Hitlerjugend

Verzet en dissidentie

Nadat de organisatie in 1937 een forse groei had doorgemaakt en het meer en meer een paramilitair karakter kreeg, werd duidelijk dat een aantal jongeren een afkeer begon te ontwikkelen van de Hitlerjugend. Er ontstonden derhalve verschillende illegale jeugdgroeperingen die ofwel actief het gezag van de Hitlerjugend probeerden te ondermijnen of passief verzet pleegden door bijvoorbeeld ongehoorzaamheid aan de dag te leggen, zelf kampeerden in de buitenlucht en activiteiten volgens hun eigen visie organiseerden. In 1938 rapporteerden sociaal-democraten aan hun leiders in ballingschap:

Op lange termijn raken de kinderen geïrriteerd door het gebrek aan vrijheid en de vele eentonige oefeningen [in de Hitlerjugend]. Het is derhalve niet verbazingwekkend dat symptomen van vermoeidheid zich steeds duidelijker manifesteren onder de gelederen.

Naarmate de oorlog in zicht kwam en de Hitlerjugend meer en meer aan een rigoureuze paramilitaire training werd onderworpen kwam de ware aard van de organisatie duidelijker naar boven. De jongeren die dit door hadden en zich niet wilden conformeren aan een organisatie die hen normen en waarden aan wilde meten waar ze zelf niet achter stonden, probeerden zich zo veel mogelijk te distantiëren van de Hitlerjugend en eigen organisaties op te richten. Omdat alle andere jeugdbewegingen door de Duitse autoriteiten verboden waren, was het vrijwel onmogelijk om dergelijke organisaties op grote of nationale schaal te coördineren. Er ontstonden verschillende groepen in verschillende steden. In Essen noemde de groep zich de Fahrensteuze, in Oberhausen en Düsseldorf de Kittelbach Piraten en in Keulen de Navajos. Hoewel ze in naam en uniform verschilden en er geen overkoepelend bestuursorgaan voor bestond, zagen ze zichzelf bovenal als 'Edelweißpiraten'. Deze overkoepelende naam was te danken aan het feit dat de meesten een penning droegen waarop een Edelweiß-bloem prijkte.

De activiteiten van de Edelweißpiraten waren in de prille jaren van de organisatie en voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog vrij onschuldig. Om onder het paramilitaire juk van de Hitlerjugend te komen kwamen de jonge dissidenten samen in onder meer parken en organiseerden ze trektochten in het platteland, zoals de meesten vroeger bij de Hitlerjugend ook deden. In tegenstelling tot de Hitlerjugend vond er onder de Edelweißpiraten geen scheiding van geslacht plaats. Dit leidde tot een hoge mate van seksuele vrijzinnigheid en seksuele activiteit.

De oorlogsjaren leidden onder een gedeelte van de bevolking, waaronder de Edelweisspiraten maar ook voormalige nazi-sympathisanten, tot een sterkere vijandige houding ten opzichte van Hitler en nazi-Duitsland. In 1941 merkte een nazi-ambtenaar op dat “elk kind weet wie de Edelweißpiraten zijn. Ze zijn overal, er zijn er zelfs meer van dan er Hitlerjugend zijn. Ze slaan de patrouilles in elkaar en nemen er alleen genoegen mee als de rest precies doet wat zij willen”. Hoewel zijn analyse over de mate van dissidentie onder de Duitse jeugd overdreven lijkt, zit er wel degelijk een kern van waarheid in. De Reichsjugendfuhrung had veel moeite de gehele jeugd te mobiliseren in de Hitlerjugend en de Duitse jeugd in het gareel te houden. Zo lieten De Navajos uit Keulen hun ongenoegen met het naziregime blijken in hun liederen:

Des Hitlers Zwang, der macht uns klein
  [ De dwang van Hitler maakt ons klein ]
noch liegen wir in Ketten
  [ nu zijn we nog geketend ]
Doch einmal werden wir wieder frei
  [ maar op een dag zullen we weer vrij zijn ]
wir werden die Ketten schon brechen
  [ we zullen de ketenen weldra breken ]
Denn unsere Fäuste, die sind hart
  [ want onze vuisten zijn hard ]
ja--und die Messer sitzen los
  [ jawel, en onze messen hangen los ]
für die Freiheit der Jugend
  [ voor de vrijheid van de jeugd ]
kämpfen Navajos [ vechten de Navajos ]

Om de Edelweißpiraten te kunnen beteugelen maakten de nazi's gebruik van straffe maatregelen. Individuen die door de Gestapo werden verdacht van activiteiten in groepen anders dan de Hitlerjugend werden vaak in het openbaar bijeengedreven om hen publiekelijk te vernederen door ze kaal te scheren. De meer ernstige gevallen werden naar de zogenaamde Jugendschutzlager of gevangenissen gestuurd. Naarmate de oorlog verder vorderde en verzet en dissidentie steeds prominenter werd, schuwden de nazi's geen radicale middelen meer. Zo beval Heinrich Himmler op 25 oktober 1944 een politiejacht op leden van de Edelweißpiraten. Enkele weken later werden er 13 leden van de Ehrenfelder Gruppe, een verzetsbeweging in Keulen, in het openbaar opgehangen. Onder hen bevonden zich zes tieners met een leeftijd van 16 en 17 jaar, die actief waren als Edelweißpiraten.

Hoewel groepen als de Edelweißpiraten er niet voor terugdeinsden om zich actief tegen Hitler en zijn naziregime te verzetten, waren er ook groepen die passief verzet pleegden door zich niet te schikken naar de nationaalsocialistische ideologie. Daar is de Swingjugend bij uitstek een goed voorbeeld van. Deze in 1939 in Hamburg opgerichte groep bestond uit jongeren die graag luisterden naar door de nazi's verboden jazz- en swingmuziek. Deze muziek met buitenlandse invloeden strookte niet met de opvatting van de nazi's dat kunst en cultuur gebaseerd moesten zijn op de Blut und Boden waarden. De nazi’s zagen muziek als jazz en swing als een vorm van entartete Kunst (ontaarde kunst) omdat het voornamelijk door zwarten en Joden werd gespeeld en gecomponeerd.

De Swingjugend was een apolitieke beweging en vormde een tegenpool van de Hitlerjugend vanwege een totaal andere levensstijl, die door de nazi's als decadent werd bestempeld. Zo gingen ze heel anders gekleed dan de uniformdragende Hitlerjugend en hadden ze vaak lang haar. Ze zagen de cultuur van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten als het voorbeeld van beschaving en individuele vrijheid. Ze hielden regelmatig jamsessies en swingfeesten op verschillende plekken. De autoriteiten hadden niet al te veel moeite hen op te sporen omdat ze veel samen kwamen in openbare gebouwen en weinig moeite deden zich schuil te houden voor de Gestapo. In de eerste maanden van 1940 werden derhalve in een hotel in Hamburg 408 leden van de Swingjugend opgepakt die daar genoten van jazz- en swingmuziek. De schok was voor de nazi's groot, aangezien een groot deel lid was (geweest) van de Hitlerjugend. Niet lang daarna werden er in mei van datzelfde jaar in Dresden 1715 jongeren opgepakt voor het 'verstoren van de openbare orde' met hun swingmuziek. Daarvan bleek meer dan de helft lid te zijn van de Hitlerjugend.

Tijdens de oorlogsjaren werd het verzet steeds actiever, mede omdat de oorlog voor Duitsland lang niet zo spoedig verliep als werd gehoopt en verkondigd. Zo ontwikkelde Hans Scholl, een scholier uit Ulm, al als lid van de Hitlerjugend afkeer van het naziregime en zijn ongenoegen nam gedurende de oorlogsjaren steeds sterkere vormen aan. In 1937 werd hij opgepakt op basis van 'onnadenkende uitingen' en moest hij zeven weken in de gevangenis van Ulm doorbrengen. Dit weerhield hem er niet van om zich direct na zijn vrijlating aan te sluiten bij het illegale Deutsche Jugendschaft vom 1.11.1929 (dj. 1.11), dat zich bezighield met het inbreken in woningen van leden van de Hitlerjugend om papieren en uniformen te stelen. Na zijn diensttijd in Frankrijk als hospik keerde hij terug om naast zijn studie medicijnen in München contacten voor een mogelijke verzetsbeweging op te bouwen. Uiteindelijk sloten zijn zusje Sophie Scholl en medestudenten Alexander Schmorell, Willi Graff, Christoph Probst, Traute Lafrenz, Katharina Schueddekopf, Lieselotte Berndl, Jürgen Wittenstein en Falk Harnack zich bij de beweging aan. Daarnaast assisteerde professor musicologie en psychologie Kurt Huber hun activiteiten. Ze noemden zichzelf Die Weiße Rose. De meesten van hen voelden zich geroepen verzet te plegen op basis van hun persoonlijke ervaringen met het regime. Hans Scholl en Alexander Schmorell dienden in 1942 aan het Oostfront en waren daar getuige van de methoden die de Duitsers hanteerden om Russische krijgsgevangenen te kleineren en Joden te transporteren naar de concentratiekampen. Op het netvlies van Willi Graff was het tragische bestaan van de Joden in de getto's van Warschau en Lodz gebrand.

Ze hoopten op een geweldloze manier, door middel van het gebruik van pamfletten, de publieke opinie van de bevolking in het Derde Rijk een andere richting geven om zodoende het gezag van de nazi-autoriteiten te ondermijnen. Door citaten uit onder meer de Bijbel en van Aristoteles, Goethe en Schiller te gebruiken, hoopten ze het Duitse volk en met name de intelligentsia te bereiken. Daarnaast maakten ze gebruik van onverbloemde statistieken over het aantal slachtoffers aan Duitse zijde. Nadat de Duitsers op 2 februari 1943 de slag om Stalingrad hadden verloren, zag de verzetsgroep haar kans schoon om in de pamfletten hierop in te spelen. Op 18 februari verspreidde de groep wederom pamfletten op de Universiteit van München. Dit werd opgemerkt door conciërge Jakob Schmidt die op verdenking van hun verzetsactiviteiten de politie belde. Hans en Sophie Scholl werden door de Gestapo in hechtenis genomen en al snel werd de hele groep gearresteerd. Hans, Sophie en Christopher Probst waren de eersten die op 22 februari voor het Volksgerichtshof werden voorgeleid. Dit gerechtshof behandelde onder voorzitterschap van de beruchte nazi-rechter Roland Freisler rechtszaken met betrekking tot politiek verzet. Ze werden diezelfde dag nog onthoofd door guillotine. In de daaropvolgende maanden werden de overige verdachten voor het gerechtshof voorgeleid. Alexander Schmorell, Kurt Huber en Willi Graff werden tevens door de autoriteiten ter dood gebracht.

Definitielijst

Blut und Boden
Term waarmee Hitler aanduidde dat mensen van Duitse afkomst (Duits bloed) het recht hebben op Duitse bodem te wonen. Hoewel de term op zich niet per se negatief hoeft te zijn, voegden de nazi's echter woord bij daad en gingen zij de phrase zien als principe in plaats van gedachte, hierbij voorgegaan door Walther Darré die het hoofd was van het Ras- en Vestigingsbureau. Daarnaast gebruikten de nazi's de term ook om de vernietiging van het Joodse ras goed te praten.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
ideologie
Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Een ereplakaat ter nagedachtenis van de Edelweißpiraten in Ehrenfeld.
(Bron: Wikimedia Commons)


Sophie en Hans Scholl op een postzegel van de Deutsche Demokratische Republik uit 1961.
(Bron: Deutsche Post der DDR)

Informatie

Artikel door:
Bob Erinkveld
Geplaatst op:
03-02-2010
Laatst gewijzigd:
02-09-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.