Sandberger, Martin

Proces in Neurenberg

Sandberger kon niet ontkomen aan strafvervolging en hij werd samen met drieëntwintig andere verdachten aangeklaagd tijdens het zogenaamde Einsatzgruppen-proces, dat van 15 september 1947 tot 10 april 1948 in Neurenberg plaatsvond. De zittingen werden gehouden in dezelfde rechtszaal als waarin de leden van de nazi-top terecht hadden gestaan voor het Internationale Militaire Tribunaal. Echter, dit keer werd het tribunaal niet gezamenlijk georganiseerd door de vier belangrijkste geallieerde machten, maar alleen door de Amerikanen. De aangeklaagden waren allemaal leidinggevende officieren van de Einsatzgruppen. Ze werden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en lidmaatschap van criminele organisaties. Hoofdaangeklaagde was Otto Ohlendorf, de voormalige commandant van Einsatzgruppe D.

Sandberger verschuilde zich tijdens het proces achter de bevelen van Hitler. Hij beweerde weliswaar morele bezwaren te hebben gehad tegen diens bevel om de Joden uit te roeien, maar stelde dat deze order legaal was, omdat Hitler de hoogste autoriteit was en zijn bevelen opgevolgd moesten worden. Hij vreesde dat ongehoorzaamheid en dissidentie zouden leiden tot zijn eigen “martelaarschap”. Toch had hij naar eigen zeggen tegen het uitroeiingsbevel bezwaar gemaakt bij zijn superieur en meermaals om overplaatsing gevraagd, maar dat werd telkens afgewezen vanwege personeelstekort. Of hij hierover de waarheid sprak valt te betwijfelen, want verschillende van zijn collega’s werden wel op eigen verzoek na korte tijd overgeplaatst naar andere functies. Verder beweerde Sandberger niet verantwoordelijk geweest te zijn voor illegale executies. Joden werden volgens hem door zijn eigen eenheid niet geëxecuteerd omdat ze Joden waren, maar enkel nadat na grondig onderzoek vastgesteld was dat ze communistische functionarissen waren en daarom een legitiem veiligheidsrisico. Hij schoof de schuld voor de overige executies van Joden af op de Estse politie en militie die bij het vermoorden van de Joden volgens hem gedreven werden door de rol die de Joden gespeeld zouden hebben bij de communistische machtsovername.

Tijdens de kruisverhoren viel Sandberger echter door de mand. Geconfronteerd met een document waarin de executie van 1.000 communisten gerapporteerd werd, schatte hij “slechts” verantwoordelijk geweest te zijn voor 350 executies. Tijdens verder verhoor bleek hij voor nog meer doden aansprakelijk te zijn. De rechtbank constateerde dat Sandberger op 10 september 1941 een algemeen bevel had uitgevaardigd voor de internering van 450 Joden. Sandberger beweerde dat hij dit had gedaan ter bescherming van de Joden, “hopend dat tijdens de internering de Führer-order misschien ingetrokken werd of dat de bepalingen verzwakt werden.” Hij zou tijdens de executie van de Joden in het kamp niet aanwezig geweest zijn en beweerde dat deze buiten zijn weten plaatsvond. Zijn eigen verklaring waren echter belastend:

V. U verzamelde deze mannen in de kampen?
A. Ja. Ik gaf het bevel.
V. U wist dat ze op enig moment in de toekomst niets anders konden verwachten dan de dood?
A. Ik hoopte dat Hitler het bevel zou intrekken of veranderen.
V. U wist van de mogelijkheid, grenzend aan zekerheid, dat ze zouden worden geëxecuteerd nadat ze verzameld waren?
A. Ik wist dat die mogelijkheid bestond, ja.
V. In feite wist u dat bijna zeker, klopt dat?
A. Het was waarschijnlijk.

Later gaf hij zijn schuld nog duidelijker toe:

V. U verzamelde deze Joden volgens de algemene order, de Hitler-order, is het niet?
A. Ja.
V. En daarna werden ze geëxecuteerd; ze werden geëxecuteerd, klopt dat?
A. Ja.
V. Door leden van uw eenheid?
A. Door Estse mannen die ondergeschikt waren aan de leiders van mijn Sonderkommando; dus ook mezelf.
V. In feite werden ze dus geëxecuteerd door leden onder uw bevel?
A. Ja.
V. En daarna, als gevolg van de Führerorder, werden deze Joden geëxecuteerd?
A. Ja.

Dr. Stein, de verdediger van Sandberger, probeerde in zijn slotpleidooi legitimiteit te geven aan het handelen van Sandberger. De Duitsers voerden volgens hem in Estland “een strijd op leven en dood, die door de partizanen tot het uiterste en op de wreedste wijze uitgevoerd werd.” Partizanen vormden volgens hem in Estland een “zeer speciaal gevaar”, omdat de “meest belangrijke communicatielijnen van de Duitse Armeegruppe Nord” naar Leningrad door Estland liepen. Daarom had Hitler het bevel gegeven tot “draconische maatregelen”, zoals de Verenigde Staten ook hadden gedaan met de atoombom op Japan. Stein beweerde verder dat Sandberger het oorlogsrecht aan zijn kant had. Hij citeerde onder andere artikel 349 uit de Amerikaanse Basic Field Manual, Rules of Land Warfare: “Opstandelingen tijdens de oorlog zijn personen binnen territorium onder vijandelijke militaire bezetting die de wapens opnemen tegen de bezettingsmachten of tegen door de bezettingsmachten opgezette autoriteiten. Wanneer ze gevangengenomen zijn mogen ze ter dood veroordeeld worden […].”

Sandberger zou zich volgens Stein altijd aan de vereiste procedures gehouden hebben. “Als communistische functionarissen werden geëxecuteerd in zijn gebied onder zijn bevel of zijn verantwoordelijkheid, gebeurde dit niet in de vorm van massa-executies, maar enkel wanneer de schuld was vastgesteld in wettelijke procedures en nadat de gearresteerde persoon in staat was geweest om zich te verdedigen in deze procedures.” Niet enkel had Sandberger de wettelijke procedures altijd toegepast, bovendien was volgens Stein uit meerdere verklaringen gebleken dat hij “zich altijd correct, fatsoenlijk en eerlijk [had] gedragen.” Hij citeerde de Zweedse majoor Mothander die als vertegenwoordiger van de Zweedse regering lange tijd in Estland verbleef. Volgens hem werd Sandberger “algemeen beschouwd als een fatsoenlijke vent”. Hij prees zijn “aangeboren aanleg tot menselijke vriendelijkheid en rechtvaardigheid”. “[Sandberger] toonde zich door en door een gentleman, zowel als ambtenaar als als man.”

“De maatregelen tegen communistische activisten waren hard”, zo besloot Stein zijn betoog. “Maar met het oog op de algemene oorlogssituatie en de speciale positie van Estland waren ze, daar was de beklaagde van overtuigd, gerechtvaardigd.” Zelf weigerde Sandberger een slotverklaring af te leggen.

Hoofdaanklager Brigadier General Telford Taylor hechtte geen geloof aan Sandbergers bewering en die van zijn medeaangeklaagden, dat Joden enkel geëxecuteerd werden wanneer bewezen was dat ze partizanen of criminelen waren. “Door te beweren dat de slachtoffers […] partizanen waren”, zo verklaarde de Amerikaan in zijn slotrede, “raakten de beklaagden verstrikt in een hopeloos doolhof van contradicties en verwarring. Als hun eigen rapporten erop wijzen dat de slachtoffers Joden waren, antwoorden ze dat alle Joden partizanen waren. Als de rapporten wijzen op executies van partizanen en hen gevraagd wordt hoe ze wisten dat de slachtoffers partizanen waren, dan antwoorden ze dat ze wel partizanen moeten zijn geweest, omdat vastgesteld was dat ze Joden waren.”

Verder stelde Taylor vast “dat de executies […] nooit voldeden aan de eisen die gesteld worden door de oorlogswetten.” Ze waren “nauwkeurig gepland lang voordat de Duitsers hun aanval begonnen”. “Verder is niets zo duidelijk vastgesteld door de oorlogswetten dat geen gecapituleerde combattant – ongeacht of hij een partizaan, spion of guerrilla is – en geen burger geëxecuteerd mag worden zonder beschikking gehad te hebben over een krijgsraad of een zaak voor een militaire rechtbank om zijn schuld vast te stellen. […] De beklaagden hebben niet eens gedaan alsof ze aan deze eis voldaan hebben. ”

De rechtbank was niet onder de indruk van Sandbergers verdediging. In haar oordeel stelde het tribunaal vast dat Sandberger zich gewillig schikte aan de Führer-order. “Amper had zijn Kommando de eerste stopplaats bereikt of het begon aan zijn misdadige werk”, zo werd vastgesteld. Aan de hand van rapporten van de Einsatzgruppen werd Sandbergers verantwoordelijkheid voor massa-executies van Joden en vermeende communisten bewezen. Dat hij ontkende bij de executies aanwezig te zijn geweest, pleitte “hem natuurlijk geenszins vrij van zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor de daad”, zo concludeerde de rechtbank. Rechtbankpresident Michael Musmanno constateerde zelfs dat Sandberger “de indruk wekte van iemand die sterke verhalen vertelt aan een drukke bar”. Gewezen werd op de ongeloofwaardigheid van Sandbergers bewering dat elk slachtoffer individueel werd onderworpen aan een onderzoek naar zijn schuld en dat zijn arrestanten tegen een uitspraak in beroep konden gaan.

Ook Sandbergers poging om de schuld toe te schrijven aan lokale collaborateurs werd door de rechtbank verworpen. Geconstateerd werd namelijk “dat de Estse militie voor specifieke operaties onder Sandbergers jurisdictie en controle stond […].” Ook aan Steins bewering dat Sandberger had moeten optreden tegen een communistische volksopstand werd geen waarde gehecht. Het waren volgens het tribunaal immers de leiders van de Einsatzgruppen zelf “die probeerden aan te sporen tot volksoproer door pogroms aan te stichten.” Aangezien zijn schuld aan executies en andere misdaden bewezen was en zijn lidmaatschap van de SS en andere criminele organisaties vaststond, veroordeelde de rechtbank Martin Sandberger op 10 april 1948 tot dood door verhanging. Veertien andere aangeklaagden hoorden diezelfde straf tegen zich uitgesproken worden, maar uiteindelijk zouden slechts vier van hen daadwerkelijk opgehangen worden. Sandberger was daar niet bij.

Definitielijst

Armeegruppe
Bestond meestal uit twee of drie aangrenzende Armeen, mogelijk een Duitse en een Geallieerde. 1 Armee-hoofdkwartier (meestal de Duitse) werd tijdelijk de bevelhebbende van de andere Armeen. Een Armeegruppe was altijd ondergeschikt aan een Heeresgruppe. Later in de oorlog varieerde de grootte van een Armeegruppe of een Panzergruppe veel meer. Een Armeegruppe kon vanaf 1943 de grootte van een Armee of zelfs maar van een Korps hebben.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
krijgsraad
Militair gerechtshof.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Een deel van de verdachten in de beklaagdenbank tijdens het Einsatzgruppen-proces.
(Bron: United States Holocaust Museum)


Overzicht van de rechtszaal in Neurenberg tijdens het Einsatzgruppen-proces.
(Bron: United States Holocaust Museum)


Hoofdverdachte Otto Ohlendorf legt een verklaring af tijdens het tribunaal, 9 oktober 1947.
(Bron: U.S. National Archives)


Brigadier General Telford Taylor, de Amerikaanse hoofdaanklager tijdens de Amerikaanse tribunalen in Neurenberg.
(Bron: United States Holocaust Museum)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
14-07-2012
Laatst gewijzigd:
31-07-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.