Naar Dessau: Wittenberg, 7 juni 1945
Nu zitten we alweer twee en een halve week hier in Wittenberg. En als we uit het raam kijken dan zien we regelmatig over een weg die schuin voor de kazerne ligt, hele colonnes vrachtwagens gaan. Ik ben zo bevoorrecht dat ik in de ochtenduren naar de stad ga, zodat ik er nog eens uit kom. En dan heb ik volop werk met mijn krant. Gelukkig ben ik in het bezit van een medewerker die al heel wat gepresteerd heeft op dat gebied, zodat ik het technische gedeelte geheel aan hem over kan laten. Maar ondanks dat blijft er nog genoeg werk over. Eerst moet ik zorgen dat ik alle dagen een artikeltje in elkaar draaien kan dat waard is om op de voorpagina te plaatsen. Dan moet ik de binnen gekomen brieven lezen, eventueel beantwoorden. Gelukkig is de brievenstroom een beetje verminderd, maar dan zijn er weer de artikelen van de medewerkers, die ik censureren moet. Dan de werkzaamheden indelen, zodat we op tijd de krant klaar hebben. En dat wil nog wel eens spannen. Dan verbruik ik per dag ongeveer 800 vellen papier en ik heb hoogstens nog voor een dag of vijf, dus moet ik weer "organiseren". Och, als we straks weer verder gaan, dan is de krant vergeten. Belangrijker problemen vragen dan weer de aandacht. En de "hoogachting" die sommigen nu voor mij hebben is dan weer gauw verdwenen. Nu ben ik een stem, die invloed heeft op de openbare mening. Mijn oordeel wordt gevraagd en bij een dispuut over een onderwerp, dat ik toevallig al eens behandeld heb hoor ik dan: "maar zo heeft het in de krant gestaan!"
Wittenberg, 8 juni 1945
Weer wat anders !! Het is kwart over twaalf en daar komt plotseling de mededeling van de commandant, dat het gehele lager vanmiddag om drie uur ontruimd moet worden! We moeten lopen naar Dessau, zesendertig kilometer verder. Denk eens aan, achtduizend mensen zijn hier, waaronder vele vrouwen en kinderen en zieken. Hoe stellen die zich dat voor? Wat moeten we met onze bagage beginnen?
5 uur
Het is hopeloos. Ruim achtduizend mensen staan hier op het geweldig grote plein bijeen, wachtend op het sein van vertrek. Zoveel mogelijk hebben we de zogenaamde wagengroepen gehandhaafd bij het opstellen van de colonne, maar het is een hopeloze poging. De Fransen en de Belgen die het eerste zouden vertrekken, willen ook hun groepen formeren maar zij hebben het nadeel, dat zij over verschillende kazernes verdeeld zijn, zodat het heel moeilijk is om alles bij elkaar te krijgen. Iedereen staat iedereen in de weg. Eindelijk komt er lucht. De diverse transportlijsten zijn in orde bevonden en de poort wordt open gezet!! Het zijn de Franse ex-krijgsgevangenen die als eerste in de marscolonne het terrein verlaten, gevolgd door de overige Fransen. Dan volgen de Belgen. Het is bijna acht uur als de laatste Hollander het terrein verlaat. Morgen worden we in Dessau verwacht door de Amerikanen, zo wordt ons gezegd. Ruim zesendertig kilometer lang is de weg die voor ons ligt. Al gauw blijkt dat velen van ons zichzelf overschat hebben. De weg ligt bezaaid met allerlei artikelen die weggeworpen zijn. Niet iedereen is een pakezel. Onze zieken zijn in het stedelijk ziekenhuis ondergebracht, zodat we daar gelukkig geen zorg voor hebben. We zijn nu ruim twee uur onderweg. Ik heb nu enigszins een overzicht gekregen van deze "volksverhuizing". Het groepje waar ik bij aangesloten ben, is zo fortuinlijk geweest om een klein trekwagentje te kunnen "organiseren", zodat ieder tenminste een klein deel van zijn bagage kwijt kan. Intussen zijn wij velen gepasseerd en het bleek alweer dat de Hollanders niet zo gauw bij de pakken neer gaan zitten, in letterlijke en figuurlijke zin. De vreemdsoortigste voertuigen hadden ze samengesteld. Wielen zag men van allerlei aard. Autostuurwielen, grote kogellagers, schijven van rond hout gezaagd, stukken buis, alles schijnt dienst te kunnen doen als wiel. Op brancards, aan lange buizen zijn koffers en pakken bevestigd, kortom alles is uitgedacht om zoveel en zo lang mogelijk bagage te kunnen meeslepen. Over het algemeen heeft men goede moed. We zijn op weg naar huis!!! Dat is de hoofdzaak en we hadden bijvoorbeeld wel graag met een taxi naar Dessau gegaan, maar op dergelijke kleinigheden wordt nu niet gelet. De hoofdzaak is: we gaan weer in de richting Holland.
Nu even een klein intermezzo. In de afgelopen nacht waren de Franse, Belgische en Hollandse verbindingsmannen bij elkaar geroepen door de Russische commandant. Er waren al verschillende malen klachten geuit over het eten. Nu had de commandant, die werkelijk inzag dat de klachten gegrond waren, moeite gedaan om wat verbetering te brengen. Het resultaat was het volgende: er werd vastgesteld dat we recht hadden op vijfhonderd gram brood per dag. Wegens vervoersmoeilijkheden konden wij daar echter niet alle dagen op rekenen. Maar nu zou er meel naar Wittenberg komen en dan moesten we zelf bakken. Er zouden onder ons wel bakkers zijn, meende de commandant. Dat was punt nummer 1. Punt nummer 2 was tabak. Ook daar hadden we recht op en de commandant zou zijn best doen, dat we dat ook kregen. Suiker zouden we in een grotere hoeveelheid ontvangen, indien mogelijk en hij zou zijn best doen dat wij wat boter of margarine op ons brood konden smeren. Hij zou zijn best doen, dat hij nog een auto ter beschikking kreeg en dan zou hij proberen of we niet wat verse groente konden krijgen. De vergadering sloot over tweeën. Uw arme kroniekschrijver, die zijn nachtrust geofferd had om het laatste nieuws voor zijn krantje te vergaren, die, al wachtende op de gang aan het ijsberen was en zijn personeel al bij elkaar wilde trommelen om 's morgens vroeg een extra editie te laten verschijnen, kroop weer op zijn stromatras. Had hij ingezien, dat organisatie iets is, waar de Russen geen verstand van hebben, voelde hij dat we veel te kort gekomen waren en wilde hij zich op deze wijze voor ons vertrek verontschuldigen? In ieder geval gaf hij er blijk van te weten hoe het eigenlijk hoorde.
We zijn vlak voor Cosswick en ons wagentje, waar natuurlijk veel te veel op ligt, dreigt te bezwijken. Drie van de vier ijzeren wielbandjes zijn al los en met ijzerdraad omwonden. En nu is het vierde wiel ook zover. En weer prutsen wij met ijzerdraad. Nog een half uur, is mijn berekening, en dan is het gedaan. Maar in Cosswick gekomen slagen wij erin om voor een hand vol koffiebonen en een paar bussen vlees een tweede wagen te krijgen en de oude een beetje te laten repareren. Ook krijgen we een hamer, tang, wat spijkers en een rolletje staaldraad mee en er wordt zelfs voor ons nog een grote pot koffie gezet. Het is ruim twaalf uur geworden en we besluiten om verder te gaan. Het is goed weer en morgen kunnen we weer de zelfde hitte als vandaag verwachten. Even over tweeën komen we aan de weg, die naar de hulpbrug over de Elbe gaat, maar de weg is zo slecht, dat we eerst maar het daglicht afwachten voor we verder gaan.
Zaterdagmorgen, 9 juni 1945
De dag is nauwelijks aangebroken. Een dichte nevel hangt over de rivier. Het is kil, zo als het kil kan zijn op een vroege zomerdag aan het water. We hadden ons vannacht aan de kant van de weg neergelegd en zelfs nog wat geslapen. Huiverig en stram waren we bij het eerste morgenkrieken opgestaan en weer verder getrokken. Onze bagage hebben we gedragen om de wagens te sparen en zo kwamen we aan de brug over de Elbe.... Onze nachtmerrie, het onderwerp van iedere dag en van vele gesprekken, de mysterieuze rivier, was eindelijk bereikt en, oh wonder, geen soldaat stond er om ons de weg te versperren. Maar het was geen juichende menigte, die de Elbe overschreed. Het was een lange stoet van oververmoeide mensen, die zich voortsleepte, gebukt onder de laatste resten van hun bezit, nauwelijks op of om kijkend. Maar we krijgen weer moed. Nog 6 kilometer. wordt ons verteld en dan zijn we bij de Amerikanen. Die wachten daar met auto's om ons verder te transporteren. Dat vertelden ze ons in Vockerode, het dorp direct aan de overzijde van de Elbe. En nu zijn we dan aan de "demarcatielijn". Een eindeloze rij is er gevormd en slechts langzaam gaat het vooruit met grote tussenpozen. Het is ons onbekend hoe de controle uitgevoerd wordt, maar wel weten we, dat er per dag 3000 mensen behandeld kunnen worden. We staan tamelijk vooraan, d.w.z. misschien staan er 2000 mensen voor ons, dus hebben we een redelijke kans dat we er vandaag nog doorkomen. Alles staat nu door elkaar, Fransen, Belgen en Hollanders. Van enig verband is geen sprake meer en het is onbegonnen werk om op deze dijk een colonne te formeren. We zullen maar afwachten. Nu heet het "ieder voor zich" Wanneer kunnen we weer wat slapen? Wanneer kunnen we weer wat eten? Die vragen houden ons het meeste bezig. Het is nu 10 over half elf en een historisch moment gaat gebeuren. Meter voor meter gaan we voorwaarts en nu staan we nog ongeveer 50 meter van de afsluitboom af. Nog even en dan zijn we in handen van de Amerikanen.
We zijn de slagboom voorbij en zijn door een groot grasveld getrokken. Hier was gelegenheid om alles weer enigszins te sorteren. Daarna zouden we in groepen gecontroleerd worden op onze passen. Het is nu ongeveer kwart voor één en we hebben 380 man bij elkaar gezocht. Het grootste gedeelte heeft nog het geluk gehad dat ze mee konden rijden met Russische vrachtwagens. De rest van de 900 man was nog onderweg. Bij informatie bleek, dat eerst de Franse krijgsgevangenen passeren moesten. En nadat we nog eens geïnformeerd hadden bleek het, dat het nog wel een dag of 3 duren kon voordat we aan de beurt waren... Daarvan is nog niets bekend.
Het is avond geworden en in tegenstelling met onze verwachting hebben we toch nog brood gekregen. Twee maal kregen we een brood van 1500 gram, dat we met 10 man moesten delen. En ook hadden velen van ons nog iets bij zich zoals meel, grutten of havermout, zodat al gauw overal vuurtjes gestookt werden. In het schemerdonker was het net een indianenkamp. De stemming was wel gezakt toen bleek, dat het nog wel een paar dagen kon duren voordat we verder konden, maar toch klonken al gauw in het donker bij het kampvuur bijpassende liederen, afgewisseld door "ouwe taaie" en "hoe lang zal het nog duren!"
Zondagmorgen. Het is al vroeg dag voor ons. Het slapen in de open lucht kan ons niet bekoren. We hebben daar heel geen rekening mee gehouden. De meesten van ons hebben slechts één, deken bij zich. Dan heeft het gedauwd, zodat het ontwaken onaangenaam is. Maar we zijn op weg naar huis, dus wat kan ons eigenlijk gebeuren. Nauwelijks verspreid de zon weer licht over Dessau of de hele kolonie is overeind gekrabbeld en de eerste vraag is: "zouden we vandaag aan de beurt zijn?" Het is ongeveer 9 uur en dan blijkt het, dat onze Russische commandant ook aanwezig is. En dan horen we ook dat we niet eerder de grens over kunnen of de hele colonne moet weer bij elkaar zijn. Hij moet van de Amerikanen een reçu ontvangen dat hij in totaal zo veel Ausländer afgeleverd heeft. Er is niets aan te doen. We moeten wachten tot de anderen ook gearriveerd zijn en dan moeten we onze colonne weer samenstellen en onze "wagenleiders" treden ook weer actief op. Ik heb me ook weer belast met een groep en wel de laatste. Deze groep is het moeilijkst te hanteren. Hij bestaat n.l. uit die mensen, die alleen zijn en zij, die in de laatste dagen eerst bij ons gekomen zijn. We hebben vandaag buiten verwachting (een mens wordt bescheiden) weer wat brood gekregen, 250 gram, wat grutten en suiker. Bij het optekenen van deze historische gebeurtenissen zit ik op een grasveld en achter mij heb ik een stok in de grond geplant met het wagennummer er op. Zo juist heb ik de voornoemde lekkernijen uitgedeeld en wacht nu nog op een paar laatkomers.
Maandag 11 juni, 9 uur
Nu is het dan zo ver. De commandant is zo juist bij ons geweest en heeft gezegd, dat we achter de Belgen kunnen aansluiten. Vandaag gaan we "er door". Het komt ons werkelijk onwezenlijk voor. We waren al weer helemaal gewend hier na 2 nachten slapen. Verschillenden van ons hadden met behulp van schotten uit een naburig uitgebrand (gedeeltelijk dan) park-restaurant een tent gebouwd waarin of waaronder ze de nacht doorgebracht hadden. We hadden ons er al weer ,mee verzoend dat ons verblijf hier langer zou zijn dan 2 dagen maar niet altijd hebben de pessimisten gelijk... Intussen zijn de meeste wagengroepen samengesteld en zal ik ook eens zien of ik mijn "overschot" bij elkaar kan krijgen. Als ik appél houd blijkt het dat er van mijn ploeg de grootste helft verdwenen is. Ik heb er genoeg van en combineer het restant met de groep die me voor is. Dan heb ik geen zorg meer. Het is inmiddels 5 uur en 2 groepen van 100 Hollanders zijn de controle gepasseerd, waaronder ook onze verbindingsman. Bij het scheiden van de markt.... enz. Het gaat vandaag niet zo vlug als gisteren maar daarentegen komen er vandaag van de andere kant veel Ost-arbeiders en -sters plus grote groepen Russische ex-krijgsgevangenen door. Ze hebben hier in Duitsland heel wat geleerd, tenminste op het gebied van "organiseren". De onmogelijkste vrachten slepen ze mee...
Kwart over zes
Ik ben even gaan kijken aan de kop van de stoet. De derde groep van 100 man is juist afgeteld en wacht op het doorlaatsein. Maar helaas... Voor vandaag is het genoeg. De Russische soldaat komt van de controle af en vertelt ons "alles zurück! schlafen!" Lachend zegt hij dit. Dat zijn van die momenten dat je ook een hekel kan krijgen aan vrolijke mensen. Ons rantsoen is voor vandaag 200 gram droog brood en we horen aldoor fabelachtige verhalen over Rode Kruispakketten, door de Amerikanen uitgegeven, inhoud: sigaretten, chocolade, biscuits, boter en vlees. Iedereen krijgt zo'n pakket. Maar we hebben ons al weer verzoend met ons lot. Morgen gaan we beslist over naar de Amerikanen. Velen van ons hebben weer een tentje kunnen bouwen en verschillende kampvuren laaien weer hoog op. We hebben er lucht van gekregen dat er ook nog wat anders te krijgen is dan droog brood. Een afdeling van het Zweedse Rode Kruis is hier ook en nadat enigen van ons geconfereerd hadden met de leider er van, was het mogelijk dat we nog iets extra's konden krijgen!
10 voor 12
Zo juist is de wagen terug gekomen van het Rode Kruis, beladen met meel, suiker, reuzel, vlees en gedroogd brood! Wat moeten we doen! Het is middernacht en velen slapen reeds. Maar morgen uitdelen gaat ook niet, want al vroeg moeten we ons opstellen, anders proberen anderen ons weer voor te zijn aan de controle. Alles meeslepen tot een rustiger tijdstip gaat ook niet, want we hebben genoeg aan onze eigen bagage. Alles wordt dus maar weer wakker getrommeld en de kampvuren nog weer eens extra opgestookt, want we moeten ook wat licht hebben. Het is reeds over tweeën als ik het overschot van het gedroogde brood verdeel onder een paar niet te verzadigen hongerlappen. Kleine vuurtjes zijn ook aangelegd en er wordt gekookt en gebakken alsof er geen rantsoenering meer bestaat.
Dinsdag 12 juni 1945
Vandaag is het dan de dag, dat we eindelijk bij de Amerikanen zullen komen! We hebben er al enkele gezien. Wat een hemelsbreed verschil! Hier slordige en vaak gore uniformen, waarboven een exotische kop, die zich kinderlijk vermaken kan met een fiets en die ons gadeslaat met een niet begrijpende blik en daar jonge, sportief uitziende mannen met een vlot uniform en die uit een wereld komen, die kennelijk meer geciviliseerd is dan de onze. Zij zouden ons misschien nog wat kunnen leren wat betreft levensbeschouwing, maar wij kunnen die Russen niet eens onze levensbeschouwing laten begrijpen. Maar, niets in deze annalen vreemd wat naar politiek zweemt. Ik constateer slechts feiten, die ieder zal beamen, die ook aan gene kant van de Elbe was...
Eindelijk is het dan zo ver! Hoe laat het precies is weet ik niet. Hier heeft men Russische, Amerikaanse en Duitse tijd! Dan is er geen mens meer (uitgezonderd de Russen!) die een goed lopend horloge heeft, maar dat doet er niet toe, straks moet ik ook door de controlepost.
Dessau-Maastricht-Nijmegen-Amsterdam
En daar zitten we nu! Na een vlotte pascontrole werden we aan de lopende band ontluisd. Een "flitspuit" onder luchtdruk spoot alle plaatsen in, waar men die lieve diertjes kan verwachten. De gehele behandeling duurde nog geen minuut en was grondig. Bij de Russen zijn we ook ontluisd, maar dat ging even anders...
Weer zijn we verzameld op een grasveld. Het wachten is nu op de auto's, die ons naar een Lager zullen brengen, waar de transporten zullen worden samengesteld. Ja, daar zijn ze al, en in duizelingwekkende vaart worden we weggebracht, 3 k.m. buiten Dessau. Nu moeten we groepen vormen van 38 man. Weer worden we geregistreerd en kunnen tegelijker tijd eten. Maar we moeten opschieten, want de auto's wachten al weer! Nog vandaag gaan we op de trein! Een trein, bestaande uit 50 goederenwagons, staat voor ons klaar, ruim 2000 man gaan er mee! Het zijn ongeveer 700 Hollanders en de rest bestaat uit Belgen en Fransen. We hebben ook voor 4 dagen eten gekregen , bestaande uit biscuits, blikken vlees en blikken met stamppot van aardappelen, vlees en groente. Intussen is er een complete wolkbreuk aan de gang. Die had ook geen dag eerder moeten komen! We kunnen geen 50 meter voor ons uit zien! Gelukkig zitten we al in de wagon, maar die lekt ook. De reis begon echt somber. Ten eerste werkte het weer niet mee, want het bleef de gehele avond regenen. Dan reden we door Dessau, een totaal verwoeste stad. Echt doods en verlaten stonden daar de ruïnes van huizen en fabrieken. Geen spoor van wederopbouw. Niets wees er op, dat er ook maar een levend wezen zich ophield in deze "Trümmerhaufen" (puinhoop) Overal hebben we gezien, dat, alhoewel op gebrekkige manier, toch minstens de kelders vrij gegraven waren, en, indien mogelijk, weer in gebruik genomen waren. Maar hier niets van dit alles. Alleen verschroeide aarde...
Het begint donker te worden. We zijn gauw uitgekeken op het troosteloze landschap. Regen en nog eens regen. Binnen en buiten de wagon. En we merken nu eerst goed dat we moe zijn. Zo goed en zo kwaad als het gaat zoeken we een ligplaats. Met passen en meten kunnen we allemaal liggen of hangzitten, maar gemopperd wordt er niet. We zijn eindelijk definitief op weg naar huis.... Het is ver na middernacht als we Gera bereiken. Hier hebben we een paar uur rust, wat onze slaap ten goede komt, voor zo ver er sprake is van slaap. Ruim 6 uur vertrekken we weer. Het is nu inmiddels droog geworden en, alhoewel kil en nevelig, belooft het toch vandaag mooi weer te worden. Het is een prachtige reis door het heuvelachtige land van Thüringen en Thüringerwald "das grüne Herz Deutschlands". En iedereen geniet van het landschap. Hier is de oorlog voorbij gegaan en ongeschonden liggen de dorpen tegen de heuvels of in de dalen. Het gaat heel langzaam nu. De locomotief heeft een paar jaar zware dienst achter de rug en wordt bovendien gestookt met briketten, hetgeen zijn capaciteit niet bepaald ten goede komt. We staan dan ook spoedig stil en het wachten is op een "opduwer". Maar ook met hulp gaat het nog zeer langzaam en na ieder kwartier rijden komt een kwartier rust. Eindelijk, om half twee, komen we in Erfurt aan. Ook hier is weinig schade te zien. Natuurlijk, ook hier is wel eens een bom of luchtmijn terecht gekomen, maar toch niet in verhouding met dat wat wij verlaten hebben. Hier rijden de trams al weer en ook het verkeer op straat doet weer normaal aan. Om 4 uur vertrekken we weer uit Erfurt en tegen zessen bereiken we Bebra. Hier kunnen we op een paar uur oponthoud rekenen, wordt ons gezegd. We zijn 6 uur eerder aangekomen dan we verwacht werden. Enfin, de rustpoos wordt dankbaar aangegrepen om wat soep te koken. Al gauw brandden er overal vuurtjes langs de spoorlijn. Water was helaas slecht te krijgen, we waren al blij dat we wat voor de soep konden bemachtigen en de veldflessen konden vullen. Het was half drie in de nacht toen we onaangenaam door elkaar gesmeten werden, een paar flinke rukken (waar we onderweg trouwens toch veel last van hadden) en de trein was weer in beweging. Maar allen hadden toch niet geslapen want onderweg bleek, dat er ruim 20 man in Bebra achter gebleven waren! Het was dus donderdagmorgen, dat we omstreeks 8 uur Kassel bereikten. Ook hier weer oponthoud, maar eerder dan we verwachtten ging het weer verder en na enige tijd werd Warburg bereikt. Hier kwamen ook de mensen weer bij ons die we in Bebra hadden laten staan. Het schoot anders slecht op vandaag. Ieder ogenblik bleven we voor een onveilig signaal staan. Intussen doken er ernstige gevallen van dysenterie op. Ruim 50 ernstige zieken waren in 2 wagons ondergebracht. De zelfde ziekte bezocht ons ook reeds in Wittenberg. De oorzaak werd geweten aan het eenzijdige voedsel. En dan deden de vermoeienissen sinds vorige week vrijdag er ook geen goed aan. En dat moet tot nadeel van de Amerikanen gezegd worden, dat ze wel 2 Rode Kruis-soldaten meegegeven hadden, maar verbandmiddelen waren er heel weinig en geneesmiddelen waren er helemaal niet meegegaan. Na uren onderweg wachten en af en toe eens rijden, bereiken we om ongeveer half zeven Münster. Hier was eindelijk gelegenheid om zich eens goed te wassen. Hier werd ook weer menage uitgedeeld. Biscuits, bussen vlees, chocolade en bussen met aardappelen, vlees en groente, en hier konden we tenminste onze benen weer eens bewegen. De Locomotief was weg gegaan, zodat we niet bang behoefden te zijn voor een overhaast vertrek. Er was sprake van, dat we hier in een kamp zouden gaan. Die tweehonderd Hollanders, die een dag voor ons vertrokken waren, waren hier ook ondergebracht. Maar het kamp bleek vol te zijn en we gingen door naar Maastricht. Onderweg moest onze trein nog negen kolenwagens meenemen, die bij Wesel weer afgehaakt werden. Ook Wesel was volkomen verwoest. Een enkele hoek van de kerktoren stond nog overeind, maar verder was het een verlaten, uitgestorven Ruïne. Nog vers leken de diepe sporen, die de pantsers achter gelaten hadden. Hier bij Wesel was ook een groot kamp, omgeven door prikkeldraad. Duitse soldaten hadden hier hun graf gevonden. Duitsers en geallieerden, alles was hier bijeen gebracht en tijdens de strijd snel ter aarde besteld. Kris en kras lagen de grafheuveltjes door elkaar. Er was zelfs geen tijd geweest om ze van een kruis te voorzien...
De vrijdag verliep in de Zaterdag en in de nacht kwamen we nog voorbij een groot krijgsgevangenenkamp. Het kamp was door schijnwerpers hel verlicht, op iedere hoek was een toren, waarop uitkijkposten stonden. Slapen moesten ze in de open lucht. Het was half twee dat we Krefeld aandeden. Fantastisch deden onderweg de fabrieken aan die, hel verlicht, dag en nacht werkten. Hopelijk dat ons uitgeplunderd landje er ook enig voordeel van heeft...
Er werden intussen weer enige goederenwagons aan onze trein gekoppeld en tegen half acht vertrokken we weer. Nu is onze reis helemaal hopeloos! Een kilometer rijden en dan weer staan. Het is het industriegebied waar wij nu doorrijden en ook hier had de Tommie zijn sporen achtergelaten. Het waren puinhopen, niets dan puinhopen, waar we doorreden. Maar hier werd gewerkt! Dat kon men zien. Overal waren uit het puin de hele stenen gezocht en was weer een "Behilfsraum" opgebouwd. Ruïnes waren uitgeruimd en over de nog staande muren was een nooddak gemaakt. Kelders waren uitgeruimd en weer in gebruik genomen. Eindelijk werd Mönchen-Gladbach aangedaan en wachtte het Belgische Rode Kruis op ons met koffie, soep, brood, biscuits en blikken met corned-beef. Hier kwam ook Hollands personeel op de trein, zodat we eensklaps ons ervan bewust werden dat er toch nog een einde aan deze reis was... Maar de dag verstreek en het werd avond. Ja, we wisten het! We waren nog maar een paar kilometer van de grens af! Maar gistermorgen waren we in Münster ook niet ver van de grens af! En sindsdien waren er alweer bijna twee dagen verlopen. Het wordt donker en de meesten gaan slapen, tenminste, dat heet, strekken zich voor de zoveelste maal op de planken uit. Heb ik het u al verteld? In Wittenberg sliepen de meesten van ons ook op de vloer. De meeste strozakken, of liever gezegd houtwolzakken, waren al bewoond...
...Nog maar een paar kilometer had de machinist ons al een paar uur geleden gezegd, dus waren we vol spanning. En het was nog steeds een paar kilometer toen we voor de zoveelste keer stilstonden. Intussen hielden enigen van ons een praatje met de machinist en het duurde dan ook niet lang of de dolste geruchten deden de ronde over controle, die ons te wachten stond. Zo had één van ons een gesprek met de machinist over de beruchte spoorwegstaking, dus over de controle die ons te wachten stond werd helemaal niet gesproken, maar, zo zei hij, zoiets mag je niet vertellen, want dan ben je in Holland een fascist. Binnen tien minuten deed het verhaal de ronde, dat je gevraagd werd of je de staking goedkeurde of niet. Bij een afkeurend antwoord werd je als NSB'er beschouwd en dien overeenkomstig kaal geschoren. Nog tien minuten later was er een kogel voor diens stoutmoedige en nog tien minuten later was ieder met zijn buurman in debat over die spoorwegstaking. En nog tien minuten later vertrok de trein gelukkig...
Het was inmiddels weer donker geworden en als een dief in de nacht reden we Holland binnen... Even later stopten we in Kerkrade. En op dit eerste officiële Nederlandse station moesten we toch uiting geven aan onze vreugde. En fris en uit volle borst klonken oud vaderlandse liederen in de nacht. Ze waren onderweg vaak gezongen, tot vervelends toe, maar nu voelde ieder weer dat hij Nederlander was. Maar tot zijn schande moet uw kroniekschrijver vermelden, dat hij op dat historisch moment in Morpheus' armen lag. Of liever gezegd hij lag op de dekens die anderen nu toch niet gebruikten en kon tenminste zijn benen even strekken. Maar daarvoor had hij de beide vorige nachten ook met een paar anderen nachtwacht gehad. Enfin, tegen vier uur vertrokken we weer en lang voor die tijd was hij alweer door anderen uit zijn zoete dromen gewekt, want per slot van zaken is het zingen van vaderlandse liederen wel leuk maar het moet ook geen uren duren...
En zo reden we dan weer op Nederlandse bodem! De meesten van ons waren al meer dan anderhalf jaar van huis en steeds sterker was de vraag: "Wat zullen we vinden bij onze thuiskomst?" Het waren alleen wat spoormannen die ons op deze vroege zondagochtend begroetten. Maar in Maastricht, waar we tegen zes uur aankwamen, was al meer leven in de brouwerij. ten eerste werden we officieel verwelkomt door het spelen van het Wilhelmus, gevolgd door het Belgische en het Franse volkslied, ter ere van de overige treinreizigers. Daarna werd, ook per grammofoon, een rede van de prinses uitgezonden. Hier werden de Belgen en de Fransen ook weer goed onthaald op koffie en brood. We werden naar een school gebracht die als zogenaamd doorgangslager dienst deed. Hier waren ten eerste behoorlijke strozakken (zonder bewoners) waar we onze enigszins gekreukelde ledematen op uitstrekken konden. Ook werden we direct van brood en warme koffie voorzien. En we keken vreemd op! Zes sneden brood, gesmeerd en wel, waar hadden we dat voor het laatst gezien! Wie werd er in Duitsland gesneden brood voorgezet? Maar hier kregen we zowaar netjes gesmeerde boterhammen van wit meel. Men zegt wel eens: "de eerste indruk is de beste", maar inderdaad we waren direct op ons gemak gesteld en hadden vertrouwen in de verdere behandeling. Onze rust was echter van korte duur. Het was nauwelijks tien uur toen er alweer bericht kwam, dat er auto's voor stonden. We werden nu naar het officiële repatriëringskamp gebracht. Daar aangekomen werden we eerst grondig bespoten met ontluizings poeder, daarna vond de eerste registratie plaats, waarbij we een kaart overhandigd kregen, die we bij elke volgende "behandeling" af moesten geven. Dan volgde de passencontrole en werden we weer onthaald op een flinke schaal met soep. Daarna geld inwisselen, of beter gezegd afgeven, en een politiek verhoor. Er werd eerst gevraagd of men vrijwillig naar Duitsland was gegaan en aan de hand van de datum van vertrek kon men dat ook enigszins nagaan. En dan werd er na het stellen van nog enkele onbelangrijke vragen nagezien of de naam ook voor kwam op de lijst van partijgenoten en ander gespuis. En dan was het gebeurd. Dan volgde het doktersonderzoek en zij, die er bij het politieke verhoor doorgekomen waren en als soldaat bij de SS gediend hadden, liepen hier tegen de lamp, gezien zij een merkteken van hun bloedgroep onder de arm hebben. Na al die manipulaties werden we weer van brood en koffie voorzien en daarna volgde weer het transporteren naar een ander kamp, een voormalig klooster. Van hier uit zouden we dan eindelijk naar huis gaan! Maar voorlopig waren we blij, dat we eindelijk eens een ongestoorde nachtrust tegemoet zouden gaan en het duurde dan ook niet lang of er heerste diepe rust in en om het gebouw. De volgende morgen werden we gewekt doormiddel van een bel. Het was acht uur. Om negen uur was het brood uitreiken in een grote zaal. Ook dat was best georganiseerd. Hoogstens tien minuten moest men in de rij staan. Weer kregen we zes boterhammen gesmeerd met jam, reuzel en smeerworst en 's middags werd er goede dikke bruine-bonnensoep verstrekt. In de namiddag zijn we eens in de stad gaan kijken en het eerste wat ons trof waren de winkeletalages, waarin weer vanouds koffiebonen en kisten met goede bekende vooroorlogse merken sigaren uitgestald lagen. Helaas kunnen we die sigaren nog niet kopen. En in de avonduren was het stadsbeeld vooroorlogs. Overal brandde volop licht en er was veel verkeer op straat. En ook was onze mening dat heel Maastricht alleen van zwarte handel bestaat. Een witbrood ƒ 1.70, tabak ƒ 3.75 tot ƒ 5.-. Helaas waren we van onze laatste cent beroofd...
In het kamp gekomen lazen we een aankondiging, dat we morgen op transport gesteld werden naar huis... Dat intresseerde ons het meest. Die verheugende mededeling was achter niet in staat om ons van onze strozakken vandaan te houden, zoals dat al zo vaak het geval was geweest met die berichten. De reis was ons niet in de koude kleren gaan zitten. Ook dinsdag was het eten uitstekend verzorgd en het avondbrood, dat vanwege het vertrek anderhalf uur eerder uitgedeeld werd, bestond uit 24 sneden brood, alles met jam, reuzel of smeerworst gesmeerd. Dus voorlopig zouden we op de reis niet verhongeren. Kamer voor kamer werd nu afgeroepen en dan ontving men de kaart terug en het wagonnummer, waar men ingedeeld was. Per auto ging het weer naar het station, waar een trein gereed stond, gedeeltelijk uit personenwagens en deels uit goederenwagens bestaande. Deze keer had ik het geluk om een hoekplaatsje in een personenwagen te bemachtigen. Maar nu zaten we weer in een trein en we wisten de laatste tijd wat dat zeggen wou. Om 9 uur zouden we vertrekken, om 10 uur werd er een afscheidswoord door de luidspreker gesproken en om 11 uur stonden we er nog. Het was bij twaalven toen er door de luidspreker gezegd werd: "gelieve in te stappen, de trein kan ieder ogenblik vertrekken." Weer dacht ik even aan Berlijn. Nog klinkt het in mijn oren "beeilen bitte! Zug fährt ab!" Het waren snauwende commanderende vrouwenstemmen, die op de "S-Bahn"-stations de treinen vertrekken lieten en in de tram "hier jemand nog nicht abgefertigt?" Het typische was dat ieder zich haastte om zijn kaart te laten inscheuren of een nieuwe kocht. Maar nu werden we verzocht om in te stappen. Maar het was en bleef een treinreis in naoorlogse tijd, d.w.z. het was het oude liedje, een kwartier rijden en daar stonden we weer! De reis ging over België en eerst om 5 uur werd Hasselt bereikt en om 10 uur waren we in Eindhoven. Voor de tweede maal moesten we de Hollandse grens passeren. onze intocht was nu glorieuzer. Overal wuifden de mensen ons vriendelijk met vlaggen toe en daar waar de trein even stilstond werden direct onze veldflessen gevuld. Vanuit Eindhoven ging het waarachtig in één ruk door naar den Bosch, waar we na 10 minuten ook al weer verder gingen naar Nijmegen, waar we om kwart voor één aan kwamen. Hier was het einde van de treinreis en werden we opnieuw "gesorteerd". En het hoeft geen betoog, dat, toen er 100 man voor Amsterdam en omstreken gevraagd werden, ik me als een leeuw een weg baande door de opgehoopte massa naar de afrit op het perron. Buiten gekomen zag ik tot mijn verbazing 4 autobussen in de bekende blauwe kleur van de gemeente Amsterdam. Ik behoefde dus niet ver te zoeken en sloot me weer aan bij de file voor de autobussen. Natuurlijk kwam ik er in. Nu was ik weer op bekend terrein. Hoe vaak ben ik al niet via Nijmegen over Arnhem naar Amsterdam gereden...? En wanneer... enfin... maar afwachten. Hoofdzaak was nu richting Amsterdam! En ja, eindelijk vertrokken we. (op zo'n moment duurt alles veel te lang) Over Elst ging het naar Arnhem. Overal waren hier de sporen van de strijd zichtbaar. Elst heeft grote verwoestingen en Arnhem... nu ja, we weten het! Laat ik bij mijn reisverslag blijven. Even door Arnhem had de eerste autobus en lekke band en bij Renkum gebeurde vlak voor onze wagen nog een ongeluk met een militaire wagen en een landmijn. Twee doden waren te betreuren... Maar we gingen verder. Opstoppingen kan het verkeer op de hoofdwegen niet verdragen. Onze autobussen vormden voor de kleine snelle militaire wagens al een hindernis. Gauw werden de brokstukken aan de kant van de weg gegooid en voort ging het weer. Wat hebben in deze tijd 2 doden te betekenen? Amersfoort gingen we voorbij en weldra lagen Soestdijk en Baarn ook achter ons. En op de kilometerpalen konden we kilometer na kilometer aftellen... 33... 32... 31... en zo kwamen we door Laren, Naarden-Bussum, 19... 18... 17... Daar was Weesp en voor ons lag Muiden, 13... 12... 11... Daar reden we op de grote brug over het Merwedekanaal en voor ons lag Amsterdam!! Daar was de wolkenkrabber, de zuidelijke gasfabriek en op de achtergrond rezen de kerktorens omhoog, 4... 3... 2... Hier was Duivendrecht en nu reden we al weer in de Watergraafsmeer, Linnaeusstraat, we waren in Amsterdam....!!