Klasse overzicht
| Bouwwerf | Op stapel gezet | Te water gelaten | In dienst | |
| Hr. Ms. Z 3 | Nederlandse Scheepsbouw Mij. te Amsterdam | 30 december 1915 | 23 maart 1917 | 21 augustus 1920 |
| Hr. Ms. Z 5 | Koninklijke Mij. De Schelde te Vlissingen | 18 februari 1914 | 1 april 1915 | 8 februari 1917 |
| Hr. Ms. Z 6 | Koninklijke Mij. De Schelde te Vlissingen | 18 februari 1914 | 15 april 1915 | 8 februari 1917 |
| Hr. Ms. Z 7 | Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam | 12 mei 1914 | 10 mei 1915 | 8 september 1916 |
| Hr. Ms. Z 8 | Mij. voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam | 12 mei 1914 | 23 juni 1915 | 22 september 1916 |
Alle Z-klasse torpedoboten beschikten over ketels die zowel kolen- als oliegestookt werden. De machine-installaties werden gebouwd door de werven zelf maar bij de Z 3 (zoals ook bij haar zusterschepen Z 1, Z 2 en Z 4 het geval was geweest) onder licentie van AEG-Vulkan.
Hr. Ms. Z 3
Technische gegevens
| Grootste lengte: | 61,32 meter | |
| Grootste breedte: | 6,31 meter | |
| Diepgang: | 1,85 meter | |
| Waterverplaatsing: | 277 ton | |
| Machine-installatie: | 2 x AEG Vulkan stoomturbines, 3 x waterpijp ketels | |
| Machinevermogen: | 5.500 pk | |
| Aantal schroeven: | 2 | |
| Bunkercapaciteit: | 72 ton kolen, 9,5 ton olie | |
| Actieradius: | 425 zeemijlen bij 20 knopen | |
| Maximale snelheid: | 27 knopen | |
| Bemanning: | 46 koppen | |
| Bewapening: | 2 x 7,5 Bofors model 4 kanonnen, 2 x 1 12,7mm mitrailleurs, 4 x 45cm torpedokanonnen |
In februari 1921 kwam Hr. Ms. Z 3 tijdens lanceeroefeningen met torpedo`s in aanvaring met de mijnenlegger Hr. Ms. Hydra die als doelschip fungeerde. Het voorschip van de torpedoboot werd hierbij ernstig beschadigd maar het schip kon op eigen kracht de Rijkswerf van Hellevoetsluis bereiken waar het gerepareerd werd. Op 10 mei 1940 was de torpedoboot ingedeeld bij het IJsselmeerflottielje dat als taak had het voorkomen dat Duitse troepen het IJsselmeer konden oversteken. Om te voorkomen dat het schip in Duitse handen zou vallen, ten tijde van de Nederlandse capitulatie op 14 mei, besloot commandant LTZ 1 J.F. Goedhart de oude torpedoboot op de dam van het Krabbersgat, voor de haven van Enkhuizen, te zetten waarna het schip in brand werd gestoken. In 1941 werd het wrak vlot getrokken en voor sloop verkocht.
Hr. Ms. Z 5 tot en met Hr. Ms. Z 8
Technische gegevens
| Grootste lengte: | 58,5 meter | |
| Grootste breedte: | 6,06 meter | |
| Diepgang: | 1,71 meter | |
| Waterverplaatsing: | 263 ton | |
| Machine-installatie: | 2 x triple expansiemachines, 3 x cilindrische ketels | |
| Machinevermogen: | 5.500 pk | |
| Aantal schroeven: | 2 | |
| Bunkercapaciteit: | 80 ton kolen, 7 ton olie | |
| Actieradius: | 425 zeemijlen bij 20 knopen | |
| Maximale snelheid: | 27 knopen | |
| Bemanning: | 46 koppen | |
| Bewapening: | 2 x 7,5 Bofors model 4 kanonnen, 2 x 1 12,7mm mitrailleurs, 4 x 45cm torpedokanonnen |
Hr. Ms. Z 5
De Z 5 werd in 1931 op de Rijkswerf Willemsoord in Den helder verbouwd tot patrouillevaartuig. Hierbij werd overgegaan van 3 kolen- en oliegestookte ketels naar 2 olieketels. Verder werd het schip voorzien van olietanks met een bunkercapaciteit van 100 ton. De maximale snelheid van de boot liep hierdoor terug naar 22 knopen. De torpedokanonnen werden verwijderd en de Z 5 kreeg de beschikking over dieptebomgoten en een nevelinrichting. Door deze aanpassingen kon de bemanning teruggebracht worden tot 34 koppen. Tenslotte werd het bakdek naar achteren doorgetrokken om de zeewaardigheid te verbeteren.
Hr. Ms. Z 5, onder commando van LTZ 1 W. van Lier, nam op 10 mei 1940 succesvol deel aan de strijd tegen de Duitsers in Rotterdam en nam met het voorkanon vijandelijke mitrailleurnesten op de Maasbruggen onder vuur. Ook vuurde zij doeltreffend op enkele Duitse watervliegtuigen met de beide 12,7mm mitrailleurs. Op 14 mei week de verbouwde torpedoboot uit naar Engeland en kwam via de Downs op 17 mei aan in Portsmouth waar enkele reparaties uitgevoerd werden. Op 16 juni was het schip weer operationeel en werd het ingedeeld bij de 9th Submarineflotilla die gestationeerd was in Dundee, Schotland. Hier werd zij ingezet als escortevaartuig voor in- en uitgaande onderzeeboten en als doelschip. Op 24 maart 1941 nam LTZ 1 P.A. de Boer tijdelijk het commando over van LTZ Van Lier totdat op 18 mei LTZ 2 J.J. Steensma commandant werd van de omgebouwde torpedoboot. Vanaf deze periode werd het schip ingezet bij de 7th en 3rd Submarineflotilla`s vanuit Rothesay, eveneens in Schotland, waar het dezelfde taken uitvoerde als bij de 9th. Op 2 maart 1942 werd het schip overgedragen aan de Royal Navy zodat de bemanning overgeplaatst kon worden op de nieuwe Nederlandse torpedobootjager Hr. Ms. Tjerk Hiddes (ex Britse N-class destroyer Non Pareil). De Britten namen hun nieuwe aanwinst eerst in gebruik onder de naam HMS Z 5 maar in mei 1943 werd het schip omgedoopt in HMS Blade. Door de opvallende, scherpe boeg kreeg het schip al snel de bijnaam “Razor Blade”. In Britse dienst werden allerlei hulp- en escortediensten verricht door het oude schip tot het op 9 april 1945 weer teruggegeven werd aan de Koninklijke Marine. De Nederlandse marine voerde het schip meteen van de sterkte af en verkocht het voor sloop aan de West of Scotland Shipbreaking Co. in Troon, Schotland, die het schip in oktober 1945 sloopte.
Hr. Ms. Z 6
De Z 6 kon op 14 mei 1940 succesvol ontsnappen naar Engeland waar de torpedoboot op de 17e arriveerde in Portsmouth. Commandant van het schip was toen LTZ 1 A.C. Lunbeck. Vanaf 16 juni 1940 diende het schip bij de onderzeedienst in Dundee en later in Rothesay. Op 28 september stelde de commandant van de Nederlandse onderzeedienst in Schotland voor om de Z 6, vooral om de slechte toestand waarin de machine-installatie zich bevond, uit dienst te stellen en in conservatie te nemen. Op 4 oktober volgde daadwerkelijk de uit dienst stelling. De onderzeedienst had echter niet voldoende personeel om de oude torpedoboot te onderhouden en de toestand van het schip werd zienderogen slechter. Daarom werd op 27 september 1941 besloten de Z 6 van de sterkte af te voeren. Het afgedankte schip werd in maart 1942 voor sloop verkocht en werd vanaf februari 1943 gesloopt in Bo`ness, Schotland.
Hr. Ms. Z 7
Op 11 mei 1940 vluchtte deze oude torpedoboot onder commando van LTZ 1 H. Witte richting Engeland maar werd tijdens deze tocht aangevallen door Duitse bommenwerpers. Door enkele near misses (indirecte bomtreffers) liep het schip schade op, maar kon toch op 17 mei de haven van Portsmouth binnenlopen waar de schade hersteld werd. Op 19 september was Hr. Ms. Z 7 weer operationeel en werd als wachtschip ingedeeld bij logementschip Hr. Ms. Stuyvesant in Holyhead. Van hieruit verrichtte het schip patrouillediensten in de Ierse zee. Eind december 1940 liep het schip in de haveningang van Holyhead aan de grond en liep daarbij zoveel schade op dat het lange tijd uit de vaart zou zijn. Reparatie werd niet rendabel geacht en het schip werd opgelegd in Holyhead. Op 16 juli 1942 werd de torpedoboot buiten dienst gesteld en op 1 oktober van datzelfde jaar overgedragen aan de Royal Navy. Het schip werd door de Britse marine echter niet gebruikt en het schip bleef doelloos in Holyhead liggen. In januari 1944 werd het schip officieel van de sterkte afgevoerd maar het zou nog tot 1947 duren voordat het schip gesloopt werd in Llanelli, Zuid-Wales.
Hr. Ms. Z 8
Hr. Ms. Z 8, onder commando van LTZ 1 P.A. de Boer, kon eveneens op 14 mei 1940 ontsnappen naar Engeland waarna het schip drie dagen later aankwam in Portsmouth. Samen met de Z 5 werd de torpedoboot vanaf 16 juni ingedeeld bij de 9th Submarineflotilla in Dundee, Schotland en kreeg dezelfde taken toegewezen als haar verbouwde zusterschip. Om personeel vrij te maken werd de Z 8, samen met de Z 7, op 1 oktober 1942, overgedragen aan de Royal Navy. De Britse marine had echter ook geen bemanning beschikbaar voor de oude torpedoboot en gaf het schip in januari 1944 terug aan de Koninklijke Marine die het meteen definitief buiten dienst stelde. In augustus 1944 werd het schip gesloopt te Newport, Wales.




