In 1894 werden niet minder dan drie pantserschepen in dienst gesteld: Hr. Ms. Kortenaer, Hr. Ms. Piet Hein en Hr. Ms. Evertsen. Zij waren door hun beperkte waterverplaatsing van zo`n 3.500 ton en relatief klein kaliber bewapening niet sterk genoeg als slagschip en met hun zestien knopen niet snel genoeg als kruiser, maar bestemd voor algemene dienst.
Vanaf 1900 volgden de drie pantserschepen van de Koningin Regentes-klasse die met ruim 4.300 ton een verbeterde en vergrote versie waren van de pantserschepen van de Kortenaer-klasse. De nieuwe klasse bestond uit Hr. Ms. Koningin Regentes, Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Hertog Hendrik. In 1904 volgde het pantserschip Hr. Ms. Marten Harpertzoon Tromp van 5.200 ton en in 1906 Hr. Ms. Jacob van Heemskerck van 4.920 ton. Met hun primaire bewapening van 24cm en 15cm kanonnen en een snelheid van zo`n 16 knopen waren deze schepen het echte voorbeeld van het kleine pantserschip en voor de Nederlandse vloot zeer bruikbaar. Zij vormden de kern van de vloot in Nederland en Nederlands Oost-Indië tijdens de mobilisatie van 1914-1918.
Als laatste van de Nederlandse pantserschepen liep in 1909 de De Zeven Provinciën van stapel die met een waterverplaatsing van ruim 5.600 ton en een primaire bewapening van twee 28cm kanonnen een slag groter was dan haar voorgangers. In 1933 brak op Hr. Ms. De Zeven Provinciën muiterij uit waarna de naam van het schip veranderd werd in Hr. Ms. Soerabaja (zie Nederlandse kanonneerboten).
De drie pantserschepen van de Kortenaer-klasse, de Kortenaer, de Piet Hein en de Evertsen en de Koningin Regentes, de De Ruyter en de Marten Harpertzoon Tromp werden allemaal tussen 1914 en 1927 buiten dienst gesteld en vervangen door de lichte kruisers van de Java-klasse, Hr. Ms. Java en Hr. Ms. Sumatra. Hr. Ms. Hertog Hendrik lag begin 1940, ontdaan van alle bewapening, opgelegd in Den Helder en stond op de nominatie om gesloopt te worden. De Duitsers namen het schip in beslag en lieten het ombouwen tot drijvende luchtafweerbatterij. De Jacob van Heemskerck werd op 19 april 1939 in gebruik genomen als drijvend geschutsplatform in IJmuiden onder de naam Hr. Ms. Batterijschip IJmuiden. De bemanning bracht het schip op 14 mei 1940 tot zinken, maar de Duitsers lieten het schip lichten en eveneens ombouwen tot drijvende luchtafweerbatterij.




