Piet uit Amsterdam, dwangarbeid in Duitsland

Bij ons is niets gebeurd vannacht

Ja, het is weer zo laat. Niet dat we sinds eind november met rust gelaten zijn, nee, verre van dat. Ook de aanvallen voor Kerstmis en kort na nieuwjaar mochten er wezen. En daar tussen door ook nog een paar keer, maar och, zo langzamer hand went alles en een aanval, die plaatselijk is, vind een buitenstaander niet eens erg meer. Ja, wie per ongeluk in de buurt woont heeft pech gehad. Dat zijn er altijd wel enkele duizenden, maar in een stad van 4,5 millioen inwoners valt dat niet op. Alles leer je meten naar de omstandigheden. Een grossier in appelen kijkt niet op een kistje en een arbeidersgezin is rijk met 5 pond. Maar nu is het weer raak geweest Het S-Bahnverkeer plus de U-Bahn waren volkomen uitgeschakeld tot nu toe en Berlijn brandt weer. Ja, brandt nog. Wat de vorige keer overgebleven is, was nu aan de beurt. De stad wordt eenvoudig uitgedund en wat straks nog heel uit puin en stofwolken te voorschijn komt, is dan straks weer aan de beurt. Ja, schier elk deel van Groot-Berlijn heeft een veeg mee gekregen met de Stadtmitte als middelpunt der belangstelling van de vliegers. Ook wij hebben gehobst in de kelder. Een luchtmijn, die ongeveer 200 meter bij ons vandaan viel, veegde enkele villa's weg, maakte verschillende daken panvrij en drukte in de omgeving enkele honderden ruiten in. Na de slag ben ik naar boven gegaan om te zien of er onmiddellijk gevaar was. Uit de kelder gekomen vond ik de voordeur in de hal liggen en in de voorkamer het meubilair door elkaar gesmeten en de raamkozijnen naar binnen gedrukt. Boven van het zelfde laken een pak. Enkel was daar nog een deel van het plafond naar beneden gekomen en in een tussenmuur zat een scheur en een deuk. Alles was bezaaid natuurlijk met glasscherven. Maar ik kon weer naar de kelder gaan met de mededeling, dat er bij ons niets anders dan de ruiten kapot waren. Het was de aanval van zaterdagmorgen om 3 uur. Na het veiligsignaal zijn we gaan kijken waar het eitje eigenlijk terecht gekomen was en of er hier en daar nog hulp nodig was. Toen dat niet het geval bleek zijn we ons tuinhuisje gaan opzoeken en gelukkig was daar niets aan de hand. Het huis had de luchtdruk opgevangen en zodoende was onze "Bude" blijven staan. Wel lag ons servies op de grond en sluit de deur niet meer zo precies., maar ons kacheltje met daarop de koffiepot stond nog en dat was de hoofdzaak. Snel een kop koffie en een sneetje brood en dan nog een paar uurtjes slapen. Intussen wil ik dan nog eens op de nuchtere feiten terug komen. Stel u voor een wereldstad, ettelijke keren groter dan Amsterdam waar een U- en S-Bahn met een paar honderd boven- en ondergrondstations de hoofdverbinding vormen, een stad, waar men ook de tramlijn 499 ziet rijden plus een dikke 100 autobuslijnen en dat al die verkeersmiddelen dan plotseling uitgeschakeld zijn. Dat is al een ramp op zich zelf, maar als dan het centrum van zo'n stad in lichterlaaie staat en ook de voorsteden of buitenwijken op verschillende punten branden en dan nog honderdduizenden mensen hun gehele hebben en houden in vlammen zien op gaan, als dan distributiekantoren en andere voor het dagelijkse leven onmisbare overheidsgebouwen vernietigd zijn, dan is het woord "catastrofe" nog een veel te zachte uitdrukking. Maar het is oorlog en de Duitse overheid heeft intussen veel geleerd en ondervonden opdat gebied en s overal op voorbereid en van alle kanten komen reddingstroepen opdagen, noodkeukens ingericht, Rettungsstellen opgericht enz. Krijgsgevangenen en russische vrouwen worden overal aan het opruimen gezet, auto's worden gerequireerd, kortom alles wordt in het werk gesteld om de eerste noodtoestand te overwinnen. Het is sinds lange tijd de plicht van iedereen om, ausgebombt of niet, zich 's morgens gewoon naar kantoor of werkplaats te begeven, opdat het bedrijfsleven zo goed en zo kwaad als het gaat doorgang vindt. En als men ook nadenkt, is het logisch. Ten eerste wordt hier enkel nog maar datgene verricht, dat voor de oorlog of het dagelijkse leven noodzakelijk is. Is men bakker, dan moet er toch weer gebakken worden, de klanten komen even goed, is de bakkerij uitgebrand, dan moet men toch zien wat er van te redden valt. Is de bakkerij niet uitgebrand dan kan men op dubbele klandizie rekenen. Dus iedereen moet zich naar zijn werk begeven, ausgebombt of niet. Ja, nu komt de vraag, hoe kom ik naar mijn werk. Men komt aan het station of tramhalte en bemerkt, dat er niets rijdt. Maar daar is de politie al en iedere auto moet stoppen en mensen meenemen. Intussen worden autobussen uitgestuurd naar de meest drukke pinten en zodoende wordt met geweld het dagelijkse leven weer op gang gebracht. Inmiddels heb ik een paar uurtjes geslapen en laat ik mijn eigen ervaringen weergeven. Het is vrijdagmorgen. Gisteravond was er een aanval en daar hebben we in onze buurt ook een beetje van gehad. Ik ga op weg naar de Platz en loop even bij mijn bakker aan om te kijken of alles nog heel is en bestel tegelijkertijd wat koeken voor vanavond, want die hebben we wel verdiend. Bij de Platz gekomen moet ik me een weg banen door brokstukken van muren en afgeknapte bomen. Een dubbel huis van 3 verdiepingen had een voltreffer en ligt volkomen plat. Het is merkwaardig, maar over het algemeen en ook hier is de kelder in tact gebleven, dus de mensen zijn gered evenals hun voornaamste goederen, die ook in de kelder waren. Maar de Platz is afgezet. Er ligt een blindganger, maar we hebben nog twee aanhangers met briketten op het Bahnhof staan, zodat we toch kunnen bezorgen. Een weegschaal, manden en vorken zijn gauw geleend, dus daar gaan we. Maar wat nu. De straat, waar onze eerste klanten wonen, is ook al versperd door in elkaar gevallen huizen. Onze klanten hebben enkel glasschade, dat wil zeggen dat er geen ruit meer heel is. Kozijnen en deuren zijn ingedrukt, het meubilair door elkaar gesmeten en geen schilderijtje meer aan de muur. Maar dat is niet zo erg. Hoofdzaak is, dat men nog een dak boven zijn hoofd heeft, al ligt er geen pan meer op. We gaan ons geluk verderop proberen. Een straat verder. Ook daar is glasschade. De voordeur heeft men zo lang op straat gelegd, maar de deur van de kolenkelder wil niet open. Klemt een beetje, maar na 5 minuten wurmen hebben we die er uit gelicht en kunnen we afladen. Dan gaan we weer verderop en hebben zelfs een paar klanten, die Schwein gehabt haben en er heelhuids af gekomen zijn. Maar even verderop schijnt weer wat gebeurd te zijn. We doen de voordeur open en kijken door de gang in de tuin. De gehele achtergevel is weggeslagen, maar de mensen hebben geen ontruimingsbevel gekregen, want de voorkamer en de keuken, die daar naast ligt, zijn nog heel. Het is ook een huis van 3 verdiepingen en het trappenhuis is nu in de open lucht, maar de voorzijde is bewoonbaar, dus .... zitten blijven. Ook hier raken we onze kolen kwijt. Weer verderop komen we bij een klant en die wil 4 zenter kolen boven hebben. Dat gaat niet, zegt de Hauswart, want bij buurvrouw 1 hoog is de tussenmuur weg geslagen, dus haar plafond en uw vloer zweven zo'n beetje en als daar nog 200 kilo kolen bij komen kan de zaak wel eens naar beneden komen. En zo tobben we verder. Nu zit ik hier in een stadsdeel, waarvan de buitenstaanders zeggen" oh, daar is niets gebeurd" Daar zijn een paar bommen gevallen en is maar een enkel huis stuk. Wat glasschade in de omgeving en verder niets.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Redactie Go2War2.nl
Geplaatst op:
14-06-2006
Laatst gewijzigd:
27-02-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2013
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies en disclaimer.