Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden de bondgenoten Groot-Brittannië en Frankrijk samen gezien als de belangrijkste militaire macht ter wereld. Samen beschikten de koloniale grootmachten over het grootste leger en Groot-Brittannië had de grootste en Frankrijk de vierde grootste marine. De Franse vloot omvatte een aantal oudere slagschepen, enkele zeer moderne slagkruisers en een grote kruiser-, torpedobootjager- en onderzeevloot. Bovendien waren er een aantal zeer moderne slagschepen in aanbouw.
Toen op 3 september 1939 de Duitsers Polen binnenvielen verklaarden de bondgenoten gezamenlijk de oorlog aan Nazi-Duitsland. In maart 1940 kwamen de Britten en Fransen overeen dat geen van beiden ooit een apart vredesverdrag met de Nazi`s zouden ondertekenen.
In de loop van 1940 begon het Brits-Franse bondgenootschap af te brokkelen. In het voorjaar van 1940 versloegen Hitler`s tanks de Fransen bij Sedan en werd het te hulp geschoten Britse expeditieleger teruggedreven naar een klein bruggenhoofd bij Duinkerken. De geslaagde evacuatie van de Britse troepen van 26 mei tot 4 juni werd door de Britten gezien als een groot succes. De Fransen vonden het een schandelijke vlucht, ondanks dat naast de Britse troepen ruim 123.000 Franse soldaten ontkwamen naar Engeland. Zij voelden zich verraden door hun bondgenoot.
Nadat Italië op 10 juni Frankrijk de oorlog had verklaard en op een laffe wijze het buurland in de rug had aangevallen en bovendien op 14 juni Parijs viel zag het er somber uit voor de Fransen. Frankrijk deed nog een aantal verzoeken aan hun Britse bondgenoot om troepen en de Royal Air Force naar Frankrijk te sturen om bezetting te voorkomen maar de Britten weigerden. Ze wilden hun eigen verdediging niet verzwakken en hoopten dat ze op eigen kracht de oorlog konden voortzetten.
Ondanks de snelle overwinningen van de Duitsers hadden dezen niet het zelfvertrouwen dat hen door de Britten en de Fransen toebedacht werd. Hitler wilde eigenlijk zo snel mogelijk vrede sluiten met de bondgenoten. Daarom nam hij zich voor Frankrijk niet te vernederen en niet helemaal te bezetten. Alleen het noordwestelijke deel van Frankrijk werd bezet. Het zuidoostelijke deel bleef een neutrale Franse staat. Deze staat, die geleid werd door de Franse maarschalk Philippe Petain en Vichy-Frankrijk genoemd werd, collaboreerde met de Duitsers.
In de onderhandelingen over een Franse capitulatie werd in artikel 8 paragraaf 2 opgenomen dat de Franse oorlogsschepen zich naar havens in Vichy-Frankrijk zouden begeven en zich onder Duitse en Italiaanse controle moesten stellen. Nog voor de capitulatie kreeg Churchill van de Franse minister van marine, Admiraal Darlan, zijn erewoord dat hij de Franse vloot nooit in Duitse handen zou laten vallen. Op 22 juni 1940 werd de Franse capitulatie ondertekend in dezelfde treinwagon waarin de Duitse capitulatie in 1918 werd vastgelegd. Op 24 juni meldde de Britse regering dat zij zeer teleurgesteld was dat Frankrijk zich onder zo vernederende voorwaarden overgegeven had. Frankrijk had zich niet gehouden aan de verdragsrechtelijke verplichtingen aan Groot-Brittannië, die aparte vredesverdragen met Nazi-Duitsland verboden. Daarom achtten de Britten zich ook niet meer verplicht zichzelf aan de afgesloten verdragen met Frankrijk te houden.
Nadat Maarschalk Petain de vredesonderhandelingen met de Duitsers begonnen was, week de Brigade-Generaal en onderminister van defensie, Charles de Gaulle, uit naar Londen. Hij werd in Londen de leider van de regering in ballingschap voor de Vrije Fransen. Hij werd door Petain wegens desertie bij verstek ter dood veroordeeld. De Gaulle organiseerde vanuit Londen de oprichting van de Vrije Franse Strijdkrachten.
De Franse vloot bleef een groot potentieel gevaar voor de Britten. Zij wisten alleen dat de Duitsers de controle hadden over de Franse oorlogsschepen en in hun ogen betekende dit dat zij aan de Duitse of Italiaanse marine konden worden toegevoegd. Zij wisten niet dat de Duitsers weinig interesse in de Franse schepen hadden omdat zij niet bij machte waren de tientallen schepen te bemannen. De controle die in het vredesverdrag genoemd werd betekende voor de Duitsers en de Fransen dan ook niet meer dan de bevoegdheid de vloot te inspecteren. De Britten konden het hier echter niet bij laten en besloten dat alle Franse oorlogsschepen onder Britse operationele controle moesten worden gebracht of worden vernietigd.

