Door het Vlootverdrag van Washington waren de drie Colorado-klasse slagschepen de laatste klasse Standard-type battleships. USS Colorado, USS Maryland en USS West Virginia zouden, eveneens als gevolg van het vlootverdrag, pas in 1941 opgevolgd worden door de beide slagschepen van de North Carolina-klasse, USS North Carolina en USS Washington. Zodoende bleven de slagschepen bijna twee decennia lang de grootste en meest indrukwekkende slagschepen van de US Navy. Doordat de slagschepen voor de Tweede Wereldoorlog niet echt gemoderniseerd werden, bleken zij toch door de tand des tijds, in elk geval technisch gezien, achterhaald te zijn. De constructies waren echter dermate degelijk dat er nieuwe slagschepen in gebouwd konden worden. Slagschepen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de Amerikaanse overwinning in de strijd in de Pacific.
Op 20 september 1945 vertrok USS Colorado uit Tokyo en arriveerde op 15 oktober in San Francisco. Van daaruit vertrok het slagschip naar Seattle, Washington State, om aanwezig te zijn op de Navy Day die ter plaatste op 27 oktober gevierd werd. In november en december 1945 maakte de Colorado drie reizen van Pearl Harbor naar de Amerikaanse westkust in het kader van Operation Magic Carpet. Deze operatie had als doel om zoveel mogelijk soldaten terug naar de Verenigde Staten te brengen, in een zo kort mogelijke tijd. Alle beschikbare (oorlogs)schepen werden hiervoor ingezet. USS Colorado repatrieerde 6.357 veteranen voordat het schip in januari 1946 afmeerde in Bremerton. Op de Puget Sound Naval Shipyard werd de Colorado in gereedheid gebracht om opgenomen te worden in de reservevloot. Op 7 januari 1947 was de conservering van het slagschip voltooid en werd de Colorado buiten dienst gesteld en opgenomen in de zogenaamde mottenballenvloot. Op 23 juni 1959 werd de Colorado voor sloop verkocht aan Todd Shipyards te Seattle. Eén van haar 12,5cm kanonnen is te zien in het Museum of History and Industry in Seattle.
USS Maryland werd vanaf augustus 1945 ingezet bij Operation Magic Carpet. Het slagschip maakte in het kader van deze operatie vijf tochten van Pearl Harbor naar de Amerikaanse westkust en repatrieerde ruim 8.000 veteranen. Op 15 april 1946 arriveerde de Maryland in Bremerton en werd op de Puget Sound Naval Shipyard geconserveerd om opgenomen te worden in de Pacific Reserve Fleet. Op 3 april 1947 werd het slagschip buiten dienst gesteld. Ruim 12 jaar later, op 8 juli 1959, werd de Maryland voor sloop verkocht aan Learner Company of Oakland, Oakland, Californië. Op 2 juni 1961 werd in Annapolis, Maryland, een monument onthuld, dat de scheepsbel van het slagschip bevat, ter ere van USS Maryland en haar bemanning tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Tot 17 december 1945 nam USS West Virginia deel aan Operation Magic Carpet en maakte drie reizen van Pearl Harbor naar de Amerikaanse westkust. Op 12 januari 1946 arriveerde het slagschip in Bremerton en werd op de Puget Sound Naval Shipyard in gereedheid gebracht om opgenomen te worden in de mottenballenvloot. Op 9 januari 1947 werd de West Virginia buiten dienst gesteld en officieel opgenomen in de US Pacific Reserve Fleet. Op 24 augustus 1959 werd het afgedankte slagschip voor sloop verkocht aan de Union Minerals and Alloys Corporation te New York City.


