Aktion Reinhard

Tweede fase

Midden juli 1942 bracht Heinrich Himmler een bezoek aan het hoofdkwartier van Aktion Reinhard in Lublin. Nog tijdens zijn verblijf hier stuurde hij een schriftelijk bevel aan SS-Obergruppenführer Friedrich Krüger: “Bij deze beveel ik dat de verhuizing van de gehele Joodse bevolking in het Generalgouvernement op 31 december 1942 uitgevoerd en voltooid moet zijn.” Na die datum mochten zich geen personen meer van Joodse komaf in het Generalgouvernement bevinden, behalve als ze zich bevonden in de getto’s van Warschau, Kraków, Czêstochowa, Radom en Lublin. Verhuizing was een eufemisme voor de deportatie naar de vernietigingskampen.

Himmlers bevel kreeg enige weerstand van de autoriteiten van de Wehrmacht die in hun fabrieken en werkplaatsen in het Generalgouvernement gebruik maakten van Joodse dwangarbeiders. Himmler besloot dat bepaalde Joodse werkkrachten, zoals schoen- en kledingmakers, overgebracht dienden te worden naar de concentratiekampen in Warschau en Lublin (Konzentrationslager Majdanek) waar ze voorlopig onder leiding van het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt opdrachten voor de Wehrmacht konden blijven uitvoeren. De Joden die voor de Wehrmacht werkten in munitie- en wapenfabrieken zouden stapsgewijs afgevoerd worden, zodat ze vervangen konden worden door Poolse werkkrachten. Himmler benadrukte echter dat “overeenkomstig met de wens van de Führer, de Joden eens allemaal moesten verdwijnen.” Weliswaar zorgde het protest van de Wehrmacht tijdelijk voor enige vertraging in de volledige voltooiing van Aktion Reinhard, maar het veranderde niks aan het uiteindelijke lot van de meeste Joden in het Generalgouvernement.

Tijdens zijn inspectie was Himmler ook op de hoogte gebracht van de transportproblemen die de uitvoerders van Aktion Reinhard tot dusver hadden ervaren. Doordat het spoorwegnetwerk intensief gebruikt werd voor troepen- en materiaaltransporten naar het Oostfront, waren er niet voldoende treinen beschikbaar voor de deportaties. Himmler gaf de opdracht aan zijn stafchef SS-Obergruppenführer Karl Wolff om de klachten van Globocnik en Krüger door te geven aan de staatssecretaris van het Ministerie van Transport, Dr. Theodor Ganzenmüller. Op 27 juli 1942 bevestigde Ganzenmüller dat de transporten sinds 22 juli 1942 weer goed op gang waren gekomen: “een treinlading van 5.000 Joden is dagelijks vertrokken vanuit Warschau via Malkinia naar Treblinka, en daarnaast is twee keer in de week een treinlading van 5.000 Joden vertrokken vanuit Przemyœl naar Belzec.” Op 13 augustus stuurde Wolff, namens Himmler, een bedankbrief aan Ganzenmüller. Verdere maatregelen werden genomen tijdens een conferentie op het Ministerie van Transport in Berlijn op 26 en 28 september 1942 waarbij ook Adolf Eichmann aanwezig was. Er werd een vaste dienstregeling opgesteld en de transportaanvragen van de SS kregen hoge prioriteit.

De deportaties naar Belzec werden herstart in de tweede week van juli 1942 en duurden voort tot midden december 1942. “Van augustus tot het eind van november 1942 verbleef ik in het vernietigingskamp”, schreef kampgevangene Rudolf Reder. “Het was de periode van de massale vergassing van Joden. De weinige van mijn lotgenoten die erin geslaagd waren voor lange tijd te overleven, vertelden me dat in deze periode er het grootste aantal dodentransporten waren. Ze kwamen elke dag, zonder interruptie, driemaal daags. Elke trein bestond uit vijftig wagons, met honderd mensen in elk van hen. […] Soms waren de transporten groter en meer frequent.” De transporten die gedurende deze periode arriveerden, waren afkomstig uit het Kraków-, Lvov-, Radom- en Lublin-district. Duizenden Joden uit deze transporten kwamen oorspronkelijk uit Duitsland, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en andere landen buiten Polen. Zij waren vanuit getto’s in het Lublin-district terechtgekomen in het vernietigingskamp. Uit een nazi-document, opgesteld door Herman Höfle, dat in het jaar 2000 ontdekt werd, kan opgemaakt worden dat in Belzec tot 31 december 1942 in totaal 434.508 Joden vermoord werden. Schattingen die historici en onderzoekers voor het jaar 2000 maakten, liggen hoger. Een Pools onderzoekscomité dat nazi-misdaden in Polen onderzocht, kwam tot een aantal van 600.000. In “Belzec, Sobibor, Treblinka” schrijft Yitzhak Arad dat dit aantal hem de laagst mogelijke schatting lijkt.

Volgens een rapport van Richard Korherr, de chef van het statistische bureau van de SS, verbleven op 31 december 1942 nog 37.000 Joden in het Kraków-district, 29.400 in het Radom-district, 20.000 in het Lublin-district, 50.000 in het het Warschau-district en 161.514 in het Lvov-district. In totaal verbleven op 31 december 1942 volgens Korherr dus nog 297.914 Joden in het Generalgouvernement. Inmiddels waren er volgens de cijfers van Höfle in totaal 1.274.166 Joden uit het Generalgouvernement in Belzec, Sobibor, Treblinka en Majadanek (24.733 slachtoffers) omgebracht. Dit maakte echter nog geen eind aan Aktion Reinhard, want “overeenkomstig met de wens van de Führer, [moesten] de Joden eens allemaal […] verdwijnen.” Dat moment was nu aangebroken. De getto’s waarin nog Joden verbleven, moesten opgeheven worden en alle Joodse gettobewoners moesten vermoord worden. Ter uitvoering daarvan bleven de vernietigingskampen Sobibor en Treblinka langer open dan Belzec.

Vanaf 3 september 1942 vonden er weer deportaties richting Treblinka plaats. De deportaties waren onder andere afkomstig uit het Warschau-, Radom- en het noordelijke deel van het Lublin-district. Van het midden van november 1942 tot januari 1943 vonden er bijna geen transporten vanuit het Generalgouvernement plaats richting Treblinka. Gedurende die periode arriveerden er wel transporten uit Białystok. In januari volgden er nog enkele transporten vanuit het Generalgouvernement, omdat een aantal kleine getto’s opgeheven werden. Ook arriveerden er in de tweede helft van januari 1943 nog enkele transporten vanuit het getto van Warschau. Toen men dit getto in april 1943 volledig wilde liquideren, brak er een opstand. De opstand in het getto van Warschau duurde voort tot midden mei. Volgens de eerder genoemde berekening van Höfle waren per 31 december 1942 713.555 Joden omgekomen in Treblinka. Yitzhak Arad schat dat gedurende het bestaan van Treblinka in totaal 763.000 Joden uit het Generalgouvernement omgebracht werden. Het is niet vreemd dat deze schatting hoger ligt, want ook na 31 december 1942 - tot februari 1943 - arriveerden in Treblinka nog enkele transporten vanuit het Generalgouvernement.

De tweede fase in het vernietigingsproces ging in Sobibor begin oktober 1942 van start toen de reparatiewerkzaamheden aan het spoorwegtraject Lublin-Chelm voltooid waren. Van oktober 1942 tot mei 1943 arriveerden meerdere transporten vanuit het Lublin-district. In de winter van 1942-1943 en in het voorjaar en de zomer van 1943 kwamen ook transporten vanuit het Lvov-district aan. Daarbij waren transporten waar de gevangenen naakt of al gestorven aankwamen in het kamp, zoals onder andere blijkt uit het ooggetuigenverslag van Leon Feldhendler, een gevangene in Sobibor. Over een transport vanuit Lvov dat in juni 1943 arriveerde, schreef hij: “Er waren in totaal vijftig vrachtwagons: vijfentwintig met levende gevangenen en vijfentwintig met lijken. De levenden waren naakt. In de vrachtwagons met de doden lagen de lijken door elkaar heen, zonder wonden, alleen opgezwollen. De gevangenen werden gedwongen om de vrachtwagons uit te laden en de lijken op de trolley naar het crematorium te verplaatsen. De stank van de lijken maakte het onmogelijk om de vrachtwagons binnen te gaan. De Duitsers sloegen ons om ons te dwingen om deze binnen te gaan. Te zien aan de staat van ontbinding, waren deze mensen al ongeveer twee weken dood.”

Volgens de cijfers van Höfle waren per 31 december 1942 101.370 Joden in Sobibor vermoord. Tot juli 1943 arriveerden er echter nog transporten vanuit het Generalgouvernement in Sobibor. Yitzhak Arad schat het totale aantal Joodse slachtoffers uit het Generalgouvernement in Sobibor tussen de 145.000 en 155.000.

Treblinka en Sobibor bleven na de sluiting van Belzec in december 1942 niet alleen open voor de uitroeiing van de overgebleven Joden in het Generalgouvernement, maar ook voor het vermoorden van Joden uit andere landen. Van midden oktober 1942 tot midden februari 1943 vonden er vanuit het Bezirk Białystok deportaties richting Treblinka plaats. Yitzhak Arad schat dat 118.000 Joden uit Białystok vermoord werden in Treblinka. Vanuit Griekenland en Joegoslavië werden er vanaf 11 maart 1943 11.343 Joden gedeporteerd naar Treblinka. In Treblinka kwamen vanaf oktober 1942 ook enkele transporten aan vanuit Theresiënstadt.

Van 5 maart 1943 tot juli 1943 arriveerden in Sobibor 19 transporten vanuit doorgangskamp Westerbork in Nederland. In april arriveerden hier ook twee transporten vanuit het doorgangskamp Drancy in Frankrijk. Alhoewel het merendeel van de Joden in het Reichskommissariat Ostland, bestaande uit de Generalbezirke Estland, Letland, Litauen (Litouwen)en Weißruthenien (Wit-Rusland), al door de Einsatzgruppen vermoord was, verbleven hier nog Joden als werkkrachten in de getto’s van Lida, Minsk en Vilna (Vilnius). Zij werden in september 1943 gedeporteerd naar Sobibor. Volgens Yitzhak Arad werden in totaal 13.700 Joden uit het Reichskommissariat Ostland omgebracht in Sobibor.

Yitzhak Arad schat dat in totaal ongeveer 135.000 Joden van buiten Polen en de Sovjet-Unie werden vermoord in de vernietigingskampen van Aktion Reinhard. Niet alleen Joden werden omgebracht in de vernietigingskampen van Aktion Reinhard, want ook naar schatting meer dan 2.000 Zigeuners werden omgebracht in Treblinka. Het is niet bekend of en hoeveel zigeuners omgebracht werden in Belzec en Sobibor.

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Generalgouvernement
Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
liquideren
Uitschakelen, uit de weg ruimen.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Als Bade- und Desinfektionsbarak gecamoufleerde gaskamer in Konzentrationslager Majdanek, vlakbij Lublin.
(Bron: Felix Dalberger)


Karl Wolff, Himmlers persoonlijke secretaris. Hij nam contact op met het ministerie van Transport vanwege spoorwegproblemen tijdens Aktion Reinhard.
(Bron: Publiek Domein)


Het getto van Warschau is door de Duitsers in brand gestoken om een einde te maken aan de opstand.
(Bron: USHMM)


Een watervat wordt ingeladen voor deze Joden die in maart 1943 vanuit Skopje (Joegoslavië) gedeporteerd werden naar Treblinka.
(Bron: Central Zionist Archives)


Het doorgangskamp in Drancy, Frankrijk. In april 1943 arriveerden twee tranporten vanuit dit kamp in Sobibor.
(Bron: Deathcamps.org)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
05-10-2006
Laatst gewijzigd:
04-04-2016
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.