Frank, Hans

Het juridische kopstuk van de NSDAP

Frank maakte vanaf 1927 een bliksemcarrière binnen de gelederen van de NSDAP. Dat jaar werden er voor het partijdistrict Berlijn advocaten gezocht voor de verdediging van NSDAP-leden in strafprocessen. Frank meldde zich aan, werd lid van de partij en ontpopte zich binnen de kortste keren tot de sterjurist van de nazi’s. Tot de machtsovername in 1933 trad hij namens de NSDAP in een groot aantal processen op. Ongeveer 150 keer vertegenwoordigde hij Hitler in de rechtszaal.

Niet alleen voor de rechters verdedigde Frank zijn partijchef. In 1930 gingen er geruchten dat Hitler van deels Joodse afkomst was. Hij gaf Frank de opdracht om onderzoek naar zijn familiegeschiedenis te doen. Na de oorlog, in zijn cel in Neurenberg, schreef Frank dat zijn onderzoek had opgeleverd dat het niet ondenkbaar was dat Hitlers vader half-Joods was. De ongetrouwde grootmoeder van Hitler, Maria Anna Schicklgruber, zou namelijk op 42-jarige leeftijd een buitenechtelijk kind, Hitlers vader, hebben gekregen uit de relatie met een 19 jaar oude telg uit de bemiddelde Joodse familie Frankenberger waar zij als kokkin werkte. Frank ontdekte dat de Joodse familie voor de opvoeding van het kind had betaald tot het 14 jaar oud was, maar concludeerde destijds dat dit slechts was om de moeder financieel te ondersteunen. De vader van het kind zou ene Johann Georg Hiedler zijn geweest, een molenaarsknecht die de achterneef van Maria Anna Schicklgruber was. Vier jaar na de geboorte van het kind trouwde hij met haar en hij veranderde zijn naam in Hitler. Dat was tenminste de door Frank geconstrueerde officiële versie. Overigens doet de gezaghebbende Hitlerbiograaf Kershaw diens Joodse afkomst af als onbewezen en uiterst onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk.

Niet alleen in de juridische praktijk, maar ook de theoretische kant van het nazirecht had de aandacht van Frank. Hij was de oprichter van de “Bund nationalsozialistischer Deutscher Juristen”, die in 1936 werd omgedoopt tot de “Rechtswahrerbund”. Ook werd hij hoofd van de juridische afdeling van de Reichsleitung van de NSDAP, vanaf 1935 het Reichsrechtsamt geheten.

Op 2 oktober 1933 werd Frank bovendien president van de “Akademie für Deutsches Recht”. Deze instelling moest een ingrijpende rechtshervorming op basis van de nationaalsocialistische opvattingen voorbereiden. Daartoe kreeg de Akademie verregaande bevoegdheden om de juridische grondslagen van het gehele Duitse Rijk te coördineren. Het was volgens de statuten de taak van de Akademie om “de verjonging van het recht in Duitsland te bevorderen en het nationaalsocialistische programma op het gebied van het recht te verwerkelijken”. Frank liet er geen twijfel over bestaan wat dat voor “andersdenkenden” en Joden zou betekenen.

Uit een radiotoespraak op 20 maart 1934:

“Een fundamenteel rechtsbeginsel is de juridische eliminatie van die politieke organisaties die vroeger de gelegenheid hadden om binnen de staat (…) hun eigen zelfzuchtige doelstellingen te plaatsen boven het algemene welzijn van de natie. Deze eliminatie heeft inmiddels volledig legaal plaatsgevonden. Dit vloeit niet voort uit despotische neigingen, maar het is het noodzakelijke juridische gevolg van een duidelijk politiek resultaat, namelijk 14 jaar strijd van de NSDAP”.

In diezelfde toespraak klonk een niet mis te verstane dreiging door:

“Een andere fundamenteel beginsel is rassenwetgeving. De nationaalsocialisten waren de eersten in de gehele rechtsgeschiedenis die het rassenconcept tot de status van een juridische begrip hebben verheven. De Duitse natie, raciaal en nationaal verenigd, zal in de toekomst wettelijk worden beschermd tegen iedere verdere desintegratie van het zuivere Duitse ras”.

Een goede verstaander kon de conclusie al trekken: voor de Joden was geen plaats in het recht. Voor wie nog mocht twijfelen, in een speech op 3 oktober 1936 liet Frank er geen misverstand meer over bestaan:

“Met name wij nationaalsocialistische juristen hebben een eigen missie (…). Wij bouwen het Duitse recht op de oude en vitale fundamenten van het Duitse volk. (…) Het is zo voor de hand liggend dat het nauwelijks hoeft te worden vermeld: iedere deelname van de Jood aan het Duitse recht is onmogelijk. De eliminatie van de Joden uit de Duitse rechtspraak is helemaal niet te wijten aan haat of afgunst, maar aan het besef dat de invloed van de Jood op het Duitse leven in essentie schadelijk en verderfelijk is en dat er in het belang van het Duitse volk en haar toekomst een onmiskenbare grens moet worden getrokken tussen ons en de Joden”.

De nazi-theoreticus Frank liet zich ook in de praktische politiek gelden. In 1930 werd hij lid van de Reichstag voor de NSDAP en na de nationaalsocialistische machtovername in 1933 kreeg hij enkele politieke functies toebedeeld. Op 18 april 1933 werd Frank minister van Justitie in Beieren en op 22 april volgde zijn benoeming tot “Reichskommissar für die Gleichschaltung der Justiz in den Ländern und für die Erneuerung der Rechtsordnung”. In die laatste functie moest hij aan het hele Rijk de nationaalsocialistische wetgeving opleggen. Hij ging daarbij zo voortvarend te werk dat hij zichzelf als Beiers justitieminister al snel overbodig maakte. Immers, na de gelijkschakeling van het rechtswezen in alle gebiedsdelen van Duitsland werden afzonderlijke ministers van Justitie overbodig. Bovendien betekende de gelijkschakeling ook het einde van zijn werkzaamheden als Reichskommissar. Het doel was bereikt.

In december 1934 trad Frank af als minister van Justitie van Beieren en was zijn taak als Reichskommissar volbracht. Zijn aftreden als minister wordt ook wel in verband gebracht met enkele kritische geluiden die Frank in deze functie heeft laten horen. Zo had Frank eerder geklaagd over illegale executies die in het concentratiekamp Dachau hadden plaatsgevonden. Bovendien kon de liquidatie van de kopstukken van de SA in juni 1934 tijdens de “Nacht van de Lange Messen” ook niet op zijn instemming rekenen. Wat hiervan ook zij, na 1934 miste Frank nagenoeg iedere daadwerkelijke politieke invloed in Duitsland. Hij werd weliswaar “Reichsminister ohne Geschäftsbereich” (rijksminister zonder portefeuille) en zou dat tot het eind van de oorlog blijven, maar veel zeggenschap bracht dat niet met zich mee. Hij bekleedde daarnaast nog enkele representatieve partijfuncties zoals een van de achttien Reichsleiter van de NSDAP, die gezamenlijk het partijbestuur vormden. Echter, zijn politieke rol in Duitsland was nagenoeg uitgespeeld.

Dat betekende echter geenszins dat hij definitief naar de achtergrond verdween. In 1939 zou Hans Frank in het bezette Polen tot een heel andere taak worden geroepen. Hiermee zou hij zijn duistere reputatie in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog definitief vestigen.

Definitielijst

Gleichschaltung
Letterlijk: gelijkschakeling. Streven van de nazi-partij om alle maatschappelijke en culturele organisaties te modelleren naar de nationaal-socialistische geest.
Nacht van de Lange Messen
Nacht van 30 juni op 1 juli 1933 waarin Hitler op bloedige wijze afrekende met de veeleisende leiders van de SA, waaronder Ernst Röhm.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hans Frank in 1933 in SA-uniform
(Bron: HolocaustResearchProject)


Omslag van het "Zeitschrift der Akademie für Deutsches Recht"
(Bron: Publiek domein)

Informatie

Artikel door:
Robert Jan Noks
Geplaatst op:
22-09-2008
Laatst gewijzigd:
29-12-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.