Hr. Ms. Tydeman
| Bouwwerf: | Marine Etablissement te Soerabaja, 1916 |
| Grootste lengte: | 69 meter |
| Grootste breedte: | 10 meter |
| Diepgang: | 3,6 meter |
| Waterverplaatsing: | 1.160 ton |
| Machine-installatie: | 2 x Werkspoor dieselmotor |
| Machinevermogen: | 700 pk |
| Maximale snelheid: | 10 knopen |
| Bemanning: | 104 koppen |
| Bewapening: | 2 x 3,7cm kanonnen |
De Tydeman was een motorschip met 2 schroeven, dat speciaal gebouwd werd als opnemingsvaartuig. Opnemingsvaartuigen stonden in dienst van de hydrografie: het onderzoek van zeeën, rivieren, en meren en de grensvlakken daarvan zoals de zeebodem, de kust en het wateroppervlak. Ook hielden opnemingsvaartuigen zich bezig met het onderzoek van stromingen en zeekartering. Hoewel de tewaterlating al op 24 juli 1916 plaatsvond, kwam de Tydeman pas eind 1918, direct na de Eerste Wereldoorlog in de vaart. Na de indienststelling bij de Koninklijke Marine, in 1939, werden er in de Verenigde Staten twee nieuwe Enterprise dieselmotoren besteld ter vervanging van de slecht functionerende Werkspoor dieselmotoren. De motoren werden in 1942 afgeleverd in Nederlands Oost-Indië, maar konden door de oorlogsomstandigheden niet meer ingebouwd worden. Hr. Ms. Tydeman werd op 4 maart 1942 in Tjilatjap tijdens Japanse bombardementen door een near miss (indirecte bomtreffer) tot zinken gebracht. Op 25 maart 1944 werd het wrak op last van de Japanse bezetter gelicht, omgedoopt in Choijo en naar Tandjong Priok gesleept. Hier werd begonnen met de reparatie en verbouwing. Het midscheepse bovendek werd verwijderd en achter de brug werd een driepootmast geplaatst. Verder kwamen de Japanners niet en na de Tweede Wereldoorlog werd het schip dan ook onafgebouwd teruggevonden. Het vaartuig verkeerde echter in een dermate slechte staat dat herstel niet lonend werd geacht. Op 24 april 1946 werd het wrak tijdens schietoefeningen in Straat Soenda door de Nederlandse lichte kruiser Hr. Ms. Jacob van Heemskerck tot zinken gebracht.
Hr. Ms. Willebrord Snellius
| Bouwwerf: | Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, 1928 |
| Grootste lengte: | 62,1 meter |
| Grootste breedte: | 9,7 meter |
| Diepgang: | 3,61 meter |
| Waterverplaatsing: | 930 ton |
| Machine-installatie: | 1 x triple expansie stoommachine |
| Machinevermogen: | 525 pk |
| Maximale snelheid: | 10,5 knopen |
| Bemanning: | 84 koppen |
| Bewapening: | 1 x 7,5cm kanon, 2 x 12,7mm mitrailleurs |
Na aankomst in Nederlands Oost-Indië nam het nieuwe opnemingsvaartuig van de Gouvernements Marine deel aan een oceanografische expeditie, van 27 juli 1929 tot 15 november 1930, in het oosten van de Indonesische archipel. De Willebrord Snellius was voor de militarisering van de Gouvernements Marine enige jaren in dienst van de Koninklijke Marine als opnemingsvaartuig. Na de militarisering ging het schip naar Menado, Noord-Celebes, om de stationsdienst van Hr. Ms. Fazant over te nemen, die ingezet zou gaan worden als vliegbootmoederschip. Op 10 mei 1940 was Hr. Ms. Willebrord Snellius betrokken bij de inbeslagname van het Duitse vrachtschip Friderun van 2.500 ton op de rede van Menado. Toen de Japanners Noord-Celebes bezetten kon de Willebrord Snellius ontkomen naar Soerabaja, Java. Op 6 maart 1942 werd het schip als blokschip tot zinken gebracht voor het Marine Etablissement. De Japanners hebben het wrak opgeblazen om de ingang vrij te maken. Pas in 1956 en 1957 werden de laatste resten van het schip geborgen en gesloopt.

