Einsatzgruppen

Aanpassing van de moordmethode

Het uitvoeren van massa-executies bleef niet zonder gevolgen voor de daders. In naoorlogse getuigenissen beklaagden velen zich erover hoe zwaar hun opdracht was geweest. Zo iemand was Kurt Werner, die als lid van Sonderkommando 4a had deelgenomen aan de massamoord in het ravijn Babi Jar in Kiev. Hij bracht toen een hele ochtend door op de bodem van het ravijn waar de executies plaatsvonden. “Ik herinner me nog altijd de totale ellende van de Joden toen ze de hoogste rand van het ravijn bereikten en de lichamen zagen”, zo verklaarde hij. “Veel Joden schreeuwden het uit in doodsangst. Het is onmogelijk je voor te stellen wat voor stalen zenuwen er nodig waren om dit smerige werk daarbeneden uit te voeren. Het was afschuwelijk.” Om de opgave draaglijk te maken werd er gewerkt in ploegendienst en werden de leden van de Kommandos rijkelijk voorzien van alcohol. Desondanks leden veel manschappen aan psychosomatische klachten en was het ziekteverzuim groot. Sommige daders moesten zelfs vanwege een zenuwzinking met verlof teruggestuurd worden naar Duitsland. Dat gold bijvoorbeeld voor Paul Blobel, de commandant van Sonderkommando 4a. Anderen hielden het al snel voor gezien en lieten zich overplaatsen, zoals Walter Blume, de commandant van Sonderkommando 7a, die al in september 1941 terugkeerde naar een bureaufunctie op de afdeling personeelszaken van het RSHA. In tegenstelling tot wat veel leden van de Einsatzgruppen na de oorlog beweerden, was het mogelijk zich aan dienst te onttrekken.

Heinrich Himmler werd zelf op 15 augustus 1941 tijdens een werkbezoek aan Minsk geconfronteerd met de psychische belasting die zijn manschappen ervoeren bij executies. Op eigen verzoek keek hij toe bij een executie van meer dan honderd gevangenen, waaronder veel Joden. Deze werd uitgevoerd door Einsatzkommando 8 van Einsatzgruppe B in een bos ten noorden van Minsk. Andere aanwezigen bevestigden dat Himmler nerveus was en dat het hem teveel werd toen de twee vrouwelijke slachtoffers niet meteen dood waren na de eerste schoten. Hij zou opgesprongen zijn en naar de commandant van het vuurpeloton geroepen hebben: “Martel deze vrouwen niet! Schiet! Schiet op en vermoord ze!” Na afloop hield de SS-leider een toespraak voor de uitvoerders van de executie, waarin hij, volgens Erich von dem Bach-Zelewski die erbij was, verklaarde dat het hem zeker niet zou “behagen wanneer Duitse mannen van zulk werk genoten. Maar het moest hun geweten niet in het minst verstoren, omdat ze soldaten waren waarvan verwacht werd dat ze zonder vragen elk bevel zouden uitvoeren. […] Alleen hij droeg de verantwoordelijkheid voor God en de Führer voor datgene wat gebeuren moest.” Later tijdens zijn werkbezoek gaf Himmler Arthur Nebe, de commandant van Einsatzgruppe B, de opdracht te zoeken naar een moordmethode die voor de psyche van de uitvoerders minder belastend was.

Samen met dr. Albert Widmann, een chemicus van het Kriminaltechnisches Institut der Sicherheitspolizei (technische recherche instituut, KTI), voerde Nebe in september 1941 experimenten uit met verschillende moordmethoden. Als proefpersonen werden psychiatrische patiënten gebruikt. Een eerste proef met explosieven in een bos in de omgeving van Minsk bleek geen succes, onder andere omdat het opruimen van de stoffelijke resten van de slachtoffers teveel tijd in beslag nam. Een tweede experiment in een instelling voor psychiatrisch patiënten in Mahiljow/Mogilev was in de ogen van Nebe en Widmann wel geslaagd. De slachtoffers werden opgesloten in een kleine ruimte en daarna vergast door middel van het uitlaatgas van twee vrachtwagens dat via een slang naar binnen stroomde. Het gebruik van uitlaatgassen was psychisch minder belastend voor de daders en praktisch, omdat er overal vrachtauto’s en geschikte gasruimtes beschikbaar waren. Het directe gevolg van de experimenten was dat psychiatrisch patiënten in Mahiljow/Mogilev en Minsk vergast werden volgens deze uitgeteste methode.

Ook op andere plaatsen vonden er omstreeks diezelfde periode voorbereidingen plaats voor genocide door middel van vergassing. In september 1941 vonden in Auschwitz de eerste experimenten met vergassingen met Zyklon-B plaats en in november begon men in het Lublin-district met het bouwen van het vernietigingskamp Belzec. De vergassingsmethode in de vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka was identiek aan de door Nebe en Widmann ontwikkelde werkwijze. De slachtoffers in deze kampen werden in gaskamers vergast met de uitlaatgassen die afkomstig waren van krachtige motoren. De gaskamers in Belzec waren eind februari 1942 gereed en vervolgens vonden de eerste vergassingsexperimenten met gedeporteerde Joden plaats. De gaskamers van Sobibor en Treblinka waren respectievelijk operationeel vanaf mei en juli 1942. Na de Wannseeconferentie op 20 januari 1942 werd het vernietigingsprogramma op grote schaal doorgevoerd: honderdduizenden Europese Joden werden per trein afgevoerd naar de vernietigingskampen in Polen en daar vergast. Behalve dat deze moordmethode de psyche van de daders minder belastte, werden ook kogels bespaard en waren er minder daders nodig om veel Joden tegelijkertijd te kunnen ombrengen.

Ook in zogenoemde “gaswagens” werden de slachtoffers vergast door middel van uitlaatgassen. In het najaar van 1941 kreeg SS-Obersturmbannführer Walter Rauff, de chef van afdeling II D (Technische Angelegenheiten) van het RSHA, van Reinhard Heydrich de opdracht om een vrachtwagen met gesloten laadruimte om te bouwen tot mobiele gaskamer. Al in 1940 was een mobiele gaskamer door de nazi’s gebruikt voor het doden van psychiatrisch patiënten in Polen. Het gas was toen afkomstig uit cilinders, maar bij het nieuwe type gaswagen van Rauff werd de uitlaat van de vrachtwagen aangesloten op de afgesloten laadruimte, zodat de inzittenden stikten in het uitlaatgas van de draaiende motor. In de herfst van 1941 werden dergelijke gaswagens, ook wel Spezialwagen genoemd, voor het eerst gebruikt voor het vermoorden van Joden in het Oosten. Nog voor het einde van het jaar maakten alle vier Einsatzgruppen in de Sovjet-Unie gebruik van de gaswagens.

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.
Zyklon-B
Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


SS-leider Heinrich Himmler bezoekt een krijgsgevangenenkamp in Minsk. Mogelijk was dit in dezelfde tijd als dat hij de executie door Einsatzgruppe B bijwoonde.
(Bron: U.S. National Archives)


Walter Rauff, de ontwerper van de gaswagen, een mobiele gaskamer in het laadruim van een vrachtwagen.

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
27-02-2013
Laatst gewijzigd:
16-06-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2014
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.