Seyss-Inquart, Arthur

Verzoeningspogingen

Zoals een man met zijn macht betaamt, moest Seyss-Inquart een statige residentie betrekken. De koninklijke paleizen stonden tot zijn beschikking, maar hij was tactvol genoeg om te beseffen dat het kwaad bloed onder de Nederlanders zou zetten wanneer hij daar in zou trekken. De keuze viel op het zeventiende-eeuwse landgoed Clingendael tussen Den Haag en Wassenaar (tegenwoordig is hier het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen gehuisvest). Hij liet er enkele verbouwingen doen en ging er in de herfst van 1940 wonen. Anders dan veel hooggeplaatste nazi’s die zich te buiten gingen aan alle luxe die hen ter beschikking stond, was zijn leefstijl ingetogen. Uitbundige feesten werden niet gehouden op het landgoed en als er recepties plaatsvonden dan werd dronkenschap niet toegelaten en kregen de gasten een sober diner voorgeschoteld. Ondanks dat het gedurende de bezetting steeds lastiger of haast onmogelijk werd om aan luxe producten te komen, was het kopen van producten op de zwarte markt voor Seyss-Inquarts keukenpersoneel uit den boze. Het verhaal gaat dat als men op het bureau van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei een uitnodiging kreeg om op Clingendael te komen dineren dat men tegen elkaar zei dat er van tevoren elders iets gegeten moest worden omdat hun honger anders niet gestild werd.

De soberheid van de bijeenkomsten in Clingendael paste geheel bij het karakter van de rijkscommissaris die liever luisterde naar klassieke muziek of wandelingen maakte dan dat hij pochte met zijn macht of rijkdom. In tegenstelling tot een heleboel opportunisten binnen de nazihiërarchie misbruikte hij zijn positie nooit om zichzelf te verrijken. Hij was een ingetogen, gesloten mens, een workaholic met een grote belangstelling voor cultuur. Hij was bovendien zeer intelligent, zoals bleek uit de IQ-score van 141 (alleen de voormalig Rijksbankdirecteur en minister van Economische Zaken Hjalmar Schacht had een hogere score) die hij behaalde bij een onderzoek gedurende zijn naoorlogse gevangenschap in Neurenberg. Het stereotype van de brute, machtswellustige, corrupte nazi stond heel ver van hem.

Zijn ingetogen, gesloten houding werd niet altijd door zijn collega’s gewaardeerd. “Als ik met hem sprak, had ik steeds het gevoel of er een glazen wand tussen ons was”, zo verklaarde het hoofd van zijn Präsidialabteilung (vergelijkbaar met het Nederlandse Openbaar Ministerie) na de oorlog. Friedrich Wimmer noemde hem “een grote zwijger. Hij gaf zelden ronduit zijn mening.” Otto Bene, de vertegenwoordiger van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland, noemde hem in 1942 “de koele berekenaar”. Volgens Hanns Rauter was de rijkscommissaris “een man die geen hart gekend heeft” en Friedrich Christiansen bestempelde hem tot “een ijskoude Jezuïet”. Die laatste benaming was gebaseerd op het gerucht dat hij opgevoed zou zijn op een berucht Oostenrijks jezuïeteninternaat. Dat verhaal was niet juist, maar Seyss-Inquart bleef gedurende zijn nazicarrière wel zijn katholieke geloof aanhangen, hoewel hij sinds de Anschluss niet langer de kerk bezocht. Via een tussenpersoon betaalde hij zijn kerkelijke belasting en ook werd zijn jongste dochter katholiek opgevoed.

Het nationaalsocialisme verving voor hem een groot deel van zijn religie. Zijn aanvankelijke terughoudendheid ten opzichte van het nazisme was in Polen allang verdwenen. Daarvan getuigt onder meer een toespraak die hij in augustus 1939 hield in Polen. “Ons geloof wordt bekroond door de drie-eenheid volk, rijk en Führer”, zo sprak hij toen. “En daarom mag er voor een nationaalsocialist geen sterkere binding zijn dan die aan zijn volk. Als deze laatste, beslissende opdracht wordt gegeven, moet alles wijken: ons eigen lot, onze familie, onze mening, ons geloof. Slechts wie bereid is, onder alle omstandigheden en tegen alle tegenstand in, deze volledige inzet te geven, is nationaalsocialist.” Voor deze ideeën moest Seyss-Inquart nu de Nederlanders winnen. Hij besefte dat hij hen eerst voor zich moest winnen en begon een soort charmeoffensief waaruit de Nederlanders zouden moeten concluderen dat de Duitsers enkel goede bedoelingen hadden. Eén van de eerste officiële activiteiten van Seyss-Inquart als rijkscommissaris was een bezoek aan de graven van gesneuvelde Duitse én Nederlandse soldaten op de Grebbeberg waar gedurende de meidagen zware gevechten hadden plaatsgevonden. Op 21 juni 1940 was hij ook aanwezig bij de presentatie van de plannen voor de wederopbouw van het door de Luftwaffe gebombardeerde Rotterdam.

Andere pogingen van Seyss-Inquart om de Nederlanders voor zich te winnen waren bijvoorbeeld de kinderuitzendingen en de Winterhulp. De kinderuitzendingen waren een initiatief van hem om de Nederlanders te bedanken voor het opvangen van ondervoede Oostenrijkse kinderen in de jaren voor de oorlog. Op 22 juni 1940 maakte hij bekend dat 6.000 kinderen uit het gebombardeerde Rotterdam een vakantiereis naar Oostenrijk kregen aangeboden. Uiteindelijk maakten dat jaar 6.753 kinderen gebruik van zijn aanbod. Vanuit propagandaoverwegingen was de rijkscommissaris in juli aanwezig bij het vertrek van een trein met kinderen naar Oostenrijk. Hij toonde zich een ware kindervriend en liet zich fotograferen omringd door kinderen. Op 1 oktober 1940 was hij ook weer aanwezig om de terugkerende Rotterdamse kinderen welkom thuis te heten. De Nederlanders lieten zich echter niet zo makkelijk misleiden door deze propagandatruc. Het waren vooral pro-Duitse Nederlanders en NSB’ers die hun kinderen meestuurden naar Oostenrijk. Toen het initiatief een jaar later herhaald werd, stapten nog slechts 525 kinderen op de trein.

De Stichting Winterhulp Nederland (WHN) werd op 28 oktober 1940 door Seyss-Inquart opgericht. De organisatie was vergelijkbaar met het Duitse Winterhilfswerk. De organisatie moest het bestaande liefdadigheidswerk in Nederland centraliseren. Het doel was om “behoeftige Nederlandsche staatsburgers zonder aanzien des persoons hulp en ondersteuning te verschaffen”. Het had moeten overkomen als een gebaar van sociale bewogenheid van de bezetter, maar werd door veel Nederlanders niet zo ervaren. Ze waren boos omdat de organisatie in plaats kwam van particuliere liefdadigheidsorganisaties en ze beschouwden het als een propagandastunt. Het bezettingsbestuur had nog geprobeerd om te voorkomen dat de Nederlanders de Winterhulp zouden beschouwen als een nationaalsocialistisch initiatief, maar de betrokkenheid van prominente NSB’ers, zoals Max Blokzijl en Meinoud Rost van Tonningen en de vele pro-Duitse personen en NSB’ers onder de collectanten gaven een heel ander beeld.

Een nieuwe mogelijkheid om de Nederlanders voor zich te winnen was de gezamenlijke strijd tegen het communisme, zo dacht althans Seyss-Inquart. In het burgerlijke Nederland was de angst voor het communisme namelijk groot, vooral onder de kerkelijke bevolking. Nadat op 22 juni 1941 operatie Barbarossa, de Duitse aanval op de Sovjet-Unie, van start was gegaan, organiseerde de rijkscommissaris op 27 juni een grote manifestatie op het IJsclubterrein (het tegenwoordige Museumplein) in Amsterdam met als motto: “Mit Adolf Hitler in ein neues Europa”. De Nederlanders werden in een ruim een uur durende rede door hem voor een keuze gesteld: het nationaalsocialisme of het bolsjewisme. In de daaropvolgende bezettingsjaren werden de Nederlanders overstelpt met anticommunistische propaganda en werden ze opgeroepen om dienst te nemen in de Waffen-SS. Uiteindelijk traden rond de 22.000 Nederlanders vrijwillig in dienst van de Waffen-SS. Van hen sneuvelden er meer dan 7.000. Aan het thuisfront konden de overlevenden op weinig of geen sympathie rekenen; ze werden beschouwd als landverraders en werden met de nek aan gekeken. Hoewel ze daar niet altijd even veel uiting aan gaven, beschouwden veel Nederlanders niet het bolsjewisme, maar het nationaalsocialisme als de directe vijand.

Ondanks zijn verzoeningspogingen slaagde Seyss-Inquart er niet in om de Nederlanders massaal voor zich te winnen. De relatieve gematigdheid van het bezettingsbestuur gedurende de eerste maanden werd niet in stand gehouden; er moest opgetreden worden tegen het (gewapende) verzet, er moesten Nederlanders voor dwangarbeid naar Duitsland gestuurd worden en de Nederlandse Joden moesten gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen in het oosten. Als hoogste vertegenwoordiger van de vijand werd Seyss-Inquart door veel Nederlanders persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor elke impopulaire maatregel. Ook alle misdaden die door het SS- en politieapparaat van Hanns Rauter gepleegd werden, werden – soms terecht, soms niet – op zijn conto geschreven. Logisch, want in het openbaar vertoonde hij zich bijna altijd in het uniform van de SS. Op 20 april 1941 werd hij benoemd tot SS-Obergruppenführer, dezelfde rang als bijvoorbeeld Reinhard Heydrich. Hij werd dan wel door veel Nederlanders beschouwd als de personificatie van de vijand, maar zijn persoon lijkt weinig angst opgeroepen te hebben. Dit in tegenstelling tot de Höhere SS und Polizeiführer. “Er zijn veel grappen op Seyss-Inquart gemaakt,” zo stelt historicus Loe de Jong, “maar niet één op Rauter.” Het lag aan zijn uiterlijk en handicap dat de rijkscommissaris het mikpunt van spot was. Met zijn intellectuele voorkomen en het stijve been maakte hij nou eenmaal minder indruk dan Rauter met zijn lange postuur en militaire voorkomen. Zes-en-een-kwart, zo werd Seyss-Inquart gekscherend genoemd of men beweerde dat er in Den Haag straten naar hem genoemd waren: de Lange en Korte Poten. Een ander bekend mopje: “Dag vrouwke”, zou Seyss-Inquart bij thuiskomst tot zijn vrouw gezegd hebben. “Dag manke”, luidde haar antwoord. Ook in spotprenten in de illegale pers moest hij het vaak ontgelden.

Definitielijst

Anschluss
Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
communisme
Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
nazisme
Afkorting van nationaal-socialisme.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
rijkscommissaris
Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Seyss-Inquart stopt zijn gift voor de Winterhulp in de collectebus.
(Bron: ANP Fotoarchief)


Manifestatie tegen het bolsjewisme op 27 juni 1941 in Amsterdam.
(Bron: ANP Fotoarchief)


Propagandaposter die Nederlanders oproept om in dienst te treden van de SS-Standaard Westland om te vechten tegen het bolsjewisme.
(Bron: Beeldbank WO2)


Propagandaposter van de NSB om de Nederlanders te winnen voor het nationaalsocialisme.
(Bron: Beeldbank WO2)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
13-08-2008
Laatst gewijzigd:
20-08-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.