Hr. Ms. Albatros
| Bouwwerf: | Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen, 1912 |
| Grootste lengte: | 50 meter |
| Grootste breedte: | 9,5 meter |
| Diepgang: | 3,1 meter |
| Waterverplaatsing: | 807 ton |
| Machine-installatie: | 1 x triple expansie stoommachine |
| Machinevermogen: | 1.150 pk |
| Maximale snelheid: | 11,5 knopen |
| Bemanning: | 42 koppen |
| Bewapening: | 2 x 3,7cm kanonnen |
De Albatros werd 28 maart 1912 in dienst gesteld bij de Gouvernements Marine en werd gestationeerd te Amboina op de Molukken. Bij de militarisering in 1939 kreeg Hr. Ms. Albatros, onder commando van gezaghebber A.H. Alfrink, geen bijzondere opdrachten van de Koninklijke Marine en kon daardoor voorlopig de stationsdiensten vanuit Amboina blijven verrichten. Op 8 februari 1942 kreeg Hr. Ms. Albatros, samen met Hr. Ms. Fomalhaut, opdracht om de vrouwen en kinderen van de bemanningsleden aan boord te nemen en zich via Koepang naar Java te begeven. Op het laatste traject werd een tanker van de KPM geëscorteerd. Op 2 maart 1942 werd Hr. Ms. Albatros door de eigen bemanning aan de Endehkade in Soerabaja tot zinken gebracht. Op 23 maart 1943 werd het wrak op last van de bezetter gelicht en onder de naam Nibato Maru als bergingsvaartuig in de vaart gebracht. Na de oorlog werd het schip in zeer slechte staat teruggevonden in Soerabaja en na een voorlopige reparatie terug in dienst genomen bij de Gouvernements Marine. In 1947 moest de stoommachine afgeschreven worden en werd het schip omgebouwd tot onbemand loodslichtschip. Bij de soevereiniteitsoverdracht in 1949 lag de Albatros als loodslichtschip in de Moesi-rivier in Sumatra.
Gouvernementsschepen van het type Sirius
De Eerste Wereldoorlog had geleid tot een explosieve ontwikkeling van de techniek. Schepen van het type Aldebaran, zoals de Bellatrix, de Canopus en de Deneb, waren producten van de beproefde vooroorlogse opvatting. De naoorlogse tijd stelde echter hogere eisen, waardoor de uitvoering van de schepen moderner werd. De nieuwe zusterschepen Sirius en Wega waren dan ook wat groter van tonnage en afmetingen en waren uitgerust met een radiostation, een koelinrichting voor vers vlees en groenten en een moderne elektrische installatie.
Technische gegevens
| Bouwwerf: | IJselwerf te Gorinchem, 1922 |
| Grootste lengte: | 55,64 meter |
| Grootste breedte: | 9,54 meter |
| Diepgang: | 3,3 meter |
| Waterverplaatsing: | 1.018 ton |
| Machine-installatie: | 1 x triple expansie stoommachine |
| Machinevermogen: | 916 pk |
| Maximale snelheid: | 12 knopen |
| Bemanning: | 54 koppen |
| Bewapening: | 1 x 7,5cm kanon |
Hr. Ms. Sirius
De Sirius werd op 1 april 1923 in dienst gesteld van de Gouvernements Marine en gestationeerd in Tandjong Priok. In de jaren `30 werd de Sirius stationschip te Makassar. Vanaf de militarisering in 1939 werd Hr. Ms. Sirius, onder commando van gezaghebber C. Hokke, vervangen door Hr. Ms. Gemma. Daarna werd de Sirius toegevoegd aan Hr. Ms. Bellatrix ten behoeve van de bewaking van Straat Soenda. De twee schepen patrouilleerden bij toerbeurt en lagen daarom de helft van de tijd in Tandjong Priok. Op 26 februari 1940 kreeg Hr. Ms. Sirius de beschikking over een 7,7mm mitrailleur tegen luchtdoelen. Op 19 februari 1942 werd de Bewakingsdienst West-Java in het leven geroepen en de Sirius ging hier deel van uitmaken. Op 28 februari lag Hr. Ms. Sirius, samen met Hr. Ms. Reiger in de Bantam-baai waar de schepen vier maal bestookt werden door Japanse bommenwerpers. Door een near miss werd de Sirius aan bakboord getroffen door een groot aantal bomscherven. In het begin van de avond werd de Sirius onder stoom gebracht en gezaghebber Hokke maakte aanstalten om de haven van Tandjong Priok binnen te varen toen de schepen in een zoeklicht gevangen werden en met kanonvuur bestookt werden. Omdat zijn schip bovendien omgeven werd door lichtkogels, die door vliegtuigen afgeworpen werden, besloot Hokke de Sirius aan de grond te zetten en de buitenboord kleppen te openen. De bemanning kon wadend door de modder de Java-wal bereiken en kon ontsnappen naar Batavia, waar zij de volgende dag aankwamen.
Hr. Ms. Wega
De Wega werd op 11 juli 1923 in dienst gesteld bij de Gouvernements Marine en evenals zusterschip Sirius gestationeerd in Tandjong Priok. In de jaren `30 werd het schip gestationeerd in Noord-Sumatra en opereerde vanuit Olehleh. Ten tijde van de militarisering bleef het schip op haar post. Na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 en de Nederlandse oorlogsverklaring aan Japan een dag later, doofde Hr. Ms. Wega, onder commando van gezaghebber A.E. van Berkum, alle kustlichten in haar rayon. Eind januari werden Noord-Sumatra en Brits Maleisië (Malakka) met Singapore steeds vaker het doel van Japanse bommenwerpers. Op 26 januari 1942 werd Hr. Ms. Wega, liggend op de rede van Olehleh aangevallen door vier Japanse bommenwerpers. Het schip van de gemilitariseerde Gouvernements Marine probeerde zigzaggend te ontkomen, maar zonder behoorlijk luchtafweergeschut was het vaartuig kansloos. De Wega kreeg drie treffers te verwerken en al brandend zette zij koers naar de kust. Dicht onder de kust ging Hr. Ms. Wega ten anker en gezaghebber Van Berkum gaf opdracht het schip te verlaten. De bemanning kon ontkomen naar Kota Radja, maar het schip ging verloren.


