Blenheim, Bristol

Blenheim Mk I

Bristol Blenheim Mk I/IF
Van de eerste versie werden in 1935 totaal 150 exemplaren besteld. Een opmerkelijk gegeven, wanneer we weten dat het prototype pas op 25 juni 1936 haar eerste vlucht ondernam. Deze eerste 150 toestellen werden dus rechtstreeks van de tekentafel door het Britse luchtvaartministerie besteld. Men was duidelijk onder de indruk van het vliegtuigtype. Het eerste productietoestel zou hierdoor gelijk als prototype dienen.

Doordat naast de Bristol fabriek ook de fabrieken van A.V.Roe en Rootes werden ingeschakeld, kon men in 1937 al zo'n 24 toestellen per maand gaan afleveren.

De Blenheim Mk I zoals deze versie later zou worden genoemd, werd aangedreven door twee Bristol Mercury VIII motoren met elk een vermogen van 840 pk. Voor de eigen verdediging had de driehoofdige bemanning de beschikking over een 7,7 mm Browning mitrailleur in de linkervleugel en een 7,7 mm Vickers K mitrailleur in de rugkoepel. Als offensieve bewapening kon het toestel 454 kg aan bomlading meedragen. Het was een geheel metalen vliegtuig. Kenmerkend voor de Blenheim Mk I was de stompe glazen neus.

RAF Squadron No 114 kreeg op Wyton in 1937 de eer om als eerste te worden uitgerust met de Blenheim. Het toestel werd echter al snel als verouderd bestempeld en een nieuwe versie werd noodzakelijk.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939, was bij de RAF de Blenheim Mk I al voor een groot deel vervangen door de Blenheim Mk IV. Een groot aantal Mk I toestellen werd toen omgebouwd tot nachtjagerversie als Blenheim Mk IF. Hiertoe werd onder de romp een houder aangebracht met in totaal vier 7,7 mm Browning mitrailleurs. Vanaf 1938 werden zo'n 200 toestellen verbouwd tot nachtjager. Een aantal van deze toestellen is uitgerust geweest met de A.I. MkIII luchtradar. Door de hoge snelheid van het toestel dacht men het in eerste instantie als dagjager te kunnen inzetten. De Blenheim was echter in deze vorm geen partij voor de snelle Duitse jagers. Meer succes had het bij de inzet als nachtjager, waarbij voor het eerst een nieuwe radarversie voor vliegtuigen werd gebruikt. De eerste eenheid die werd uitgerust met de Blenheim Mk IF werd No 600 Squadron te Hendon in september 1938. Vanaf 1939 tot circa 1941 vormde deze toestellen in zo'n 24 RAF-squadrons het overgrote deel van de nachtjagerinzet van de RAF.

Totaal werden voor trainingsdoeleinden 16 Mk I toestellen overgedragen aan de Fleet Air Arm (FAA) van de Royal Navy. De eerste hiervan kwam in januari 1941 in dienst bij No 771 squadron. De laatste Blenheim verliet de FAA in november 1944.

Technische gegevens:

Model:Bristol Blenheim Mk I (type142M) / IF
Taak:Lichte Bommenwerper
Bemanning:3
Afmetingen:Spanwijdte: 17,17 m
Vleugeloppervlak: 43,60 m2
Lengte: 12,12 m
Hoogte: 3,91 m
Gewicht:Leeggewicht: 3682 kg / 4100 kg
Max. Gewicht: 5682 kg / 5534 kg
Prestaties:Max. snelheid: 459 km/u / 423 km/u
Kruissnelheid: 322 km/u / 346 km/u
Plafond: 8315 m / 7498 m
Bereik: 1811 km / 1690 km
Motor:Twee Bristol Mercury VIII met een vermogen van 840 pk elk
Bewapening:Een 7,7 mm Browning machinegeweer in de linkervleugel, een 7,7 mm Vickers K mitrailleur in de rugkoepel en een bomlading van 454 kg. De Mk IF droeg geen bommenlast, maar had op het bommenluik een houder met vier 7,7 mm Browning mitrailleurs.
Productie:1427

Ook andere luchtmachten hebben de Blenheim Mk I in gebruik genomen. De Finse luchtmacht kocht 18 exemplaren en bouwde er 55 in licentie. Joegoslavië kocht er twee en nam een optie op 50 licentietoestellen. Bij de Duitse inval in 1941 waren er hiervan 16 klaar en had men nog eens 20 toestellen overgenomen van de RAF. Griekenland had 6 overtollige RAF-toestellen aangeschaft, Turkije 40 en Roemenië 13. Ook Kroatië heeft van dit type gebruik gemaakt.

Finland kocht haar eerste serie (Serie I) van 18 Blenheim Mk I toestellen al in 1936. Ze werden in de jaren 1937 en 1938 geleverd en in dienst gesteld met de registraties BL-104 t/m BL-121. In april 1939 bestelde de Finse luchtmacht een tweede serie (Serie II) Mk I's bij de Finse Staatsfabriek (registraties BL-146 t/m BL-160) die de toestellen in licentie ging bouwen. Door het uitbreken van de Winteroorlog in 1939 had men echter hard vliegtuigen nodig en een serie Mk IV(zie aldaar) en nogmaals een serie van 12 Mk I's (Serie IV) werden overgenomen van de RAF. De serie IV werd hierdoor eerder (evenals de Serie III van 12 Mk IV's) eerder in dienst genomen dan de licentietoestellen van Serie II. Serie IV kreeg de registraties BL-134 t/m BL-145.

Na de Winteroorlog kwamen de productietoestellen uit de Finse fabrieken. Serie II werd in 1941 en 1942 afgeleverd onder de registratie BL-146 t/m BL-160. In 1943 werden nogmaals 30 Mk I's (Serie V) afgeleverd uit eigen fabriek (registratie BL-161 t/m BL190). De bewapening was nagenoeg gelijk aan de Britse RAF-toestellen, alhoewel het type machinegeweer nog wel eens verschilde. De Series I en IV konden in de vleugel wel eens een Vickers in plaats van de Browning huisvesten, terwijl dit in de koepel wel andersom voorkwam. De Series II en V hadden twee 7,7mm Browning machinegeweren in de vleugel in plaats van de gebruikelijke enkele. Serie V kreeg Bristol Mercury XV motoren met een vermogen van 920 pk. Deze motoren (evenals de Mercury VIII motoren) konden overigens ook in licentie gebouwde Tampella motoren zijn.

De Joegoslavische luchtmacht bezat vier bommenwerper regimenten, waarvan er twee volledig waren uitgerust met Blenheim Mk I toestellen. Deze zijn bij de Duitse invasie volop in actie geweest, maar moesten ook hier het onderspit delven tegenover de veel modernere Luftwaffe.

Roemenië voorzag dat haar Blenheims verouderd zouden zijn voor de inzet aan het Oostfront in de oorlog met de Sovjetunie. De toestellen bleken echter nog zeer goed bruikbaar voor verkenningsdoeleinden. De Roemeense luchtmacht heeft ze daarvoor nog tot voorjaar 1943 ingezet.

De inzet
In de beginperiode van de oorlog bleek het, ondanks de veroudering, een bruikbaar toestel. Vooral in de woestijnoorlog werd haar bruikbaarheid bewezen. Zware verliezen werden echter geleden bij de inzet in Frankrijk in mei 1940 en de uitbraak van de oorlog in december 1941 in Malakka. Het grootste voordeel dat de Blenheim als jager had was het grote bereik, waardoor de toestellen tot ver boven vijandelijk gebied konden opereren. Het was echter al lang niet meer het snelste vliegtuig en door de zwakke verdediging, was het geen partij voor de vijandelijke jagers. Als nachtjager was het echter wel een succesvol type. Hierdoor zou het ten tijde van de Slag om Engeland de ruggegraat gaan vormen van de nachtjagers binnen RAF Fighter Command.

Tijdens de Duitse invasie van Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk in Mei 1940, zijn de Blenheims noodgedwongen ingezet (zowel de Mk I als de Mk IV). Naast de intensieve steun van de Fransen in Zeeland was de inzet van de RAF de voornaamste geallieerde steun aan Nederland. Op 10 mei al vielen Blenheim Mk IF jagers en Blenheim Mk I bommenwerpers onder andere de vliegvelden Waalhaven en Ypenburg aan bij de ondersteuning van de Nederlandse troepen om deze vliegvelden te heroveren (wat bij beide Ypenburg uiteindelijk ook is gelukt). De bommenwerperrol was echter in het begin van de oorlog nog niet uitgespeeld. Voordat de Duitse Luftwaffe zich ging mengen in de oorlog in Noord-Afrika en het Middellandse Zeegebied, had de RAF voornamelijk te maken met de Italiaanse luchtmacht. De Italiaanse jagers in dit gebied waren in die periode verre van modern en alhier kon de Blenheim toch nog met enig succes worden ingezet, alhoewel hier ook deze rol voornamelijk door de nieuwere Blenheim Mk IV werd ondernomen.

Bij het uitbreken van de oorlog in het Verre Oosten was de Blenheim Mk I nog steeds de voornaamste Blenheim-versie in dienst bij de RAF. Ook hier bleken de toestellen totaal niet opgewassen tegen de Japanse vliegtuigen.

De Finse toestellen zijn intensief ingezet tijdens de Winteroorlog en de daarop volgende Vervolgoorlog tegen de Sovjetunie. Ook nadat Finland zich tegen Duitsland keerde aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, zijn de overgebleven Blenheims sporadisch ingezet. De laatste Finse Blenheims gingen overigens pas in 1958 buiten dienst.

Definitielijst

invasie
Gewapende inval.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
mitrailleur
Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Bristol Blenheim Mk I


Bristol Blenheim Mk IF


Turkse Mk I's

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
13-02-2003
Laatst gewijzigd:
12-12-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2010
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.