Ledenaantallen per jaar
| Jaar | Ledental |
| 1923 | 1.200 |
| 1924 | 2.400 |
| 1925 | 5.000 |
| 1926 | 6.000 |
| 1927 | 8.000 |
| 1928 | 10.000 |
| 1929 | 13.000 |
| 1930 | 26.000 |
| 1931 | 63.700 |
| 1932 | 107.956 |
| 1933 | 2.292.041 |
| 1934 | 3.577.565 |
| 1935 | 3.943.303 |
| 1936 | 5.437.601 |
| 1937 | 5.879.955 |
| 1938 | 7.031.226 |
| 1939 | 7.728.259 |
De hierboven genoemde aantallen beperken zich tot het lidmaatschap van de Hitlerjugend in Duitsland. In het artikel wordt aangegeven dat er begin 1939 8,7 miljoen leden binnen de Hitlerjugend actief waren. Dit ledental is echter inclusief de leden uit Oostenrijk en Sudetenland.
Rangen
| Hitlerjugend | Wehrmacht | equivalent |
| Reichsjugendführer | Generalfeldmarschall | Veldmaarschalk |
| Stabsführer | General der Armee | Generaal |
| Gebietsführer | Generaloberst | Luitenant-generaal |
| Obergebietsführer | General | |
| Bannführer | Generalleutnant | Generaal-majoor |
| Unterbannführer | Generalmajor | Brigadier-generaal |
| Stammführer | Oberst | Kolonel |
| Hauptgefolgschaftsführer | Oberstleutnant | Luitenant-kolonel |
| Obergefolgschaftsführer | Major | Majoor |
| Gefolgschaftsführer | Hauptmann | Kapitein |
| Hauptscharführer | Oberleutnant | Eerste luitenant |
| Oberscharführer | Leutnant | Tweede luitenant |
| Scharführer | Oberfeldwebel | Sergeant-majoor |
| Unterscharführer | Feldwebel | |
| Oberkameradschaftsführer | Unterfeldwebel | Sergeant |
| Kameradschaftsführer | Unteroffizier | |
| Oberrottenführer | Obergefreiter | Korporaal |
| Rottenführer | Gefreiter | Soldaat der Eerste Klasse |
| Hitlerjunge | Schütze | Soldaat der Derde Klasse |
Eenheden
De laagste eenheid was de Kameradschaft. Deze eenheid omvatte normaliter 15 jongens die vaak al in het dagelijks leven nauw met elkaar betrokken waren en allemaal op dezelfde school zaten. Drie tot vijf Kameradschaften vormden een Schar, wat overeenkomt met een peloton. Drie tot vijf Scharen vormden een Gefolgschaft; het equivalent van een compagnie. De belevingswereld van de leden beperkte zich meestal tot wat er binnen hun desbetreffende Gefolgschaft afspeelde, omdat de meeste activiteiten per Gefolgschaft georganiseerd werden. In de regel bestond een zogenaamde Unterbann uit vier Gefolgschaften. De functie van een Unterbann was binnen de Hitlerjugend vaak administratief van aard. Dat wil zeggen dat een Unterbann niet vaak als eenheid werd ingezet; de Reichsjugendführung koos meestal voor een Bann wanneer een groep jongeren voor welke activiteit dan ook ingezet moest worden. Een Bann correspondeerde met het legerequivalent van regiment. Een Bann bestond uit ongeveer 3000 leden. Per Bann waren er doorgaans zes administratiebureaus actief om het bestuur in goede banen te leiden. Een Oberbann was het overkoepelende administratieve orgaan van meerdere Banne. Voor het lokale jeugdbestuur waren de HJ-Standorten verantwoordelijk. De HJ-Standorten waren administratieve eenheden die zich met het personeelsmanagement van alle leden binnen hun jurisdictie bezighielden.
Iedere Gau (politiek district) in nazi-Duitsland omvatte een Hitlerjugend-Gebiet (administratief district voor de Hitlerjugend). Er bestonden 43 Gebiete waarin het bestuur zorg droeg voor het besturen van om en nabij 75.000 leden uit de Hitlerjugend. Binnen elk Gebiet waren er zes verschillende afdelingen (Hauptabteilungen) die elk verschillende verantwoordelijkheden droegen: personeel, sport en voorbereidende militaire training, culturele activiteiten en ideologische training, sociale diensten, huisvesting en juridische kwesties. Elk Gebiet was verantwoordelijk voor het onderwijs en trainingskampen van de jeugd binnen de regio. Twee of meer HJ-Gebietsführerschulen werden binnen een Gebiet geplaatst. Deze scholen leidden (potentiële) leiders van de Hitlerjugend op voor bestuursfuncties binnen het Gebiet. De zogenaamde Obergebiete vormden vervolgens een overkoepelende en tevens hoogste bestuurslaag van de Hitlerjugend. De Obergebiete waren bovenal administratief van aard en omvatten in de regel 4 tot 6 Gebiete. Voor aanvang van de oorlog bestonden er 5 Obergebiete, maar door het annexeren en bezetten van andere landen tijdens de oorlog en de bestuur-technische problemen die de grote omvang van de Obergebiete met zich meebrachten groeide het aantal Obergebiete tot aan 1943 tot 48.



