Bombardement op Nijmegen, 22 februari 1944

De evaluatie van de missie

Na de missie werden de vliegtuigbemanningen ondervraagd door inlichtingenofficieren. Deze ondervragingen door de zogenaamde S-2-officieren (inlichtingenofficieren) vonden altijd plaats na een missie en dienden om zo veel mogelijk militaire informatie te verkrijgen. Het gebombardeerde doel kwam natuurlijk ook ter sprake. Van de twaalf ondervraagde mannen, waren zeven stellig in hun doel: “Nijmegen”. In geen enkele van de eerste verslagen wordt gesproken over de Duitse steden Goch of Kleef. Deze steden worden pas vermeld in het rapport dat Captain William Schmidt schreef over de missie. Dit rapport is gedateerd 22 februari, maar Schmidt heeft dit waarschijnlijk pas een paar dagen later opgesteld, toen duidelijk was dat Nijmegen niet gebombardeerd had mogen worden. Dit rapport stemt ook niet overeen met de verklaring die hij tijdens de evaluatie van de missie gaf aan Colonel Jack Wood, de commandant van de 20th Combat Wing. Hierin zei Schmidt namelijk:

“Finally found a city which we thought was in Germany, Nijmegen, and two sections dropped on it.”

(In werkelijkheid bombardeerde maar een sectie de stad.)

Het is niet duidelijk of Schmidt echt dacht dat Nijmegen in Duitsland lag, of dat hij dit zei om zijn fout goed te praten. Enkele bemanningsleden waren wel verbaasd toen zij hoorden dat Nijmegen geen Duitse stad was. Pas op woensdag 23 februari drong waarschijnlijk tot de bemanningen door dat zij Nijmegen niet hadden mogen bombarderen. Toen de vliegtuigen landden op Flixton, dachten de mannen vermoedelijk dat zij een aanval hadden uitgevoerd op een geoorloofd gelegenheidsdoel. Pas later werd hen duidelijk gemaakt dat Nijmegen niet gebombardeerd had mogen worden. Volgens Amerikaanse bronnen werd tijdens de briefings voorafgaand aan de missies regelmatig gezegd dat het zonder toestemming niet was toegestaan om steden in bezet gebied aan te vallen. Het blijft echter onduidelijk of dit echt zo vaak is benadrukt tijdens de briefings en of alle manschappen wel op de hoogte waren van deze regel. Vooral de status van Nederlandse steden was vaag. Sommige geallieerde vliegers dachten zelfs dat Nederlandse steden in neutraal, in plaats van bezet gebied lagen. In 1944 werd 2% van alle geallieerde bommen afgeworpen boven Nederland. Op 22 februari werden behalve Nijmegen ook Enschede en Arnhem gebombardeerd. Hier vielen respectievelijk 57 en 40 doden.

Op dinsdag 22 februari 1944 zagen de Amerikaanse bommenwerpers een stad met een spoorwegemplacement, een aanvaardbaar gelegenheidsdoel. Het is moeilijk in te schatten of zij, voordat zij aanvielen, al wisten dat het hier een Nederlandse stad betrof. Het keren na de recall en het moeten uitwijken voor andere vliegtuigen, zorgde, ook omdat het hier om onervaren personen ging, waarschijnlijk voor een verminderde oriëntatie. Vlak na de aanval wisten zij al dat zij een Nederlandse stad hadden gebombardeerd. Doordat de status van doelen in bezet gebied voor hen niet voldoende duidelijk was, waren zij zich er toen nog niet van bewust dat zij een fout hadden gemaakt. Het bombardement was geen opzet, maar eigenlijk ook geen vergissing. De commandant van de 2nd Bombardment Division James Hodges, oordeelde vermoedelijk juist dat het hier een “Faux pas” betrof.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
02-06-2012
Laatst gewijzigd:
22-10-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2013
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies en disclaimer.