Sandberger, Martin

In Estland

Op 22 juni 1941 vielen Duitse troepen de Sovjet-Unie binnen, gevolgd door de Einsatzgruppen. Omdat Estland pas in augustus veroverd werd, was Sonderkommando 1a eerst actief in Litouwen en Letland. Sandbergers eenheid voerde op verschillende plaatsen in Litouwen in totaal 41 executieacties uit. Samen met Einsatzkommando2 had Sandbergers eenheid in Riga, de hoofdstad van Letland, lokale collaborateurs aangezet tot het verwoesten van synagogen en de liquidatie van 400 Joden. Bij een Duitse represailleactie, vanwege de vermeende afslachting van een Duitse soldaat door een Jood, werden in Riga 100 Joden geëxecuteerd. Deze praktijken werden voortgezet in Estland. Sandberg nam met zijn eenheid op 28 augustus zijn intrek in de hoofdstad Tallinn. Hij rapporteerde dat de “stad vrijwel intact [was en dat] de Russen op het laatste moment teruggetrokken zijn over zee.” Tot 30 augustus telde hij 620 arrestaties. Verschillende bolsjewistische functionarissen en communisten werden gedurende die eerste dagen opgepakt, waaronder de plaatsvervangende voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen in Estland, de vakbondsvoorzitter en de secretaris van de Estse communistische partij.

Een groot deel van de bevolking van Estland beschouwde de Duitsers als bevrijders die een einde maakten aan de Sovjetbezetting. Sandberger constateerde dan ook dat de Esten positief stonden ten opzichte van de nieuwe machthebbers. “De bevolking is in algemeen gewend aan het standpunt dat de Duitsers het nu in Estland voor het zeggen hebben,” zo rapporteerde hij eind september 1941. “Alle genomen besluiten […] worden gehoorzaam doorgevoerd.” Volgens hem deden de Esten “elke denkbare moeite om de Wehrmacht te steunen en hun goede wil te tonen. Ook bij de opsporing van Estse bolsjewisten en hun berechting hebben de Esten zeer vaak de gewenste medewerking getoond.”

Niet alleen met betrekking tot hun afkeer van het bolsjewisme en hun welgezindheid ten opzichte van de Duitsers, maar ook in raciaal opzicht was Sandberger positief over de Esten. In het westen van het land waren volgens hem veel mensen van het Noordse ras aanwezig die geschikt waren voor germanisatie. “Een opname van Estland in het door Duitsland bestuurde nieuwe Europese systeem” werd volgens Sandberger door veel Esten beschouwd “als de meest voor de hand liggende en vanzelfsprekende oplossing”. Samen met het Duitse Reichsministerium für die besetzten Ostgebiete van Alfred Rosenberg benoemde Sandberger een driekoppig bestuur voor Estland dat onder toezicht stond van de Duitse bezetter. De Estse politicus dr. Hjalmar Mäe werd verantwoordelijk gesteld voor Binnenlandse zaken en politie. Hij werkte actief mee aan de germanisatie van Estland. Onder zijn leiding behield de Estse politie haar zelfstandigheid, hoewel de organisatie door Sandberger wel naar Duits model gereorganiseerd werd. Dankzij de gewillige medewerking van de Estse politie was een grote Duitse bezettingsmacht niet nodig. Steun voor Sandberger kwam er ook van een nationalistische Estse militie, de Omakaitse.

Propagandaberichten over de vondst van lijken in gevangenissen van de NKVD (de veiligheidsdienst van de USSR) en de opgraving van door de Sovjets vermoorde Esten werden door de bezetter gebruikt om de haat tegen de communisten verder aan te wakkeren. Sonderkommando 1a rapporteerde dat er tot midden januari 1942 ongeveer 14.500 communisten “preventief gearresteerd” werden, circa 1.000 geëxecuteerd en 5.377 in concentratiekampen geïnterneerd. Politieke gevangenen zaten onder erbarmelijke omstandigheden in gevangenissen, die meestal niet groot genoeg waren voor de hoeveelheid gevangenen. De vervolging van politieke tegenstanders werd nimmer gestaakt. Nog in mei 1943 gaf Sandberger de opdracht tot de hardste maatregelen tegen communisten “zonder sentimentaliteit over objectiviteit en humanitaire overwegingen. Beter 10 onschuldigen opsluiten dan één schuldige laten lopen.”

De Joden in Estland vormden eveneens een doelwit van Sandbergers Sonderkommando 1a. Eigenlijk was het de bedoeling dat de Einsatzgruppen de lokale bevolking zouden aanzetten tot pogroms. In Litouwen lukte dat, maar niet in Estland. Weliswaar constateerden de Duitsers dat de Sovjetbezetting de haat tegen de Joden had aangewakkerd, omdat Joden een belangrijke rol gespeeld zouden hebben binnen het bezettingsbestuur, maar het antisemitisme onder de Estse bevolking was niet zo groot dat er spontane pogroms uitbraken. Veel Joden waren Estland voorafgaand aan de Duitse bezetting al ontvlucht, zodat er nog slechts circa 1.000 waren achtergebleven. Meteen bij de inval van de Wehrmacht was de Estse militie wel begonnen met het arresteren van Joden. Sandberger ging daarmee verder en gaf het bevel tot de arrestatie van alle arbeidsgeschikte mannen en vrouwen uit Tallinn en Riga (Letland) en omgeving om ingezet te worden als turfstekers. Ook in andere plaatsen, waaronder Pernau en Dorpat, werden de Joden tijdelijk geïnterneerd.

Sandberger gaf bovendien het bevel tot het dragen van een Jodenster en vaardigde voor de Joodse bevolking allerlei verboden uit die ook in Duitsland golden, zoals een verbod tot het bezoek van openbare gebouwen en het gebruik van openbaar vervoer. Ook liet hij Joodse vermogens in beslag nemen. Zowel de Wehrmacht als de SS en de politie namen op grote schaal meubilair en persoonlijke bezittingen van Joden in beslag. Sonderkommando 1a kon op 12 oktober 1941 rapporteren dat een begin gemaakt was met de uitroeiing van de Joodse bevolking in Estland. 440 Joden waren tot dusver geëxecuteerd door het Sonderkommando in samenwerking met de Estse militie. In de loop van die winter werden ook de Estse Joden vermoord die tot dusver voor dwangarbeid ingezet waren. In een verslag van 1 juli 1942 meldde Sandberger de dood van 921 Joden, wat erop neer kwam dat zijn missie geslaagd was: Estland was vrij van Joden.

Volgens cijfers van Sandberger werden gedurende het eerste bezettingsjaar in totaal 60.000 personen aan een onderzoek onderworpen, 5.634 geëxecuteerd, 5.623 in een concentratiekamp gezet en 18.893 in een gevangenis opgesloten. De aantallen slachtoffers van de Estse militie werden niet volledig meegerekend. Behalve communisten en Joden werden dezelfde maatregelen ook genomen tegen Sinti en Roma en “asocialen”. Sandberger rapporteerde begin juli 1942 dat “circa 35% van de eerder opgepakte beroeps- en gewoontemisdadigers werden […] geëxecuteerd”. Verder zorgde Sandberger ook voor de deportatie van de “raciaal inferieure” bevolking van het Estse deel van de regio Ingermanland of Ingria. Deze mensen werden onder andere ingezet voor dwangarbeid in Duitsland en hun voormalige leefgebied was bedoeld voor de vestiging van Volksduitse emigranten. Met betrekking tot Sandbergers prestaties tijdens zijn verblijf in Estland oordeelt Michael Wildt als volgt: “Maakt men de balans op van Sandbergers dienst in Estland van 1941 tot september 1943, dan kan men deze in de zin van de RSHA-politiek vrijwel onberispelijk noemen.”

Definitielijst

antisemitisme
Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
Jodenster
Davidster op een gele ondergrond die in Nazi-Duitsland en de bezette gebieden tijdens WO II door de Joden moest worden gedragen.
NKVD
Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Nazi-rapport waarin de etnische groepen in de Baltische landen in taartdiagrammen weergegven zijn. Sandberger vond een groot deel van de Esten geschikt voor germanisatie.
(Bron: U.S. National Archives)


De Estse politicus dr. Hjalmar Maë begroet Estse vrijwilligers uit de Waffen-SS, 1944.
(Bron: Wikimedia Commons)


Joden worden afgeslacht door lokale collaborateurs in Kaunas/Kovno in Litouwen, juni 1941. In Estland vonden zulke pogroms niet plaats.


Rapport van Stahlecker, gedateerd 31 januari 1942, met het aantal executies in de Baltische staten. Estland is bestempeld als Judenfrei.
(Bron: U.S. National Archives)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
14-07-2012
Laatst gewijzigd:
31-07-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.