Op 14 mei 1940 vielen de in aanbouw zijnde kanonneerboten van de K-klasse in Duitse handen. Het veelzijdige ontwerp van de K-klasse kanonneerboten had schepen op moeten leveren die zowel geschikt waren voor konvooibegeleiding, kustbombardementen en verder ingezet konden worden als hulpmijnenveger en hulpmijnenlegger. Volgens ontwerp kregen de schepen een voortstuwingsinstallatie die bestond uit Burmeister & Wain dieselmotoren die onder licentie gebouwd werden bij P. Smit Jr. te Rotterdam. De primaire bewapening bestond uit 4 x 12cm Bofors No. 8 kanonnen in twee dubbelopstellingen. Deze kanonnen vielen ook in Duitse handen zodat zij de schepen hiermee konden uitrusten. De luchtafweerbatterij zou bestaan uit 4 x 40mm en 4 x 12,7 mitrailleurs. Verder voorzag het ontwerp in mijnenveegtuigen tegen contact- en akoestische mijnen en demontabele mijnenlegrails. Het totaalplaatje zou een schip opleveren van 1267 ton, met een maximale snelheid van 19 knopen dat operationeel gehouden kon worden door 99 bemanningsleden. De Duitsers voorzagen hun oorlogsbuit van meer luchtafweer, een groot aantal mijnen en 8 dieptebomwerpers.
Klasse overzicht en technische gegevens
| K 1 | K 2 | K 3 | |
| Bouwwerf | P. Smit Jr te Rotterdam | Gusto v/h Smulders te Schiedam | P. Smit Jr te Rotterdam |
| Bouwnummer | 524 | 750 | 525 |
| Op stapel gezet | 2 augustus 1939 | 1939 | 23 juni 1939 |
| Tewatergelaten | 23 november 1940 | 28 juni 1941 | 22 maart 1941 |
| In Duitse dienst | 2 oktober 1941 | 23 oktober 1942 | 2 februari 1942 |
| In Nederlandse dienst | - | - | 18 juli 1946 |
| Grootste lengte | 77,9 meter | ||
| Grootste breedte | 10,3 meter | ||
| Diepgang | 3,4 meter | ||
| Waterverplaatsing standaard | 1.200 ton | ||
| Waterverplaatsing volbeladen | 1.420 ton | ||
| Machine-installatie | Burmeister & Wain dieselmotoren | ||
| Machinevermogen | 2.770 pk | ||
| Actieradius | 6.900 zeemijlen bij een snelheid van 12 knopen | ||
| Bunkercapaciteit | 157 ton dieselolie | ||
| Maximale snelheid | 14,5 knopen | ||
| Bemanning | 161 tot 184 koppen | ||
| Primaire bewapening | 4 x 12cm Bofors No. 8 kanonnen | ||
| Secundaire bewapening | 4 x 3,7cm kanonnen | ||
| Luchtafweer | 12 x 20mm mitrailleurs | ||
| Overige bewapening | 80 mijnen, 8 x dieptebommortieren | ||
K 1
De Nederlandse kanonneerboot in Duitse dienst begeleidde onder de naam K 1 vooral ertskonvooien en mijnenleggers op de Noordzee, het Kanaal en Scandinavische wateren. In 1943 werden de dieselmotoren vervangen door MAN U-bootdiesels en ging de kanonneerboot over in het 1e Küstensicherungsverband (KSV). De K 1 raakte in oktober 1944 beschadigd bij Flekkenfjord, in het zuiden van Noorwegen, tijdens een geallieerde luchtaanval. Op 5 mei 1945 werd de kanonneerboot bij Arhus, Denemarken, tot zinken gebracht door raketten afkomstig van De Havilland Mosquito jachtvliegtuigen van 18th Group RAF Coastal Command. Daarbij sneuvelden 63 Duitse bemanningsleden. De K 3, die zich in de buurt ophield nam overlevenden aan boord.
K 2
Ook de K 2 verrichtte vooral konvooidiensten op de Noordzee waarna het Nederlandse schip in Duitse dienst overging naar het Küstensicherungsverband Norwegische Westküste. De K 2 kreeg eveneens MAN dieselmotoren in 1943. Op 9 oktober 1944 werd de K 2 getroffen door een Britse luchttorpedo bij Egersund, zuid-Noorwegen. Hierbij raakte het achterschip van de kanonneerboot zwaar beschadigd. De Duitse mijnenveger M 1 sleepte de K 2 naar Egersund. Later werd de beschadigde kanonneerboot overgebracht naar de Noorse marinebasis Horten in de Oslofjord. Na de oorlog werd het schip hier teruggevonden en eind 1945 naar Delfzijl gesleept waar het na een ongeluk met de drijfpontons zonk. Op 26 juli 1946 werd het wrak gelicht door W.A. van den Tak`s Bergingsbedrijf en naar Den Helder gesleept voor inspectie. Herstel werd niet lonend geacht en in oktober 1947 werd de zwaar beschadigde kanonneerboot voor sloop verkocht naar Vlaardingen.
K 3 (Hr. Ms. Van Speijk)
Net als zusterschepen K 1 en K 2 verrichtte de K 3 in Duitse dienst vooral escortediensten maar dan voornamelijk in Scandinavische wateren. In 1943 werd de K 3 uitgerust met Klöckner Humboldt Deutz motoren die een machinevermogen opleverden van 3.500 pk zodat de maximaal haalbare snelheid opliep tot 15,5 knopen. Na de Duitse capitulatie werd de K 3 teruggevonden op de Noorse marinebasis Horten. De kanonneerboot werd naar Den Helder gesleept en gerepareerd op de Rijkswerf. Op 18 juli 1946 werd het schip in Nederlandse dienst gesteld als Hr. Ms. Van Speijk en deed voornamelijk dienst als stationschip in de West. In 1953 werd het schip verbouwd tot fregat en werden de Duitse dieselmotoren vervangen door twee Sulzer dieselmotoren die afkomstig waren van de onderzeeboot Hr. Ms. O 23. Hierdoor liep het machinevermogen op tot 5.200 pk en werd de maximaal haalbare snelheid 17,5 knopen. Op 14 juni 1960 werd Hr. Ms. Van Speijk uit dienst gesteld en op 29 augustus van datzelfde jaar voor sloop verkocht aan de Amsterdamse firma W. Mantel.




