| Gesneuveld: | 2.301 |
| Vermist: | 535 |
| Gewond: | 8.543 |
| Totaal: | 11.379 |
3e Karpatische Infanteriedivivisie:
| Gesneuveld: | 911 |
| Vermist: | 178 |
| Gewond: | 3.493 |
| Totaal: | 4.582 |
5e Kresowa Infanteriedivisie:
| Gesneuveld: | 1063 |
| Gewond of vermist: | 4064 |
| Totaal: | 5.127 |
Sommige Polen verlieten Italië al midden 1945 om terug te keren naar Polen, maar het overgrote gedeelte dat aan had gegeven om terug te keren werd gestationeerd in repatriëringskampen in Cervinara en Paolisi, nabij Napels (5,500 manschappen) en in San Domenico (800 manschappen). Deze kampen stonden onder supervisie van Britse autoriteiten, die ook de transporten naar Polen regelden. De twee belangrijkste routes waren per trein via Milaan naar Zebrzydowice of per boot via Napels naar Gdansk. Deze missie werd tot mei 1946 begeleid door de Poolse kolonel Kazimierz Sidor, namens de voorlopige communistische regering in Polen.
Tussen 3 en 25 december 1945 verlieten 12.305 manschappen van het 2e Poolse Korps in 13 transporten Italië richting Polen. Daarnaast verlieten in deze periode ook Polen het land die in het Midden-Oosten gediend hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het volgende schema geeft een goed overzicht van deze groep:
| Officieren: | 32 |
| Onderofficieren: | 1612 |
| Soldaten: | 10.661 |
| Totaal: | 12.305 |
Van deze groep waren 1226 onderofficieren (10%) en 8601 soldaten (70%) afkomstig uit de gelederen van de Wehrmacht. Bij aankomst in Polen werd ongeveer 8 % gedegradeerd of gevangengenomen wegens politieke redenen. Deze manschappen brachten 11,867 Britse geweren en 603,150 patronen met zich mee. In Polen werden zij tussen 1947 en 1948 ondergebracht in verschillende kampen. Sommige kregen een functie aangeboden in het nieuwe Poolse Volksleger, echter de meesten werden officieel ontslagen uit het leger en ontheven van hun militaire taken. In de nacht van 31 maart op 1 april 1951 werden een groot aantal ex-militairen en hun familieleden opgepakt door Sovjet- en Poolse veiligheidsdiensten en gedeporteerd naar Oblast Irkoetsk, in Siberië. In 1956 werden zij toegestaan om terug te keren naar Polen. In 1971 werd door het Wit-Russische Hooggerechtshof bepaald dat deze deportaties onwettig waren. Een groot gedeelte van de Poolse soldaten dat terugkeerde naar Wit-Rusland kreeg een vergoeding betaald voor hun beslag genomen bezittingen. In 2003 bleek echter dat er nog 23 veteranen van het 2e Poolse Korps in Wit-Rusland verbleven die nog geen vergoeding hadden gekregen.
Voor hen die ervoor kozen om niet terug te keren naar hun vaderland werd op 22 mei 1946 door de Britse overheid de Polish Resettlement Corps opgericht. Dit korps stond onder supervisie van het Britse leger, dat in september 1946 begon men het rekruteren van Poolse soldaten uit de militaire kampen. Het volgende schema geeft een goed overzicht van het totaal aan geworven Poolse leden van de PRC en de formaties waar zij uit zijn verworven:
| Midden-Oosten & 2e Poolse Korps: | 110.000 |
| Poolse Marine: | 4.000 |
| Poolse Luchtmacht: | 12.000 |
| Women's Auxiliary Air Force: | 1.000 |
| Overig: | 33.000 |
| Totaal: | 160.000 |
In 1949 werd de PRC opgeheven en zo’n 150,000 Poolse veteranen vestigden zich in Groot-Brittannië. Het 2e Poolse Korps was toen al 2 jaar ontbonden.



