Kamp Erika

Strafkamp Erika

Uit de AKD werd in september 1944 een groep van 35 ŗ 40 man geselecteerd die ressorteerden onder de Duitse Ordnungspolizei en de naam Wachgruppe Ommen kreeg. Deze groep was verantwoordelijk voor kamp Erika en droeg de groene uniformen van de beruchte 'GrŁne Polizei'. Verder werden er nieuwe rangen ingevoerd. Als gevolg van het ressorteren onder de Ordnungspolizei was het kamp niet langer een Durchgangs- und Arbeitseinsatzlager, maar een strafkamp. De gevangenen, ongeveer 450, bestonden nu uit onderduikers, verdachten van illegale activiteiten en overtreders van de distributiewetten. De straftijd van deze gevangenen werd met volledige willekeur bepaald.

Er verbleven regelmatig leden van de SD in Erika. Samen met leden van Wachgruppe Ommen werden er onder leiding van Schwier zogenaamde knokploegen geformeerd. Deze bestonden uit circa 15 geselecteerde bewakers en SD'ers. Dag en nacht waren deze knokploegen op zoek naar overtreders en onderduikers in de wijde omgeving van Erika. Geweld en intimidatie werden daarbij niet geschuwd. Van gearresteerden werd waardevolle of bruikbare huisraad in beslag genomen, de rest werd vernield. Huizen werden ook in brand gestoken. De gearresteerden zelf werden vrijwel altijd zwaar mishandeld, tijdens het verhoor of op weg naar Erika.

De belangrijkste deelnemers aan deze tochten waren van het officierskader Schwier, Diepgrond en de Jong. Van het oorspronkelijke Kontroll Kommando Jaap de Jonge, Freek Kermer, Toon Soetebier en Herbertus Bikker. De laatste verwierf hierbij de bijnaam 'de beul van Ommen'. In ieder geval 10 sterfgevallen zijn bekend in de laatste 4 maanden van 1944 als gevolg van executies door de leden van de knokploeg.

Vanaf eind december 1944 werd de behandeling van de gevangenen door de bewakers iets beter, al bleven excessen zich voordoen. Er viel nog een dode te betreuren in deze laatste periode als gevolg van een executie. Verder vielen er drie doden en 29 gewonden bij een geallieerde luchtaanval op 14 januari 1945.

Vanaf februari 1945 keerden er steeds minder bewakers van verlof terug of gingen er simpelweg vandoor. Schwier liet ze vanaf 22 maart 1945 zelfs opsluiten in de slaapbarakken om te voorkomen dat ze vertrokken.

Op de vroege ochtend van 5 april 1945 werden de circa 450 gevangen van hun bed gelicht en op mars gestuurd. Met circa 300 gevangenen kwamen de bewakers in Hoogeveen aan. De volgende ochtend werd de mars voortgezet richting Westerbork. Daar kwamen weer 113 minder gevangenen aan dan bij het vertrek uit Hoogeveen. Veel hadden onderweg, tijdens diverse luchtaanvallen, gebruik gemaakt van de gelegenheid om te vluchten. In kamp Westerbork werden ze op 10 april 1945 bevrijd door de Eerste Poolse Pantserdivisie en de Prins Bernhard Brigade van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten.

Definitielijst

Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Toegang tot het kamp.
(Bron: Historische Kring Ommen)


Toegang tot het 'palissaden kamp'.
(Bron: Gemeente Ommen)


Uitzicht vanuit de uitkijkpost op het 'palissaden kamp'.
(Bron: Gemeente Ommen)

Informatie

Artikel door:
Frank Meijerink
Geplaatst op:
16-02-2007
Laatst gewijzigd:
14-07-2016
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.