Russen uitgevaardigd en het voornaamste nieuws dat we per radio opvangen. En dan schrijf ik af en toe een "bemoedigingspil", want steeds daalt de stemming. Gister vond was er weer een dansavond gerganiseerd, die echter in de war gestuurd werd door de Fransen, die langzaam maar zeker een slechte naam krijgen bij ons. En voor de rest is het maar afwachten. Alle formaliteiten zijn vervuld en het wachten is op het sein "instappen".

Zondag, 27 mei 1945
Zo langzamerhand dreigt mijn dagboek ongezellig te worden, zelfs voor die moedige lieden, die de lust hebben gehad en het uithoudingsvermogen om tot hier toe te komen. We zitten nog steeds in Wittenbberg en de hoofdzakelijkste bezigheid is: eten halen! Gisteravond hadden we weer een dansavond georganiseerd, die bijna in een vechtpartij uitliep. Weer waren het de Fransen, die probeerden toegang te krijgen in het toch al overvolle zaaltje. Het liep gelukkig met een sisser af, maar de stemming was weg. En weer is ons gezegd, dat we morgen misschien weggaan.

Dinsdag, 29 mei 1945
Gisteren was het zo ongezellig hier, dat ik geen lust had om de sfeer weer te geven in deze annalen, maar vandaag hebben we weer iets nieuws. Nee, we zijn nog niet weg. Het gerucht gaat, dat de Amerikanen nog niet klaar zijn om ons te ontvangen. Onze verwachtingen zijn hoog gespannen nu we weten, dat er zo veel drukte gemaakt wordt om ons te ontvangen. Zijn ze bezig om guirlandes op te hangen en erepoorten op te richten? Wat mij betreft kunnen we ook wel zonder die feestartikelen naar huis. Maar nu het nieuwigheidje hier in het kamp. Ik had al eerder het plan geopperd voor een soort krantje. Interesse was er ook wel maar de middelen ontbraken. Laat er nu vandaag een stuk stencilmachine gevonden worden! Direct werd ik van die vondst op de hoogte gesteld en meteen toog ik, nee niet aan het werk maar op zoek naar medewerkers, die in de eerste plaats verstand hadden van zo'n stencilmachine. En ik vond een betrouwbare kracht in mijn zwager. Direct werden er een paar mannetjes bij elkaar getrommeld, die de kelder, waar dat ding uitgekomen was, door gingen snuffelen om de ontbrekende delen op te zoeken. Dat was niet zo eenvoudig, want door de hele kelder lag een laag oud papier van minstens een meter hoogte. Maar buiten verwachting zijn ze er toch in geslaagd om de voornaamste delen op te scharrelen, zodat het apparaat draaien kon. Het enige wat nu nog mankeert is inkt. Gelukkig was het ding nog zo vet, dat we een drukproef konden maken, die geslaagd mag heten. Nu moet ik morgen zien, dat ik vergunning krijg om het kamp uit te gaan en dan in Wittenberg op zoek te gaan naar stencilinkt. En als ik dat gevonden heb, dan heb ik weer "kapsies" en zit ik achter mijn schrijfbureau, terwijl er op de deur van mijn kantoor, dat ik intussen al weer ingericht heb, een schild prijkt: Redactie van het dagblad "Op weg naar huis". Of die grap ook zo afloopt als mijn transportonderneming in Luckenwalde? Afwachten....

Woensdag, 30 mei 1945
Mensenlief, ik heb wat op mijn hals gehaald. Wie ben ik? Hoofdredacteur van het dagblad "Op weg naar huis" Nadat ik vanmorgen eerst gelopen heb van het kastje naar de muur om de zo zeer begeerde stencilinkt op de kop te tikken (*), ben ik aan het werk getogen om de eerste krant nog vanavond te laten verschijnen. Wat voor hoofdbrekens dat nog kost om 2 velletjes papier aan 1 kant vol te drukken kan een leek op geen stukken na begrijpen. Stof is er genoeg, daar niet van, maar de technische moeilijkheden. Eerst moest er een proef genomen worden met de tekening van de kop van het blad. Zo iets kost natuurlijk tijd. Gelukkig hebben we materiaal genoeg, zodat we niet op een stenciltje of een blaadje papier hoeven te kijken. Gelukkig hebben we ook krachten genoeg, die hun sporen op dat gebied reeds verdiend hebben, maar ja, na een paar jaar werken in Duitsland raak je de routine op dat gebied een beetje kwijt en worden er natuurlijk fouten gemaakt. In ieder geval, de krant verscheen vanavond op tijd en de plannen voor morgen zijn 4 pagina's!....

Opmerking redactie: De krant is na te lezen op: dagblad 'Op weg naar huis'

31 mei 1945
Vier pagina's groot was vandaag mijn krant. En ingezonden stukken, meneertje, voor een hoofdredacteur van mijn formaat om van te watertanden. En een gewichtig persoontje dat ik geworden ben! Niet te geloven. Alles komt naar de redactie. Kunt u niet een artikeltje schrijven dat de jongens niet zo vloeken? Het eten is vandaag zo zout en aangebrand. Krijgen we geen tabak? Waarom geen zeep?

Zaterdag, 2 juni 1945
Wat men al niet meemaken kan in deze tijd! Niet alleen dat ik me gewichtig voel, nee, ik ben ook een gewichtig persoon! Vandaag is het 4e nummer van mijn krant uitgekomen, maar de eerste 3 uitgaven hebben me al zo veel werk bezorgd, dat ik nauwelijks tijd had om te eten. Natuurlijk is het allemaal een nieuwigheidje. De behoefte aan een p....paaltje bleek wel degelijk te bestaan. Naast veel zouteloos geklets kwamen er veel brieven, waarvan de inhoud werkelijk niet gek was en enkele grieven heb ik dan ook uit de wereld kunnen helpen. Er was werkelijk gebrek aan een soort klachten en inlichtingenbureau. Niet dat onze positie direct zo veel verbeterd is, maar op vele vragen krijgen de mensen nu eindelijk een definitief antwoord, het zij positief of negatief. Maar er is wat afwisseling, waarin ik geholpen wordt door een voetbalwedstrijd, die juist aan de gang is. Er is wel meer gevoetbald, maar nu is er een soort officiŽle Holland-BelgiŽ wedstrijd aan de gang. De spelers hadden zich eerst in mijn bureau verzameld, waar ze toegesproken werden door onze sportleider. Dan marcheerden ze achter elkaar het veld op en de beide volksliederen werden gespeeld, lauwerkransen overhandigd enz. Onnodig te zeggen, dat de redactie van "Op weg naar huis" hedenmorgen uitkwam met een exemplaar, getiteld "extra editie", waarin in de Franse en de Hollandse taal de voetbalwedstrijd aangekondigd werd. Dat de Hollandse kolonie hiermee een goede beurt maakte, mag ik u wel verraden. Uw arme kroniekschrijvertje kon een pluimpje in zijn zak steken en werd uitgenodigd om op de eretribune plaats te nemen. Helaas moest ik bedanken wegens overdrukke werkzaamheden... De wedstrijd wordt gespeeld vlak voor mijn raam, maar deze regelen zijn voor mij belangrijker. Het is een gefluit en gejoel af en toe waar je naar van wordt, enfin, u kent dat. Laat ik niet vergeten te vermelden, dat ik gisteren al genoodzaakt was om mijn bureau te verplaatsen wegens plaatsgebrek. Ik heb nu een grote kamer aan de voorkant van het gebouw en troon ik nu achter een groot bureau, dat ik in de hoek gezet heb, zodat ik als een echte directeur in de hoek van de kamer prijk.

Ruski
Inmiddels is Meyerink er in geslaagd om weer een cabaretprogramma in elkaar te draaien. We zijn gewoon ingeburgerd en het lijkt wel of we hier voorlopig niet vandaan willen. Cabaretprogramma's, en dagbladen zijn tenminste geen verschijnselen in kampen, waar men hoogstens een paar dagen denkt te verblijven. Een gezellig avondje wordt gauw genoeg in elkaar gedraaid, maar hier gingen 4 dagen repetitie aan vooraf, een officieel programma en toegangsbewijzen. Heel officieel was de Russische commandant uitgenodigd en enkele officieren van de Franse en de verbindingsmannen van de Belgen. De Russische commandant, en velen van u brandt de vraag reeds op de lippen, wat was dat nu voor iemand? Ik heb een paar maal met hem te maken gehad en hij maakte op mij geen slechte indruk. Ik denk, dat hij van boeren afkomst is, ongeveer 50 jaar oud, zodat hij ook de tsarentijd gekend heeft. Hij is op en top een Rus en tegen ons niet onvriendelijk, maar hij kent weinig plichtplegingen en omgangsvormen. Wanneer ik hem 's middags bezocht dan hing hij meestal heerlijk lui achterover op zijn stoel en zijn belaarsde voeten op zijn bureau uitgestrekt. Dat was het enige, dat er op zijn schrijfbureau te zien was. De onderwerpen, waarover ik spreken wou, daarvoor moest ik altijd maar weer eens terugkomen. Maar laat ik nu mijn impressie aan u voorleggen, zo als deze was na de feestavond. Hij was groot, dik en breed, zijn hoofd was kaal, maar dat is de gewoonte in het grote Russische leger. Hij was glad geschoren en dat was, omdat het geen gewoonte meer was baard en knevel te laten groeien. Maar dat misstond hem. Hij was nog van de oude stempel, maar ingezet in het grote moderne leger, waar baard en knevel geen opgeld meer doen. En hij had zich aangepast. Hij had het gebracht tot kapitein en als zodanig was hem de leiding toevertrouwd van het kamp, waarin wij ons transport naar huis moesten afwachten. Ja, hij was officier, maar hij had er altijd voor gezorgd, dat hij een lauw baantje had. Hij voelde niets meer voor het rumoer aan het front. Daarvan had hij al genoeg beleefd in de vorige wereldoorlog en was met zijn baantje als officier in het bezette gebied best tevreden. En helemaal in het kamp, waar buitenlandse arbeiders waren. Voor orde en rust zorgen die lui zelf en de hoofdzaak is, dat zijn collega's in de nabije stad er voor zorgen dat hij voldoende voedsel heeft voor die mensen. En voor de rest heeft hij zijn personeel. Hij heeft een secretaresse, die goed Duits spreekt, en dus zijn rechterhand is. Verder heeft hij nog en paar onderofficieren, die de wacht verzorgen. En zo heeft hij zich dus nergens mee te bemoeien dan alleen met het welzijn van de hem toevertrouwde repatriŽrenden. En dat brengt nog wel eens moeilijkheden mee. Die hebben nu altijd wat anders. En altijd klagen over het eten. Nu ja, het kon beter, dat is zo. Maar over een paar weken zijn ze toch thuis en dan hebben ze toch weer volop. Dus moeten ze zich maar weer met wat minder getroosten.

En nu hebben we weer wat anders! Waartoe die lui al niet in staat zijn. Hebben ze waarachtig een complete revue in elkaar gedraaid. En het ergste is, dat ze me uitgenodigd hebben om de voorstelling bij te wonen. Wat moet ik daar doen bij die poppenkasterij. Maar ja, wat heeft Stalin ook weer gezegd? O, ja, vrede bewaren en zorgen, dat al die Westeuropeanen een goede indruk van ons krijgen. Nu, een goede indruk hebben ze van ons wel gekregen. Hebben we ze niet het zelfde plunderrecht gegeven als wij genomen hebben. Hebben we ze niet laten zien hoe je met dat gehate Duitse gebroed om moet gaan?, En wat ik toch voor ze kan doen doe ik toch? Nu ja, die vervelende kwestie van die radiotoestellen kwam toch niet van mij af. Dat was Nicolai, die gehoord had, dat we hun radiotoestellen mochten afnemen! Ik had al een toestel, dus van mij konden ze het houden. Maar Nicolai is altijd zo, die wil al dat soort dingen hebben. Ik ben benieuwd of hij veel fototoestellen te pakken krijgt! Schrijfmachines mogen ze ook niet hebben volgens de bepalingen. Maar waarom zou ik die dingen in beslag nemen. Ik heb er maar oppassen aan en kan die dingen toch niet gebruiken. Maar over die radio's laten ze me niet met rust. Och, eentje kunnen ze eigenlijk wel terug krijgen, dan kunnen ze ook eens wat nieuws uit hun vaderland horen. Ik zal Nicolai zeggen, dat hij er eentje terug moet geven, aangenomen, dat Nicolai ze niet reeds versjaggerd heeft. Maar nu moet ik vanavond naar die voorstelling. En natuurlijk verwachten ze ook dat ik ze toespreek. In plaats van nu vanmiddag rustig te kunnen slapen moet ik bedenken wat ik zeggen moet. En natuurlijk moet ik mijn beste uniform aantrekken. Wat kunnen die lui toch een last veroorzaken, maar Stalin heeft gezegd: maak een goede indruk, dus...

En zo verscheen hij op het toneel. Pontificaal uitgedost en zijn hoofd en baard waren nog eens extra geschoren. Hij heette ons welkom, twee tolken stonden naast hem. Zin voor zin werd vertaald, eerst in het Hollands en dan in het Frans voor de Franse gasten. Hij was de enig juiste vertolking van de Russische macht. In zijn volle breedte met opgeheven hoofd beende hij tijdens zijn rede over het toneel en vertelde ons, dat het de Rode Armee geweest was, die Europa bevrijd had van de Nat.Soc. knoet. Dat het de Rode Armee zou zijn, die met samenwerking van Engeland en Amerika weer welvaart zou brengen in Europa. Dat de Rode Armee er voor zou zorgen, dat de nog levende volgelingen van Hitler hun gerechte straf niet zouden mislopen, dat de Rode Armee het sterkste leger ter wereld was en dat de wereld het aan de Rode Armee te danken had, dat zij zo gauw verlost was van Hitler en zijn bende en dat de Rode Armee zou waken voor de vrede in Europa. En verder wenste hij ons ook een gezellige avond. En in de overtuiging dat hij er volledig in geslaagd was ons tot enthousiaste propagandisten van Rusland gemaakt te hebben verliet hij het toneel.

De avond verliep gezellig en na afloop was er nog bal na. Staande tussen de toeschouwers deed ik weer een nieuwe indruk op. Het was stampvol in de danszaal. Met moeite konden de paren zich bewegen onder de tonen van de muziek, die aangevoerd werd door een schorre trompet en rond de draaiende paren verdrongen zich de toeschouwers.

En dicht bij de muziek had hij een plaatsje gevonden, het soldaatje. Hoe oud was hij? Ik denk hoogstens 16 jaar. Het was een tenger kereltje en zijn slordige uniform deed een beetje komisch aan. Aan zijn riem hing, veel te groot voor zijn postuur, een bajonet. Wat ging er om in dat kinderhoofdje? Ik weet het niet. Waar haalde hij eigenlijk de moed vandaan om zich zo maar onder die vreemde mensen te begeven? Ze draaiden zo gek rond met een vrouw op die voor hem onbegrijpelijke, onsamenhangende muziek! Maar hij behoefde zich niet verlegen te voelen. Hij was toch soldaat, een onderdeel van die grote Russische armee. Ook zijn grote broers, waarschijnlijk uit de grote steden van het grote Russische rijk, waren hier en draaiden net zo rond als die andere vreemde mensen uit die vreemde wereld waarin hij terecht gekomen was door de overwinning van zijn armee. Hij had het recht om hier te zijn en in zijn verlegenheid zocht hij steun bij het bewijs van zijn autoriteit en speelde zo'n beetje met zijn bajonet, een trofee, op de vijand veroverd. Maar zo heel vreemd was muziek nu ook weer niet voor hem, want in een rust tussen 2 dansen door riep hij met een hoog stemmetje: "MUSIKA, MUSIKA, ein Walz! Maar musika hoorde hem niet en had al weer een andere opdracht en met een weemoedige blik in zijn kinderlijke ogen staarde hij in voor mij onbegrijpelijke verten. Waarvan droomde hij! Over de tijd dat hij nog bij zijn vader en moeder was, ergens diep in het achterland van het onmetelijk grote rijk, waarvan hij nu ook een steunpilaar was? Of aan de tijd, dat hij ook groot en flink zou zijn zo als zijn grote broers? Of liet hij zijn gedachten gaan over die voor zijn begrip schaamteloze vrouwen en meisjes met hun korte rokken en dunne kousen en blote armen? Wellustige gedachten? Och nee, daarvoor was hij nog te veel kind. Het dansen werd gestaakt en een zanger zong, heen en weer lopend op de dansvloer en met ogen vol ontzag volgde hij die voordracht. Dat iemand zo iets kon! Oh ja, radio en grammofoon had hij vaak genoeg gehoord, maar om nu iemand zo in levende lijve te horen zingen was hem nog niet overkomen. Hij begreep niet wat die man zong, maar in ieder geval, die man zong en bij het einde klapte hij enthousiast in zijn handjes. En even later was het een dame, die op een viool speelde en die muziek scheen hij beter te begrijpen. Het was in ieder geval iets poesta-achtigs en met grote schitterogen wiegde hij mee op een maat, die ik zelf niet ontdekken kon. En het scheen wel of hij daardoor meer moed gekregen had, want even later bij een dans had hij ook een meisje genomen en hoste daarmee rond. Genomen had hij haar! Dat kon hij doen. Hij was toch een soldaat van die grote armee en hij wist toch, zijn grote broers hadden al zo vaak een vreemde vrouw genomen...

* Behalve stencilinkt was in het kamp van Wittenberg ook geen enkele stencil te vinden. Na verkregen toestemming mocht Piet met nog een andere Hollander, maar begeleid door een Russische soldaat met een groot pistool, met een vrachtauto naar de stad. Bij een kantoorboekhandel konden zij 1 tube stencilinkt en 2 dozen stencils bemachtigen. Dat de winkelier hen zo vlot hielp was waarschijnlijk te danken aan de aanwezigheid van de Russische soldaat met zijn pistool. Over betalen werd niet gesproken. Ook stencilpapier was niet voorradig. Daarom werden de 'krantjes' afgedrukt op de blanco achterzijde van in de magazijnen gevonden formulieren en briefpapier van de Wehrmacht. Hierdoor liet de kwaliteit van de afdrukken veel te wensen over.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
bajonet
Steekwapen dat voor man-tot-man gevechten op het geweer geplaatst kan worden.
kolonie
Overzees gebiedsdeel.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Redactie Go2War2.nl
Geplaatst op:
14-06-2006
Laatst gewijzigd:
18-03-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.