Torpedobootjagers van de Gerard Callenburgh-klasse

Inleiding

Inhoudsopgave

In 1922 had een vlootwetcommissie bepaald dat de vloot van de Koninklijke Marine de komende jaren minimaal zou moeten bestaan uit onder andere 24 torpedobootjagers. In oktober 1923 werd dit vlootwetsontwerp verworpen door de Tweede Kamer. In 1930 werd door de toenmalige minister van Marine, dr. L.N. Deckers, het aanbouwbeleid voor de marine bepaald van 1930 tot 1940. Het zogenaamde “vlootplan Deckers” behelsde slechts de helft van het aantal te bouwen eenheden in vergelijking met het in 1923 voorgestelde plan en werd daarom ook wel het “halve minimum” genoemd.

Volgens het vlootplan Deckers zou de Nederlandse marine in 1940 dus moeten beschikken over 12 torpedobootjagers. Vijf van dit soort schepen waren tijdens de goedkeuring van minister Deckers` plan reeds in de vaart en de volgende drie torpedobootjagers van de Admiralen-klasse zouden in 1930 en 1931 de serie van acht completeren. Er was dus ruim voldoende tijd om het aantal jagers voor 1940 op de gewenste sterkte te brengen. Toch duurde het nog tot 1938 en 1939 voordat de nieuwe schepen van de Gerard Callenburgh-klasse op stapel gezet werden. De steeds voortdurende aanvallen op de defensiebegroting en de daarop volgende bezuinigingen waren hier vooral debet aan.

In oktober 1938 werden bij de Rotterdamse Droogdok Maatschappij te Rotterdam de Gerard Callenburgh en de Tjerk Hiddes op stapel gezet. In november van datzelfde jaar en in maart 1939 werden bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen de kielen van zusterschepen Isaac Sweers en Philips van Almonde gelegd.

Het feit dat de bouw van de nieuwe torpedobootjagers zo kort voor de Tweede Wereldoorlog pas een aanvang nam betekende dat de oorlogsschepen niet gereed waren toen de Duitsers Nederland op 10 mei 1940 binnenvielen. Slechts één van de jagers, de Isaac Sweers, kon weggesleept worden naar Engeland en werd daar afgebouwd. Het nog op de helling staande casco van de Philips van Almonde was nog slechts een week verwijderd van de tewaterlating. Er werd nog getracht dit voortijdig te doen maar dit mislukte. Op 17 mei werd de romp opgeblazen door een Britse vernielingsploeg. De aan de afbouwkade liggende Gerard Callenburgh en Tjerk Hiddes werden in de Nieuwe Waterweg door marine- en werfpersoneel op 15 mei 1940 tot zinken gebracht. De Gerard Callenburgh en de Tjerk Hiddes werden door de Duitsers gelicht en zouden afgebouwd moeten worden als Zerstörer Holland 1 en 2. Het casco van de Tjerk Hiddes, dat pas in juni 1942 gelicht werd, bleek echter onherstelbaar beschadigd en is te Hendrik Ido Ambacht gesloopt.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hr. Ms. Isaac Sweers na afbouw in Engeland.
(Bron: Peter Kimenai Go2War2)


Gerard Callenburgh en Tjerk Hiddes in aanbouw bij de RDM in 1939.
(Bron: Peter Kimenai Go2War2)


Gerard Callenburgh en Tjerk Hiddes in aanbouw bij de RDM in 1940.
(Bron: Peter Kimenai Go2War2)


Philips van Almonde in aanbouw bij De Schelde in Vlissingen.
(Bron: Peter Kimenai Go2War2)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
21-06-2010
Laatst gewijzigd:
08-12-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.