Hosenfeld, Wilm

Dagboeknotities en brieven

In 1998 vond een dochter van Hosenfeld op zolder een kist met meer dan 600 brieven van haar vader aan haar moeder en veel andere documenten, zoals brieven aan zijn kinderen, briefkaarten uit de tijd van zijn krijgsgevangenschap en dagboeken en schriften vol aantekeningen. Dit materiaal werd door Thomas Vogel samengevoegd in het in 2004 gepubliceerde boek “Ich versuche jeden zu retten. Das leben eines deutschen Offiziers in Briefen und Tagebüchern”. Al eerder werden delen uit het dagboek dat Hosenfeld in Warschau bijhield gepubliceerd, namelijk in de meest recente drukken van het in dit artikel reeds genoemde boek van Wladyslaw Szpilman. Deze dagboekfragmenten bekrachtigen het beeld van de idealistische, hulpvaardige Duitse officier die zich door zijn menselijkheid en meedogen onderscheidde van de gemiddelde Duitse soldaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste onderwerpen die hij veelvuldig beschrijft, zijn zijn alsmaar grotere afkeer van het nationaalsocialisme, Hitler en de oorlog, de uitroeiing van de Joden en de wijze waarop hij als christen tegen dit alles aankeek.

“Waarom moest het eigenlijk tot oorlog komen?” zo schreef Hosenfeld op 1 september 1942. “Het moet de mensen een keer onder het oog worden gebracht, waar hun goddeloosheid toe leidt. Eerst heeft het bolsjewisme miljoenen omgebracht om zogenaamd een nieuwe wereldorde te bewerkstelligen. Het bolsjewisme kon dat alleen maar doen, omdat het zich van God en de christelijke leer heeft afgekeerd. Nu doet het nationaalsocialisme in Duitsland hetzelfde: het verbiedt het belijden van een godsdienst, voedt de jeugd zonder religie op, voert strijd tegen de Kerk, onteigent haar bezittingen, onderdrukt andersdenkenden, verlaagt de vrije individualiteit van de Duitsers tot vreesachtige, onvrije slaven. […] Er bestaat geen gebod meer – je mag niet stelen, niet doden, niet liegen – als dat indruist tegen het eigenbelang. Uit deze verloochening van de goddelijke geboden ontstaan alle andere immorele verschijningen van de hebzucht, de onrechtvaardige verrijking, van de haat, van het bedrog, van de geslachtelijke teugelloosheid met onvruchtbaarheid, neergang van het volk tot gevolg.”

In Hosenfelds dagboekaantekeningen wordt de Holocaust ook veelvuldig genoemd. Op 17 april 1942 schreef hij over de gaskamers in Auschwitz en op 23 juli over een vernietigingsactie van de Joden. “Over Lietzmannstadt [Lodz], over Kutno wordt verteld dat de Joden, mannen, vrouwen en kinderen, in mobiele gaskamers worden vergiftigd, dat de doden worden uitgekleed, in massagraven worden gegooid en de kleren voor verder gebruik naar textielfabrieken gaat. […] Nu staat men blijkbaar op het punt om ook het getto van Warschau […] op soortgelijke wijze leeg te maken.” Met Kutno moet Hosenfeld Kulmhof, in het Pools Chelmno, bedoeld hebben: het eerste vernietigingskamp van de nazi’s waar circa 320.000 mensen, vooral uit het getto van Lodz, omgebracht werden.

De Joden uit het getto van Warschau werden, zoals Hosenfeld juist vermoedde, vanaf 22 juli 1942 gedeporteerd. Zij werden afgevoerd naar vernietigingskamp Treblinka waar tussen de 870.000 en 925.000 mensen werden omgebracht. Hosenfeld noemde dit vernietigingskamp al in 1942 in zijn dagboek. Op 16 juni 1943, na de opstand in het getto van Warschau, schreef hij: “Talloze Joden zijn omgebracht, zonder reden, zonder nut, zonder nadenken. Nu is de laatste rest Joodse inwoners in het getto uitgeroeid. […] Het hele getto was één grote brandende ruïne. Zo willen wij de oorlog winnen, wij beesten. Met deze gruwelijke massamoord aan de Joden hebben wij de oorlog verloren. Wij hebben een onuitwisbare schande, een onophefbare vloek op ons geladen. Wij verdienen geen genade, wij zijn allemaal medeschuldig.”

Niet altijd waren de geruchten die Hosenfeld hoorde over de Holocaust juist. Zo schreef hij op 25 juli 1942 dat “Ergens niet ver van Lublin, […] men gebouwen [heeft] opgetrokken, die elektrisch te verwarmen ruimten hebben, die door sterkstroom net als in een crematorium worden verwarmd. De ongelukkige mensen worden deze verhittingskamers ingedreven en vervolgens levend verbrand.” Zulke verhittingskamers hebben nooit bestaan. In Lublin bevond zich wel het vernietigingskamp Majdanek waar slachtoffers in gaskamers met Zyklon-B vergast werden. Ook een “mobiele barak” in Treblinka die Hosenfeld op 6 september 1942 beschreef en waarin volgens hem mensen vergast werden, heeft niet bestaan. De slachtoffers werden in Treblinka met uitlaatgassen vergast in vaste gaskamers. De enige mobiele gaskamers zijn de gaswagens geweest die onder andere in Chelmno en door de Einsatzgruppen werden ingezet. Ondanks deze onjuistheden kan geconcludeerd worden dat Hosenfeld betrekkelijk goed op de hoogte was van het vernietigingsprogramma van de nazi’s. “Ich habe es nicht gewusst” geldt absoluut niet voor hem.

De laatste dagboeknotitie is gedateerd op 11 augustus 1944. Hosenfeld beschrijft het bevel dat Hitler had gegeven om Warschau met de grond gelijk te maken. Hij noemde dit “het bankroet van onze politiek in het oosten. Met de verwoesting van Warschau richten we voor deze politiek het afsluitende gedenkteken op.” Nog voor de verovering van de stad door de Sovjets stuurde Hosenfeld zijn schriften met dagboekaantekeningen op naar zijn gezin in Duitsland. Hij verstuurde dit dus met de post van de Wehrmacht. Daarmee nam hij een zeer groot risico, want de explosieve inhoud van zijn teksten had voor hem de doodstraf kunnen betekenen. Zijn post belandde echter zonder problemen in Duitsland. Daar werd het dus pas in 1998 weer teruggevonden na het overlijden van zijn vrouw Annemarie.

Definitielijst

getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
Holocaust
Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.
Zyklon-B
Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hosenfeld met zijn gezin in Thalau, 1936. V.l.n.r. Wilm, Jorinde, Detlev, Anemone, Annemarie en Helmut.
(Bron: Familie Hosenfeld)


Het boek uit 2004 met daarin onder andere de dagboekaantekeningen van Hosenfeld.

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
17-07-2007
Laatst gewijzigd:
15-08-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.