Inleiding
De slag om Kraków (in het Duits: Krakau) was onderdeel van het Sovjet Vistula-Oder offensief. Kraków was een belangrijk doorvoerpunt van het Duitse leger naar het Oostfront en tevens hoofdstad van het Generalgouvernement tijdens de Duitse bezetting van Polen. De stad werd in augustus 1944 tot ‘Festung’ verklaard. De slag om de oude hoofdstad van Polen werd uitgevochten door de Duitse 17. Armee en het Sovjet 50e en 60e Leger. Op 19 januari 1945 werd de stad bevrijd door het Rode Leger en dat belette het Duitse leger om Kraków te verwoesten.Aanloop naar de slag
Met een steeds verslechterende situatie aan het oostfront in het kielzog gaf het Duitse opperbevel in september 1944 opdracht om Kraków te veranderen in een Festung. Kraków was tijdens de Duitse bezetting van Polen een belangrijk doorvoerpunt naar het Oostfront, zowel voor manschappen als goederen en munitie en tevens hoofdstad van het Generalgouvernement. Voor de verdediging van Kraków leunde de Heeresgruppe A op de oude 19e eeuwse Oostenrijks-Hongaarse fortengordel rond de stad. De bakstenen forten waren in het begin van de 20e eeuw gemoderniseerd. De Duitse 17.Armee kreeg de taak om de stad te verdedigen.In december 1944 begon het Duitse leger met het confisqueren van de forten ondanks de wetenschap dat de meeste forten niet in staat waren om het Rode Leger tegen te houden. Sommige forten waren in de Eerste Wereldoorlog beschadigd geraakt. Fort 2 “Kościuszko” (omgedoopt tot Fort “Liszt”) kreeg een functie als communicatiecentrum en hoofdkwartier voor de verdediging van de stad. Fort 43 “Pasternik” werd het coördinatiecentrum van de ondermijning van Kraków. Hitler had namelijk bevolen dat de tactiek van de verschroeide aarde op de stad toegepast moest worden indien er sprake zou zijn van een onvermijdelijke inname door het Rode Leger. Tussen september 1944 en januari 1945 waren Duitse sappeurs bezig met het ondermijnen van belangrijke gebouwen en monumenten in Kraków.
Ten oosten, noorden en westen van Kraków begon de Organisation Todt in opdracht van het Duitse leger met het de bouw van mitrailleurnesten, veldfortificaties, loopgraven en tankversperringen. Deze verdedigingslijn, Stellung OHK Stellung B-1 genaamd, liep in het oosten achter de Rabe-rivier tussen de dorpjes Brzesko, Bochnia en Tarnów. In het noorden liep de lijn in de heuvels tussen Słomniki, Łuczyce, Przebieczany en Podgórze. Ook het Szreniawa- dal werd voor een deel gefortificeerd. In het westen liep de lijn van de rotsen bij Krzeszowice tot Rybna. Deze voorwaartse verdedigingslijn werd voorzien van Ringstand 67 “Tobruk” bunkers, Regelbau 701-kazematten, mitrailleursnesten, schuilplaatsen en stationaire tankkoepels. De dwangarbeiders die hier te werk werden gesteld bestonden vooral uit lokale bewoners.
De oude forten in en rond Kraków werden in 2 verdedigingslinies verdeeld:
- De buitenste ring (Henryka).
- De binnenste ring (Fryderyka).
De verdedigingslinie “Henryka” bestond uit de volgende forten: Fort 44 “Tonie”, Fort 45 “Zielonki”, Fort 45a “Bibice”, Fort 49˝a “Mogiła”, Fort 47a “Węgrzce”, Fort 48 “Batowice”, Fort 49a “Dlubnia”, Fort 49 Ľ “Grębałów”, Fort 50 “Prokocim”, Fort 50 ˝ “o Barycz”, Fort 51 “Rajsko” en Fort 52 ˝ “N Sidzina”. Het Fort 31 “aw Benedykt” huisvestte een zware luchtafweerbatterij. In de stad zelf werden sommige gebouwen veranderd in steunpunten, zoals overheidsgebouwen, militaire en politiebarakken, energiecentrales en het postkantoor (Poczta Główna) van Kraków. De Duitse wijk in de buurt van de Królewskastraat vormde een belangrijk steunpunt in het centrum van de stad. Het Błonia-park werd klaargemaakt als noodvliegveld voor eventuele evacuatie en bevoorrading. Daarnaast werden in de straten van Kraków ongeveer 240 drakentanden (een type betonnen tankversperring) geplaatst en de bruggen over de Wisła-rivier voorzien van betonnen brugkazematten. De Universiteit van Technologie en Wetenschap (AGH), de Jagiellonische Bibliotheek en het Nationaal Museum waren al in 1944 voorzien van luchtafweer.
De AK (Armia Krajowa; Poolse Thuisleger – de belangrijkste verzetsorganisatie in Polen) in Kraków plande een opstand op 10 oktober 1944. Het AK in Kraków bestond uit 60 ŕ 90 duizend troepen. Deze opstand heeft nooit plaats gevonden om de volgende redenen:
- Het AK-district van Kraków had niet voldoende middelen (zoals wapens) ter beschikking.
- Het Wehrmacht-garnizoen van de stad bestond uit 30,000 troepen, met daarnaast 10,000 gewapende manschappen van Polizei, Algemeine-SS, Gestapo en Waffen-SS.
- Omdat het Rode Leger in de zomer van 1944 haar offensief staakte en zich achter de Vistula ingroef kreeg het Duitse leger de gelegenheid om troepen in Kraków samen te trekken.
- Na de uitbraak van de opstand in Warschau, pakte de Gestapo veel Polen in de zomer van 1944 op (waaronder prominente AK-leden) om verdere opstanden de kop in te drukken.
- De rooms-katholieke aartsbisschop van Kraków Adam Sapieha was tegen het idee van een opstand.
Deze aartsbisschop verzocht Generaloberst Josef Harpe, commandant van de Heeresgruppe Nordukraine, om Kraków tot ‘open stad’ te verklaren om de burgers en historische gebouwen te redden. In antwoord op dit verzoek verklaarde Harpe op 7 augustus 1944 dat de Wehrmacht de stad zou verdedigen. Zijn troepen zouden proberen om de burgers te sparen, maar indien een opstand in de stad op handen was zou Kraków met de grond gelijk gemaakt worden.



