Cryns, Adolphe

In het verzet

In tegenstelling tot de aanhangers van de Nieuwe Orde geloofde Cryns niet in een Duitse eindzege. De herinnering aan de smadelijke aftocht van de Duitsers te Willebroek in 1918 was levendig in zijn geheugen geprent. Cryns had weinig affiniteit met de verzuchtingen en het streven van de Vlaamse Beweging. In zijn houding ten opzichte van de bezetter beoefende hij koelbloedig en met een scherp psychologisch doorzicht de kunst van het temporiseren: "tijd winnen" en "rond de pot draaien" was zijn devies. Cryns moest zich voortdurend komen verantwoorden op de Kreiskommandantur, maar slaagde er door zijn handigheid en bedachtzaamheid toch in om geen overdreven achterdocht te wekken bij de Duitsers. Tegelijkertijd was hij bijzonder op zijn hoede om geen hand- en spandiensten te leveren aan de vijand. Meermaals kwam hij in hachelijke situaties terecht, waaruit hij zich telkens weer wist te redden; het mag een wonder heten dat hij niet gearresteerd werd.

Door zijn weigering om de politie ook maar enigszins in te schakelen bij de uitvoering van de verplichte tewerkstelling in Duitsland, die vanaf maart 1942 werd ingevoerd, kwam hij rechtstreeks in aanvaring met de Kommandantur, maar hij kon zodanig overtuigend argumenteren, op grond van diverse Belgische administratieve en juridische onderrichtingen, dat de Kommandantur bij brief van 15 februari 1944 ervan afzag om nog verder aan te dringen op de medewerking van de politie. De Sint-Niklase politie had de reputatie weinig deutschfreundlich te zijn en kreeg daarom geen toelating om wapens te dragen. Op 28 augustus 1940 schreef Major und Kommandant Schroeder aan Van Haver: "lch halte eine Bewaffnung der Gemeindepolizei mit Schusswaffen nicht für erforderlich".

Klaarblijkelijk hadden de Duitsers er geen weet van dat commissaris Cryns een zeer actieve rol speelde in het verzet. Begin oktober 1940 werd Cryns benaderd door Alfons Metsers, handelsdirecteur bij de firma Edmond Meert. Metsers had het plan opgevat om samen met zijn baas Marcel Meert en fabrikant Henri Pannier een sluikblad uit te geven "ten einde zo veel mogelijk de hatelijke en leugenachtige propaganda van de bezetter, en diens knechten te keer te gaan". Hij wou hierbij Cryns betrekken, die zich meteen engageerde voor de zaak, maar wel verklaarde een beetje op de achtergrond te zullen blijven om niet in de kijker te lopen. Tijdens de laatste maanden van 1940 zorgde de groep-Metsers voor de verspreiding te Sint-Niklaas van het pas opgerichte clandestiene Gentse studentenblaadje "De Kleine Belg". Naderhand werd "De Kleine Belg" verder gecyclostyleerd te Sint-Niklaas en geleidelijk aangevuld met plaatselijk nieuws. Van begin 1941 tot juni 1942 verscheen het blad als onafhankelijk orgaan van de groep, eerst in maandelijkse afleveringen (in 1941), later zelfs tweemaal per maand (in 1942).

Vanaf 20 juli 1942 werd "De Kleine Belg" vervangen door "De Vrije Belg". Ten gevolge van de aanhouding van de medewerkers Gerard van Gerven uit Beveren-Waas en Jean Grysouille uit Sint-Niklaas in april 1943 werd de bijna tweewekelijkse periodiciteit van "De Vrije Belg." afgebroken: tussen 1 juli 1943 en 31 december 1943 zouden er maar twee of drie zeer beperkte edities tot stand komen. Vanaf januari tot september 1944 ontstond er weer een grotere, maandelijkse regelmaat: het blad werd in die periode gedrukt bij Van Landschoot in Oostakker. Adolphe Cryns verleende zijn medewerking aan "De Kleine Belg" en diens opvolger als redacteur en verdeler. Daarnaast distribueerde hij "Vogelvrij" (uitgegeven sinds december 1943) en "Front" (sinds maart 1944).

Kort na de start van zijn sluikpersactiviteiten trad Cryns toe tot de gewestelijke cel van het Belgisch Legioen, het latere Geheim Leger. Op 15 februari 1941 werd hij hiervoor aangezocht door reservekapitein en breigoedfabrikant Edmond Hoste, die de Sint-Niklase afdeling moest oprichten en leiden. In zijn dagboeknotities gaf Cryns verhelderende commentaar omtrent deze toetreding, die niet zonder risico was. Zij betekende voor hem een "verlichting tegen al de vernederingen die wij om zo te zeggen dagelijks te verduren krijgen van de bezetter, en bijzonder van zijn zwarte knechten." Tegenover de "bestendige druk", "ongerustheid" en "angst" waarmee elke burger "in deze sombere tijden" af te rekenen had, plaatste Cryns het vermogen om de angst onder controle te houden en de moed om iets te ondernemen. Cryns wou bovendien hoe dan ook vermijden dat er in de stad een geheime patriottische organisatie zou ontstaan, waar hij als politiecommissaris volledig buiten stond. Binnen het Geheim Leger opereerde Cryns als inlichtingenagent, een functie die hij ook zou gaan vervullen voor het Onafhankelijkheidsfront (vanaf 1942) en voor de spionagenetten Alex-Tegal (van augustus 1942 tot april 1943) en Luc-Marc (van juni 1943 tot maart 1944).

Cryns verzamelde voor het verzet nuttige informatie over opsporingen, onderzoeken en arrestaties door de Duitsers, over militaire manoeuvers en transporten, over de interne organisatie van Werbestelle, Arbeitsamt, Kommandantur en Feldgendarmerie. Vanaf eind 1942 ging hij tijdens de nachtcontrole van zijn bewakingsagenten geregeld snuffelen op de bureaus van het Arbeitsamt en de Werbestelle, waar hij de hand kon leggen op belangrijke verslagen en administratieve stukken. Cryns legde verder een uitvoerige documentatie aan in verband met de werking van de "anti-vaderlandse" groeperingen te Sint-Niklaas.

Cryns schaarde een dertigtal te vertrouwen korpsleden - zoals adjunct-commissaris Jules Lanoo en inspecteur Jozef Steenwegen - rond zich die hem bij de uitvoering van allerlei discrete acties bijstonden: het verbergen van dienstrevolvers en legergeweren met munitie, het verwittigen van door de Duitsers gezochte inwoners, het verlenen van hulp aan door de bezetter in stadscellen opgesloten personen, het doen verdwijnen van steekkaarten op het Arbeitsamt, het bedelen van sluikbladen en pamfletten, het saboteren van voor de Duitsers rijdende goederentreinen, het uitstrooien van kraaienpoten op de omgeleide staatsbaan Tilburg-Rijsel. Agent Joannes Bauwens werd door Cryns ter beschikking gesteld van de Duitsers, voor het verrichten van allerlei boodschappen en klussen. Bauwens beschikte daardoor over een zekere bewegingsvrijheid in de dienstlokalen van de bezetter, die hij benutte voor geheim speurwerk op last van Cryns. Een aantal gevaarlijke opdrachten nam Cryns volledig voor zijn eigen rekening. Met medeweten van schepen Arthur de Meyer bezorgde hij vanaf eind 1942 aan de leiding van het Onafhankelijkheidsfront de voor de ondergedokenen bestemde rantsoeneringszegels.

Cryns hielp het Onafhankelijkheidsfront bij het aanmaken van valse identiteitskaarten: hij leverde blanco kaarten of geschikt drukpapier en stempelde de valse identiteitsbewijzen af. In een paar gevallen vervaardigde hij de identiteitskaarten zelf, o.a. voor Alfons Metsers, Julien van Hoye uit Sint-Pauwels en voor rijkswachtcommandant Herlant. Met de leiding van de verzetsgroeperingen besprak Cryns sabotageplannen, regelde de uren van de bewakingsdiensten zodanig dat de saboteurs ongehinderd hun werkzaamheden konden verrichten en leidde de Duitse recherche op een verkeerd of dood spoor. De bomaanslag van 22 november 1942 op het Arbeitsamt was hiervan het meest spectaculaire voorbeeld. In het najaar van 1943 en in april en mei 1944 maakte Cryns zich speciaal verdienstelijk bij de begeleiding van en hulp aan geallieerde vliegeniers.

Cryns was zich er wel degelijk van bewust dat hij met vuur speelde en gevaar liep om afgezet of gearresteerd te worden. Hij nam zijn voorzorgen om tijdig te kunnen onderduiken. In zijn woning aan de Mercatorstraat liet hij een tweede kelderruimte dichtmetselen, waarin hij kon afdalen via vier in een metalen frame gevatte plaveien in de hall. Hij had een tweede ontsnappingsweg langs de tuin, van waaruit hij kon wegvluchten naar de grote magazijnen van de firma Scheerders-Van Kerchove aan de Leopold II-laan. Vanuit zijn kabinet op het stadhuis kon hij langs een nooit gebruikte gang en de berging van de brandweer in de pastorie geraken en vandaar in de Onze-Lieve-Vrouwstraat. Een agent in burger hield de wacht op het stadhuis en bracht hem altijd vooraf op de hoogte van de komst van leden van de Feldgendarmerie of andere Duitse diensten, zodat hij bijtijds de plaat kon poetsen. Voorts beschikte hij over verschillende schuiladressen, waar hij terecht kon als hij zich thuis niet meer veilig voelde, ondermeer bij zijn vriend Stephaan van Royen en bij de Broeders Hiëronymieten. In zijn dagboekaantekeningen van 1944 meldde hij meermaals dat hij niet meer thuis durfde slapen. Cryns bezat ook een valse identiteitskaart.

Definitielijst

onderduiken
Het verstoppen voor de vijand.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

Pagina navigatie

Afbeeldingen



(Bron: Archief Adolphe Cryns)


Aan beide sluikbladen verleende Cryns zijn medewerking
(Bron: Archief Adolphe Cryns)


Propagandatocht van een Nieuwe Orde-groepering door het centrum van Sint-Niklaas, vermoedelijk in 1942. Cryns legde ten behoeve van het verzet een uitvoerige documentatie aan over collaborerende personen en bewegingen.
(Bron: Archief Adolphe Cryns)

Informatie

Artikel door:
Piet van Bouchaute
Geplaatst op:
12-07-2008
Laatst gewijzigd:
28-03-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2010
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.