In de zomer van 1942 werd in België begonnen met het deporteren van de Joden. Omdat Mechelen ideaal was gelegen tussen Brussel en Antwerpen, de steden waar de meeste Joden woonden én omdat de stad beschikte over een kazerne werd hier het SS-Sammellager Mecheln ingericht. De Dossinkazerne, zoals deze plaats in de volksmond wordt genoemd, werd de draaischijf van de deportaties van de Joden uit België naar de concentratiekampen. Hier werden ze bijeengebracht en op treinen naar het Oosten gezet. Meer dan 25 267 Joden werden gedeporteerd.
Niets leek de geoliede machine van de deportaties in de weg te kunnen staan. Dat was echter gerekend buiten de moed van drie jonge studenten die met een stormlamp, een rood papier en één pistool een transport wisten op te houden en vele Joden te bevrijden.
