P-40, Curtiss

P-40, Tomahawk Mk I en P-40A

P-40

Met name vanwege de lage productiekosten en de mogelijkheid om de P-40 snel in grote hoeveelheden te kunnen produceren, besloot het USAAC in april 1936 tot de aankoop van 534 exemplaren. Deze productieversie zou gelijk zijn aan de XP-40, met uitzondering van de motor. De 1040 pk Allison V-1710-33(C15) motor werd nu de standaard. De bewapening bestond uit de, voor dat moment, standaard USAAC bewapening, namelijk twee 12,7 mm Browning M2 machinegeweren bovenin de neus aangebracht. Om de slagkracht in de toekomst te kunnen vergroten werd de mogelijkheid geschapen om in iedere vleugel een 7,62 mm machinegeweer te installeren. Om het gewicht te beperken én omdat de USAAC op dat moment deze extra's niet nodig achtte, werden er aanvankelijk geen bepantsering, gepantserd windscherm en zelfdichtende brandstoftanks gemonteerd. Een nieuwtje voor die tijd was het volledig intrekbare staartwiel.

Het eerste exemplaar vloog op 4 april 1940 en de aflevering begon vanaf mei datzelfde jaar. De eerste drie toestellen werden gebruikt voor uitgebreide testvluchten. De P-40's kregen als serienummers toegewezen, 39-156 t/m 39-280, 40-292 t/m 40-357. De toestellen kwamen in dienst bij de 8th Persuit Group te Langley Field, Virginia, gevolgd door de 20th Persuit Group, North Field, California, 31st Persuit Group, Selfridge Field, Michigan en 35th Persuit Group.

Technische gegevens:

Model: Curtiss P-40
Taak: jager
Bemanning: 1
Afmetingen: Spanwijdte: 11,37 m
Vleugeloppervlak: 21,92 m2
Lengte: 9,66 m
Hoogte: 3,22 m
Gewicht: Leeggewicht: 2439 kg
Max. Gewicht: 3078 kg
Prestaties:

Max. snelheid: 574 km/u
Plafond: 9980 m

Motor: Een Allison V-1710-33(C15) motor met een vermogen van 1040 pk
Bewapening: Twee 12,7 mm Browning mitrailleurs aan de bovenzijde in de neus
Productie: 199

Uiteindelijk werden van de originele order slechts 200 toestellen geleverd. Hiervan werd één exemplaar al in de fabriek verbouwd tot P-40G. In maart 1942 werd een ander toestel verbouwd tot fotoverkenner, onder de aanduiding P-40A. De Sovjet Unie kreeg later 16 overtollige toestellen van de USAAC geleverd, waarna de overgebleven toestellen in oktober 1942 uit de operationele dienst werden teruggetrokken en voor training werden gebruikt als RP-40.

Er zijn twee exemplaren van dit type bewaard gebleven, die zich bevinden in het Air Power Park and Museum, Hampton, Virginia en het March Field Air Museum, Riverside, California.

Tomahawk Mk I / Model H81A-1

Dat er niet meer dan 199 P-40 toestellen werden geproduceerd had alles te maken met de ruimte die de Curtiss-fabriek kreeg van de Amerikaanse overheid om een exportversie van de P-40 te gaan produceren. De eerste gegadigde werd de Franse Armée de l'Air. Frankrijk bestelde 140 exemplaren van deze exportversie, het model H81-A. Alhoewel de eerste toestellen al in april 1940 in Franse kleuren klaarstonden in de fabriek, gooide de Duitse invasie van Frankrijk roet in het eten. De Franse toestellen zouden bewapend worden met vier 7,5 mm Browning FN model 1938 machinegeweren in de vleugels en zijn uitgerust met Franse apparatuur.

De Britse RAF had op dat moment een groot tekort aan jachtvliegtuigen en vroeg de Franse order te mogen overnemen. In september 1940 kreeg men hier toestemming voor, zodat de eerste P-40's, In Groot Brittannië Tomahawk Mk I genoemd, al in september Engeland konden bereiken. De Britse toestellen behielden de 12,7 mm mitrailleurs in de neus, maar kregen ter aanvulling vier 7,62 mm Britse (Cal .303) Brownings in de vleugels (twee per vleugel). In sommige gevallen werden later de 12,7 mm mitrailleurs in de neus vervangen door beter voorradige 7,62 mm mitrailleurs.

Van de 140 toestellen (RAF serienummers AH741 t/m AH880) gingen er drie (serienummers AH774, AH793 en AH840) voor opleidingsdoeleinden naar Canada en de rest kwam in Groot Brittannië aan. De nood was zo groot, dat sommige toestellen nog met Franse apparatuur erin hun operationele bases zouden bereiken. Alhoewel het toestel door gebrek aan bepantsering en zelfdichtende brandstoftanks eigenlijk ongeschikt was voor de strijd, was het gebrek aan jachtvliegtuigen zo groot dat de toestellen toch operationeel werden ingezet. De Squadrons No 2, 26, 171, 231, 239, 250, 268 en 613 van RAF en in Engeland gestationeerde No 400 en 403 RCAF werden uitgerust met de Tomahawk Mk I. Nadat de dreiging van een Duitse invasie was afgenomen, werden de Tomahawk Mk I's al snel van de sterkte afgevoerd en kregen sommigen een nieuwe rol als trainer. Het toestel kon echter nog wel ingezet worden in Noord-Afrika, waar men op dat moment nog voornamelijk met minder bewapende Italiaanse vliegtuigen te maken had. Het Desert Air Force Squadron No. 112 zou de eerste worden die haar Gloster Gladiators verving door de Tomahawk Mk I.

Technische gegevens:

Model: Curtiss Tomahawk Mk I
Taak: jager
Bemanning: 1
Afmetingen: Spanwijdte: 11,37 m
Vleugeloppervlak: 21,92 m2
Lengte: 9,66 m
Hoogte: 3,22 m
Motor: Een Allison V-1710-33(C15) motor met een vermogen van 1040 pk
Bewapening: Twee 12,7 mm Browning mitrailleurs aan de bovenzijde in de neus en vier 7,62 Browning mitrailleurs in de vleugels
Productie: 140

P-40A

De aanduiding P-40A werd nooit aan een fabriekserie toegekend. Slechts één toestel, P-40 serienr. 40-326, werd als zodanig aangeduid nadat het tot fotoverkenner was omgebouwd in 1942.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


P-40


Tomahawk Mk I

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
19-02-2003
Laatst gewijzigd:
14-03-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2010
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.