Staf De Clercq was een Vlaams-nationalist politicus. Hij begon zijn politieke carrière in het Pajottenland, een streek in Vlaams-Brabant. Al gauw oversteeg hij dit lokale niveau, hoewel hij zijn roots nooit verloochende. Na de Eerste Wereldoorlog werd hij nationaal actief in de Frontpartij. Bij de verkiezingen haalde hij keer op keer mooie scores. Het was dan ook geen toeval dat De Clercq snel één van de leidende figuren in de Frontpartij werd.
De Frontpartij slaagde echter niet in haar opzet om op nationaal niveau een belangrijke rol te spelen. De partij ging ten onder aan onderlinge verdeeldheid. Dit leidde uiteindelijk tot de stichting van een nieuwe partij, het VNV. De Clercq was de onbetwiste leider van de partij. De partij haalde enkele uitstekende verkiezingsresultaten, maar kon deze niet omzetten in deelname aan de macht.
In zijn drang naar de macht ging De Clercq steeds meer de autoritaire en radicale kant uit. Dit pad leidde hem en zijn partij in de Tweede Wereldoorlog naar de collaboratie. Dit had echter niet het verhoopte succes en hierdoor zag De Clercq zich genoodzaakt om zijn partij steeds verder de collaboratie in te leiden. Het VNV zou actief mee soldaten ronselen voor het Oostfront. Desondanks weigerden de Duitsers Staf De Clercq te erkennen als de leider van Vlaanderen, zijn ultieme ambitie.
Tot op vandaag is De Clercq dan ook een omstreden figuur in Vlaanderen. Enerzijds wordt hij gewaardeerd omwille van zijn onmiskenbare waarde voor de Vlaamse beweging in de jaren '20 en '30. Anderzijds wordt hij uitgespuwd omwille van de collaboratie waartoe hij zijn partij verleidde, een zwarte bladzijde die tot vandaag een schaduw werpt op het Vlaams-nationalisme.
