De wortels van de Hitlerjugend kunnen gezocht worden in de jeugdbewegingen die al voor de Eerste Wereldoorlog werden opgericht. Daaruit blijkt namelijk het belang van jeugdorganisaties binnen de Duitse maatschappij en de populariteit die ze voor de opkomst van de NSDAP al genoten. Zo ontstond in 1896 Der Wandervogel. Deze groep streefde naar veel meer directe betrokkenheid met de natuur. Ze romantiseerden bijvoorbeeld het autarkische verleden waarin men enkel en alleen van het land leefde en middenin de natuur stond. Ze verwierpen strikte autoriteit - zowel van de maatschappij als van hun ouders - en konden zich niet vinden in de individualiserende maatschappij die gevormd was door de industriële revolutie.
Der Wandervogel kenmerkte zich onder meer door de korte broeken en wandellaarzen die de jongens droegen en de boerenklederdracht waarin de meisjes zich vertoonden. Hun liefde voor de natuur bleek uit de uitstapjes waarbij ze zonder echte hulpmiddelen een aantal dagen in de buitenlucht doorbrachten. Ze zongen Duitse volkliederen rond een kampvuur, sliepen onder de sterren en maten zich de gewoonte aan elkaar met “Heil” te begroeten. Tussen 1900 en 1914 groeide de beweging in hoog tempo en van die populariteit maakten andere maatschappelijke groeperingen gebruik. Een breed scala aan jeugdbewegingen werd opgericht en groeide verder uit, waaronder de Katholieke Jeugdbeweging,de Padvinders en diverse andere politieke, religieuze en zelfs paramilitaire groeperingen.
Het verlies van Duitsland in 1918 in de Eerste Wereldoorlog bracht een radicale versplintering van de maatschappij teweeg. Met name de politieke groeperingen polariseerden enorm. Iedereen had zo zijn ideeën over hoe Duitsland geregeerd diende te worden. Om deze ideeën te promoten en te verwezenlijken, en daarnaast een solide machtsbasis te vormen, werd gepoogd de jeugd te mobiliseren. De Jonge Socialisten, de Jonge Democraten en de Jonge Conservatieven waren hiervan de grootste (politieke) jeugdbewegingen. Ze maten zich een militaire stijl aan door in militaire uniforms gekleed te gaan en een strikte hiërarchie binnen de organisatie te ontwikkelen.
De oprichting van de Hitlerjugend werd geïnitieerd door Gustav Adolf Lenk. Als 17-jarige jongen verdiende hij zijn geld met het poetsen van piano's. In het najaar van 1921 werd zijn interesse voor de NSDAP gewekt na het bijwonen van een toespraak van Hitler. Toen hij zich in december van dat jaar aan wilde melden als partijlid, werd hij echter afgewezen omdat hij nog geen 18 jaar was. Toen hij daarop antwoordde dat hij zich in dat geval bij de jeugdbeweging aan zou sluiten, kreeg hij te horen dat deze nog niet bestond. Als hij zich zo graag bij het jeugdkorps van de NSDAP aan wilde sluiten - zo werd hem verteld - moest hij deze zelf maar oprichten.
In maart 1922 werd de oprichting van de 'Jugendbund der NSDAP' in de partijkrant Völkischer Beobachter als volgt bekendgemaakt:
“Wij vragen de nationaalsocialistische jeugd en alle andere jonge Duitsers tussen 14 en 18 jaar en ongeacht klasse of beroep, wier hart lijdt onder het leed en de ontberingen die het vaderland in hun greep hebben, en die later in de gelederen opgenomen willen worden van de strijders tegen de Joodse vijand, de enige oorzaak van onze huidige schaamte en lijdensweg, zich aan de sluiten bij de Jeugdliga van de NSDAP.”
Op 13 mei van datzelfde jaar huurden de nazi's de Bürgerbräukeller in München af, om tegenover een grote menigte de oprichting van de jeugdbeweging aan te kondigen. Het initiatief werd niet met buitensporig veel enthousiasme begroet; onder de vele aanwezigen waren er slechts 17 tieners present. Veel nationaalsocialisten waren sceptisch over het succes van een jeugdbeweging, omdat er al teveel bestonden, en de meesten bovendien uiterst goed georganiseerd waren. Echter, ondanks de wijdverbreide scepsis over de kersverse jeugdbeweging, had zich een belangrijke gebeurtenis voltrokken: de voorganger van de Hitlerjugend was geboren.

