Veen, Gerrit Jan van der

Ongewapend verzet

Duitse inval en begin verzetswerk

10 mei 1940 werd Nederland binnengevallen door nazi-Duitsland. Van der Veen was erg geschokt door deze gebeurtenis. Voor de invasie was hij nauwelijks geÔnteresseerd in politiek. Na de capitulatie van het Nederlandse leger veranderde dit echter. Ondanks dat de eerste maanden van de bezetting vrij rustig verliepen, zocht Van der Veen naar mogelijkheden om zich te verzetten.

Van der Veen was leider van de plaatselijke afdeling van de Luchtbeschermingsdienst. In juli 1940 werden alle leden van deze dienst, net zoals alle andere Nederlandse ambtenaren, opgeroepen om een verklaring te ondertekenen waarin zij moesten aangeven of zij Joods of Arisch waren. Van der Veen weigerde pertinent om deze zogenaamde ariŽrverklaring te ondertekenen. Zijn eerste daad van verzet.

Op 25 november 1941 werd door de verordening van de rijkscommissaris voor het bezette Nederland (Arthur Seyss-Inquart) de Kultuurkamer opgericht. Elke persoon die zich bezighield met enige vorm van kunst, moest zich aanmelden bij deze instelling. Weigerde hij dit, dan riskeerde hij een hoge boete. De Nederlandse Kultuurkamer, die onder leiding stond van de NSB'er Tobie Goedewaagen, moest ervoor zorgen dat alle culturele uitingen in dienst kwamen van de nationaalsocialistische ideologie. Haar trefwoorden waren: "Nationalistische instelling, verbondenheid met land en volk, historisch besef, uitbannen van alle ontaarde, ongezonde, onnatuurlijke creativiteit, een positief-Germaanse houding."

Gerrit Jan van der Veen was van begin af aan fel tegenstander van deze door de bezetter in het leven geroepen instelling, die de persoonlijke en innerlijke vrijheid van kunstenaars sterk beperkte. In een vergadering van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers, waar hij secretaris van was, pleitte hij er dan ook voor dat niemand zich zou aanmelden bij deze organisatie. Toen niet iedereen het daarmee eens was, verliet hij samen met de penningmeester Leo Braat (die tevens de kas van de kring meenam) en nog twee medestanders de vergadering. De aldus verkregen financiŽle middelen zouden worden gebruikt voor de ondersteuning van kunstenaars die zich verzetten tegen het lidmaatschap van de Kultuurkamer en die hierdoor geen werk meer konden verrichtten.

Van der Veen schreef samen met enkele anderen ook een manifest aan de rijkscommissaris, dat in februari 1942 werd uitgebracht. In dit document betoogden zij dat ze vrij waren in hun werkzaamheden en dat ze geen politieke bemoeienis wilden. Het manifest werd door meer dan 1900 mensen ondertekend. Nadat enkele schrijvers van het manifest werden opgepakt, besloot Gerrit Jan van der Veen dat hij moest onderduiken. Later zouden ook zijn vrouw en kinderen genoodzaakt zijn om dit te doen.

Op 1 mei 1942 richtte Van der Veen in Amsterdam het illegale blad De Vrije Kunstenaar op. Hij was hier redacteur, maar deed ook koerierswerk en hielp zelfs met het zetten. Per keer werden duizend exemplaren gedrukt. Het blad kende een vrijgrote verspreiding. Het bevatte onder andere de Brandarisbrieven, die opriepen tot verzet. Deze brieven werden onder meer geschreven door Willem Arondeus (1894-1943) een beeldend kunstenaar die later ook betrokken zou zijn bij de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister. Van der Veen schreef in augustus 1942 ook een pamflet waarin hij protesteerde tegen het wegvoeren van de Joden, wat hij vergeleek met een moderne vorm van slavernij.

Persoonsbewijzencentrale

Gerrit Jan van der Veen wilde echter meer doen dan alleen woordelijk verzet plegen. Bij de vervolging van de Joden en andere personen hadden de Duitsers veel baat bij de goede bevolkingsadministratie die in Nederland werd gevoerd. Vanaf april 1941 moest iedere Nederlander boven de 14 jaar een persoonsbewijs bij zich dragen. Het werd voor de bezetter hierdoor erg makkelijk om gezochte personen te arresteren. Joden waren door het persoonsbewijs makkelijk op te sporen, want zij kregen een grote J in hun persoonsbewijs gestempeld.

Na de invoering van het persoonsbewijs begon de Nederlandse illegaliteit meteen te zoeken naar een manier om dit document te vervalsen. Dit bleek echter een zeer grote uitdaging te zijn. Vooral het watermerk, het verwisselen van de pasfoto en de gebruikte inkt bleken zeer moeilijk na te maken. De eerste die erin slaagde om een bruikbare vervalsing te maken was de Haagse illustrator en toneelschrijver Eduard Veterman (1901-1946). Zijn vervalsingen waren van een zeer hoge kwaliteit. Maar Veterman was niet in staat om grote hoeveelheden te vervaardigen.

Gerrit Jan van der Veen ging op zoek naar een document dat ťn een goede vervalsing was ťn dat ook nog eens in grote hoeveelheden gedrukt kon worden. Zijn ervaringen met het drukken van bankpapier kwamen hierbij goed van pas.

Toch duurde het nog een aantal maanden voordat Van der Veen een goede imitatie van het persoonsbewijs wist te maken. Vooral het watermerk leverde problemen op. Pas tegen Kerstmis 1942 wist hij hier een oplossing voor te bedenken, waardoor hij het watermerk vrij aardig kon vervalsen.

De valse persoonsbewijzen werden gedrukt op de drukkerij van Frans Duwaer (1911-1944). Dit was ook geen sinecure, want het was moeilijk om aan het juiste papier te komen. Ook moest voor het drukken gebruik worden gemaakt van speciale letters die niet vrij verkrijgbaar waren. Een met het verzet sympathiserende monteur van de drukkerij waar de originele persoonsbewijzen werden gedrukt, hielp hen om deze letters te krijgen. Uiteindelijk zouden er op het hoogtepunt ongeveer 800 PB's per week worden gedrukt in de drukkerij van Duwaer. Het drukken moest op zondag plaatsvinden, omdat de andere werknemers van Duwaer niets mochten merken van het illegale drukwerk.

Behalve met persoonsbewijzen hield de door Van der Veen opgerichte Persoonsbewijzencentrale zich ook bezig met het vervalsen van distributiestamkaarten, voedselbonnen en allerlei Ausweise (vrijstellingen van de Duitsers om iets te doen of te laten). De centrale zou uiteindelijk rond de honderd medewerkers tellen. Er zouden meer dan 65.000 persoonsbewijzen en 75.000 bonkaarten worden vervalst.

Definitielijst

ariŽrverklaring
Verklaring die Duitse ambtenaren en later ook andere groepen in de door Duitsland bezette gebieden moesten tekenen. Een niet-jood verklaring.
capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
ideologie
Het geheel van beginselen en ideeŽn van een bepaald stelsel.
invasie
Gewapende inval.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
onderduiken
Het verstoppen voor de vijand.
rijkscommissaris
Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.
voedselbonnen
Bonnen waarmee men (door de bestaande voedselschaartse) gerantsoeneerde hoeveelheden etenswaar kon krijgen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


NSBíer Tobie Goedewaagen, de leider van de Nederlandse Kultuurkamer, bezoekt een tentoonstelling van schilderijen.
(Bron: Beeldbank WO2)


Kunstenaar en verzetsman Willem Arondeus (1894-1943). Hij was betrokken bij het illegale blad De Vrije Kunstenaar en later ook bij de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister.
(Bron: Beeldbank WO2)


Verschillende vervalste identiteitspapieren. De Persoonsbewijzencentrale van Gerrit Jan van der Veen had een belangrijk aandeel in het vervalsen.
(Bron: Beeldbank WO2)


Een vervalst persoonsbewijs, zoals er door de Persoonsbewijzencentrale velen werden geproduceerd.
(Bron: Beeldbank WO2)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
21-10-2012
Laatst gewijzigd:
29-06-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.