Hosenfeld, Wilm

Opstand van Warschau en Wladyslaw Szpilman

De cursussen die door Wilm Hosenfeld georganiseerd werden, werden tot het voorjaar van 1944 goed bezocht. Die zomer werden de Duitse troepen in Warschau opgeschrikt door een opstand van het Poolse Thuisleger die op 1 augustus losbarstte en tot 2 oktober duurde. Het liep uit op een nederlaag voor de Polen. Ongeveer 16.000 tot 20.000 Poolse verzetsstrijders en ongeveer 150.000 burgers kwamen om, tegenover ongeveer 160.000 Duitse soldaten. Na de opstand vernietigden de Duitsers een groot deel van de stad. Hosenfeld was met de staf van de Kommendantur gedurende tien dagen ingesloten door de opstandelingen. Daarna kreeg hij een nieuwe functie als plaatsvervangend inlichtingenofficier. Hij verhoorde burgers en opstandelingen. Een discussie die hij voerde met de bevelvoerende generaal om de opstandelingen de status van krijgsgevangene te geven was tevergeefs.

Kort na de opstand ontmoette Hosenfeld Wladyslaw Szpilman. Szpilman was een Joodse pianist die voor de oorlog bij de Poolse omroep werkte. Hij had zowel de ontruiming en opstand in het getto van Warschau als de opstand van het Poolse Thuisleger overleefd. In november 1944 had hij onderdak gevonden in een verlaten gebouw in de desolate hoofdstad. Nadat hij zich twee dagen op de zolder had verscholen, ging hij in het huis op zoek naar voedsel. “Mijn aandacht werd zozeer door mijn zoektocht opgeëist”, zo schrijft Szpilman in zijn boek, “dat ik de stem pas hoorde, toen deze direct achter mij zei: ‘Wat zoekt u hier?’ Tegen de keukenkast geleund, stond een grote, elegante Duitse officier, met zijn armen voor zijn borst gekruist. ‘Wat zoekt u hier?’ vroeg hij opnieuw. ‘Weet u niet dat op dit moment de staf van het vestingcommando Warschau dit huis betrekt?’”

Szpilman had enorm veel geluk, want de Duitse officier die hem aantrof tijdens zijn zoektocht naar voedsel was Wilm Hosenfeld. Toen Szpilman zich overgaf, maakte Hosenfeld hem duidelijk dat hij geen kwaad in de zin had. Hij vroeg naar het beroep van de onderduiker en toen Szpilman antwoordde dat hij pianist was, nodigde Hosenfeld hem uit om op een piano in het huis een stukje te spelen. Szpilman speelde de Nocturne in c mineur van Chopin. Daarna adviseerde de officier Szpilman om het gebouw te verlaten; “Ik breng u naar een dorp buiten de stad. Daar bent u veiliger.” Szpilman antwoordde nadrukkelijk dat hij niet weg kon. “Pas nu leek hij te begrijpen wat de eigenlijke reden was dat ik mij tussen deze puinhopen verborgen hield,” zo schrijft Szpilman. “Hij kromp nerveus ineen. ‘U bent een Jood?’ vroeg hij. ‘Ja.’ […] ‘In dat geval kunt u hier inderdaad niet weg.’”

Szpilman liet vervolgens zijn schuilplaats op zolder zien. Hosenfeld ontdekte een verdieping boven de zolder waar Spzilman zich nog beter kon verschuilen. Hij hielp hem ook met het vinden van een ladder die Szpilman omhoog kon trekken wanneer hij boven was. “Toen dit alles was besproken en afgehandeld,” zo vervolgt Szpilman zijn verhaal, “vroeg hij mij of ik iets te eten had. ‘Nee,’ antwoordde ik. Hij had mij immers bij het zoeken naar voedsel verrast. ‘Nou ja, geeft niks,’ zei hij haastig, alsof hij zich achteraf over zijn overval schaamde, ‘Ik zal u levensmiddelen brengen.’ Pas nu durfde ik ook een vraag te stellen. Ik kon me gewoon niet langer inhouden: ‘Bent u Duitser?’ Hij kreeg een kleur en woedend, alsof ik hem met deze vraag beschimpt had, schreeuwde hij praktisch zijn antwoord uit: ‘Ja! Ik ben Duitser! En na alles wat gebeurd is, schaam ik mij daarvoor…’”

Enkele dagen later bracht Hosenfeld een paar broden en jam naar de onderduiker. Hij vertelde Szpilman ook dat hij nog een paar weken moest volhouden. Het Sovjetleger naderde en “deze hele oorlog is überhaupt op zijn laatst in de lente afgelopen.” Half december zag Szpilman zijn beschermer voor het laatst. Szpilman: “Hij bracht mij een grotere voorraad brood dan tot nu toe en een warm dekbed. Hij vertelde me dat hij met zijn afdeling Warschau zou verlaten en dat ik in geen geval de moed mocht verliezen, omdat het Sovjet-Russische offensief nu elke dag te verwachten was.” Ter afsluiting noemde Szpilman zijn naam. “U hebt mij er niet naar gevraagd”, zo beschrijft Szpilman wat hij die dag gezegd had in zijn boek, “maar ik wil graag dat u hem onthoudt. […] Als er iets met u gebeurt en als ik u op welke manier dan ook kan helpen, denk dan hieraan: Szpilman – Poolse omroep.”

Wladyslaw Szpilman overleefde de oorlog en beschreef meteen in 1945 zijn ervaringen in een boek met als titel “Smierc Miasta” (De dood van een stad). Ten tijde van de Koude Oorlog werd de uitgave van dit boek in Polen tegengewerkt door de communistische overheid. In 1998 werd het boek in het Duits uitgegeven en in 2002 werd het verfilmd door Roman Polanski met als titel “The Pianist”. De verfilming van zijn levensverhaal maakte Wladyslaw Szpilman niet meer mee, want hij overleed op 6 juli 2000 in Warschau.

Definitielijst

offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Wladyslaw Szpilman, de bekendste persoon die gered werd door Hosenfeld.
(Bron: www.szpilman.net)


Szpilman aan de piano.
(Bron: www.szpilman.net)


Warschau na de Poolse opstand.

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
17-07-2007
Laatst gewijzigd:
15-08-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.