In het voorjaar van 1942 werd begonnen met het vervangen van de tijdens het begin van de oorlog in Groot-Brittannië gevorderde vissersvaartuigen die tot hulpmijnenveger waren verbouwd. Deze trawlers waren niet geschikt om magnetische en akoestische mijnen te vegen en daarom werd besloten een aantal moderne houten mijnenvegers over te nemen die voor de Royal Navy gebouwd werden. Het ontwerp van de romp was afgeleid van een zeilschip, type barketijn. De houten motormijnenvegers waren goedkoop, snel te bouwen en door de gestandaardiseerde Crossley-dieselmotoren was het eenvoudiger om de reserveonderdelen te beheren. In totaal werden er 278 van deze mijnenvegers gebouwd gedurende de oorlog.
Eind 1944 waren twee flottieljes in dienst bij de Nederlandse Mijnendienst in Groot-Brittannië, die opereerden vanuit Great Yarmouth en Harwich. Het eerste flottielje bestond uit motormijnenvegers van 105 voet, type Ameland. Deze schepen waren uitgerust met een zogenaamd LL-tuig tegen magnetische mijnen en een Hammerblock-tuig tegen akoestische mijnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren alle schepen van deze klasse actief in Britse wateren waar zij ingezet werden bij verschillende mijnenveegoperaties. Hr. Ms. Putten, Texel (II), Terschelling (II), Beveland en Vlieland namen van 2 november tot 24 november 1944 deel aan operatie Calender. Deze operatie had als doel het mijnenvrij maken van de Westerschelde zodat de bevrijde havenstad Antwerpen bereikbaar werd. Tijdens de operatie werden 229 grond- en 38 verankerde mijnen geruimd. Na de Tweede Wereldoorlog werden de schepen van de Ameland-klasse ingezet om de Nederlandse territoriale wateren te zuiveren van mijnen.
Klasse overzicht
| Naam | Britse naam | Bouwwerf | In dienst gesteld | Naamseinen |
| Hr. Ms. Ameland | MMS 231 | J.W. & A. Buckham, Brixham | 21 december 1942 | FY231, MV5, M861 |
| Hr. Ms. Beveland | MMS 237 | Wivenhoe Shipyard Ltd. | 12 april 1943 | FY237, MV6, M862, A897 |
| Hr. Ms. Marken (I) | MMS 227 | F. Curtis, Looe | 19 oktober 1942 | FY227 |
| Hr. Ms. Marken (II) | MMS 54 | Herd & McKenzie, Buckie | 23 augustus 1944 | FY54, MV7, M863, A899 |
| Hr. Ms. Putten | MMS 138 | J.W. & A. Buckham, Brixham | 10 mei 1943 | FY138, MV8, M864 |
| Hr. Ms. Rozenburg | MMS 292 | F. Curtis Ltd., Charleston | 5 april 1943 | FY292, MV9, M865 |
| Hr. Ms. Terschelling (I) | MMS 174 | J.W. & A. Buckham, Brixham | 6 juli 1942 | FY174 |
| Hr. Ms. Terschelling (II) | MMS 234 | J.L. Bolson & Sons, Poole | 21 juni 1943 | FY234, MV10, M866 |
| Hr. Ms. Texel (I) | MMS 173 | Herd & McKenzie, Buckie | 24 mei 1942 | FY173 |
| Hr. Ms. Texel (II) | MMS 73 | East Anglian Constructors, Oulton Broad | 12 november 1942 | FY73, MV11, M867 |
| Hr. Ms. Vlieland | MMS 226 | Herd & McKenzie, Buckie | 5 oktober 1942 | FY226, MV12, M868 |
Technische gegevens
| Grootste lengte: | 36,4 meter | Grootste breedte: | 7,2 meter | Diepgang: | 2,5 meter | Waterverplaatsing standaard: | 165 ton | Waterverplaatsing volbeladen: | 219 ton | Machine-installatie: | 8 cilinder Crossley 2-tact dieselmotor | Machinevermogen: | 480 pk | Actieradius: | 2.000 zeemijl | Maximale snelheid: | 10 knopen | Bunkercapaciteit: | 26 ton dieselolie | Bemanning: | 18 tot 21 koppen | Bewapening: | 1 x 20mm Oerlikon, 2 x 12,7mm mitrailleurs |
Hr. Ms. Ameland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerden achtereenvolgens luitenant-ter-zee 1 (LTZ 1) B. Poortman en LTZ 2 F. de Blocq van Kuffeler als commandant van de mijnenveger. In 1957 werd het schip uit dienst gesteld en in bruikleen gegeven aan het Zeekadetkorps Nederland.
Hr. Ms. BevelandOp 21 april 1955 werd de Beveland ingericht als duikvaartuig maar is als zodanig weinig gebruikt. In 1956 en 1957 werd de ex mijnenveger gebruikt als logementschip. In 1957 werd Hr. Ms. Beveland uit dienst gesteld en het jaar daarop in bruikleen gegeven aan het Zeekadetkorps Nederland. Van 1957 tot 1962 was de Beveland in gebruik bij het Zeekadetkorps in Den Haag en daarna nog twee jaar in Arnhem. In mei 1963 werd het schip van de sterkte afgevoerd en via de domeinen verkocht aan de firma Scholten te Diemen die het schip een jaar later doorverkocht aan een particulier. In 1965 is de ex-Beveland gezonken in Amsterdam.
Hr. Ms. Marken (I)Hr. Ms. Marken, onder commando van LTZ 2 D. Auer, verrichtte mijnenveegdiensten in Britse wateren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 20 mei 1944 vertrokken de Marken, Rozenburg en Terschelling II vanuit Harwich met Hr. Ms. Marken als leider voorop. Vanaf de achterste twee schepen werd een enorme explosie waargenomen die de flottieljeleider uit het water tilde. Toen de waterzuil verdwenen was, was er van de mijnenveger niets meer te zien dan wat wrakstukken. Hr. Ms. Marken was op een akoestische mijn gelopen vlak bij het lichtschip Sunk in de monding van de Thames. Van de 17 bemanningsleden overleefde slechts één de ramp.
Hr. Ms. Marken (II)Deze mijnenveger werd aangeschaft om de plaats in te nemen van de vorige Hr. Ms. Marken. Hr. Ms. Marken II nam nog negen maanden deel aan de mijnenveegoperaties in de Britse wateren voordat het schip na het einde van de Tweede Wereldoorlog naar Nederland kwam om deze taken voort te zetten. In 1955 werd de mijnenveger omgebouwd tot duikvaartuig en twee jaar later werd het houten schip uit dienst gesteld en in bruikleen gegeven aan de RK zeeverkenners groep Tekawhita en lag jaren in het Merwedekanaal in Utrecht. In 1977 werd het schip verkocht aan een particulier genaamd Smit, omgebouwd tot barketijn, volgens origineel ontwerp, en onder de naam Elisabeth Smit in de vaart gebracht.
Hr. Ms. PuttenLTZ 1 P. van Willigen heeft de Putten als commandant in dienst gesteld. Op 25 november 1943 nam LTZ 1 J.N.B. Bijleveld deze taak over. Hr. Ms. Putten was het eerste Nederlandse oorlogsschip dat afmeerde in een bevrijde Nederlandstalige haven: Oostende. De mijnenveger werd door de Britse Admiraliteit onderscheiden met een “Mention in Dispatches”. Na de oorlog werden mijnen geveegd in Nederlandse kustwateren. In 1957 werd de Putten uit dienst gesteld en in bruikleen gegeven aan het Zeekadetkorps Haarlem waar het tot 1979 dienst deed.
Hr.Ms. RozenburgCommandant LTZ 2 W.H. den Outer stelde de Rozenburg in dienst. Op 4 maart 1944 nam LTZ 2 W. Eberlé deze functie op zich. Begin jaren vijftig werd het schip als hulpvaartuig van het marineduikbedrijf ingezet vanuit Den Helder en Den Oever. In 1957 werd de mijnenveger uit dienst gesteld en in maart 1958 in bruikleen gegeven aan het Zeekadetkorps Groningen. In oktober 1967 werd het schip van de sterkte afgevoerd en een jaar later verkocht waarna het werd omgebouwd tot het zeilschip White Lady of Vaduz.
Hr. Ms. Terschelling (I)Hr. Ms. Terschelling werd op 12 juli 1942, tijdens een proefvaart in de Baai van Brixham, door twee Focke Wulf fw190 jachtbommenwerpers aangevallen en door twee near misses (indirecte bomtreffers) dermate zwaar beschadigd dat het zonk. Er vielen zes gewonden. In september 1942 werd het wrak gelicht en overgedragen aan de Royal Navy die het gebruikte voor reserveonderdelen.
Hr. Ms. Terschelling (II)Deze mijnenveger werd aangekocht om de eerste Terschelling te vervangen. Hr. Ms. Terschelling (II) verrichtte mijnenveegdiensten in Britse wateren tijdens de Tweede Wereldoorlog en in Nederlandse kustwateren na de oorlog. In 1957 is het schip uit dienst gesteld en in bruikleen gegeven aan het Zeekadetkorps Nederland.
Hr. Ms. Texel (I)Hr. Ms. Texel was het enige schip van de Ameland-klasse dat was uitgerust met een Newbury-dieselmotor. Omdat met het oog op reserveonderdelen met de Britse Admiraliteit was overeengekomen dat alle schepen van deze klasse een Crossley-dieselmotor zouden hebben, werd besloten de Texel te vervangen door een mijnenveger die wel aan de eisen voldeed. In november 1942 ging het schip terug naar de Royal Navy waar het dienst deed bij de 136th en 140th Minesweeping Flotillas. Commandant LTZ 2 J.H.C. Vermeer en zijn bemanning stapten over op het vervangende vaartuig: Hr. Ms. Texel (II).
Hr. Ms. Texel (II)Voordat het schip in Nederlandse dienst kwam in november 1942, was de mijnenveger ingedeeld bij het Britse 139th Minesweeping Flotilla. Commandant Vermeer gaf het commando op 3 mei 1943 over aan LTZ 2 G. Gallandat Huet die op zijn beurt op 10 oktober 1944 afgelost werd door LTZ 2 G. van Bree. In 1957 werd de houten mijnenveger uit dienst gesteld en in bruikleen gegeven aan het Zeekadetkorps Texel.
Hr. Ms. VlielandHr. Ms. Vlieland was betrokken bij mijnenveegoperaties in Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog. De commandanten van de mijnenveger waren achtereenvolgens LTZ 2 G. van Bree, LTZ 2 D. Auer en LTZ 1 A. Oepkes. Vlak na de oorlog was het schip actief in Nederlandse wateren tot het op 20 maart 1947 naar Nederlands Oost-Indië gestuurd werd om de verloren gegane Hr Ms. Walcheren te vervangen. Het schip is gezonken in november 1951 nabij Hollandia, Nieuw-Guinea.




